Philip Morris en rokers in 'vuile oorlog'; Lobbyist citeerde uit 'volkomen onzinnige' studies

NEW YORK, 2 JUNI. Victor Crawford, die zijn hele leven al rookt, heeft keelkanker. Hij mocht dit vertellen in een van de meest bekeken programma's op de Amerikaanse televisie, de actualiteitenshow 'Sixty Minutes' van CBS. De gepensioneerde Crawford is namelijk niet zomaar een roker. Crawford was zijn leven lang werkzaam als lobbyist van het Tobacco Institute, een overkoepelende belangenorganisatie van de tabaksindustrie.

Tijdens het programma vertelde Crawford dat hij regelmatig had gelogen voor zijn vak. In tegenstelling tot wat de tabaksindustrie beweert is roken volgens hem wel degelijk verslavend. Crawford zei bovendien dat hij cijfers en statistieken van “een of andere uit de duim gezogen marktonderzoeker” betrok en dat hij studies citeerde die “volkomen onzinnig” waren. Crawfords verhaal is niet ingeslagen als de spreekwoordelijke bom maar het is inmiddels wel wijd en zijd bekend. Enkele anti-tabaksactivisten overwegen Crawford als getuige in te schakelen bij processen tegen de tabaksfabrikanten.

“Wij zijn er niet op uit om mensen voor het gerecht te slepen”, zegt Charles 'Chuck' Wall van tabaksgigant Philip Morris. Het Amerikaanse bedrijf, producent van onder meer Marlboro, Benson & Hedges, Virginia Slims en Chesterfield, organiseerde onlangs een persbijeenkomst om de rechtszaken waarbij Philip Morris is betrokken toe te lichten. De naam Crawford komt in dat verhaal niet voor. Wall wil niet ingaan op de vraag of Crawford al dan niet de waarheid spreekt. “Crawford en anderen moeten maar doen wat hun geweten hen ingeeft”, aldus Wall.

Wall gaf in het kort een schets van tabaksrechtszaken, een fenomeen dat in de VS teruggaat tot 1954. Het gaat in totaal om ongeveer vierhonderdvijftig zaken en nog nooit is een tabaksfabrikant veroordeeld of heeft hij schadevergoeding moeten betalen. De weduwe Rose Cipollone kwam heel dichtbij in haar in 1988 begonnen zaak. De rechter wees haar 400.000 dollar toe maar het hoger beroep dat drie tabaksfabrikanten in 1993 aanvroegen, deed haar advocatenkantoor besluiten te stoppen. Wall: “Haar advocatenkantoor zag kennelijk geen mogelijkheid om dat te winnen.” Philip Morris heeft wel een keer verloren in Finland, in de zaak Aho in 1993.

Philip Morris is op dit moment bezig zich voor te bereiden op een rechtszaak tegen het network ABC. In het programma 'Day One' stelde de omroep vorig jaar februari dat het bedrijf nicotine aan zijn sigaretten toevoegt. De term die het daarvoor gebruikt (to spike) betekent zoveel als oppeppen - alsof het zou gaan om een werkelijk toevoeging. ABC suggereerde dat Philip Morris er willens en wetens op uit is om mensen verslaafd te houden. Philip Morris erkent dat het probeert het nicotinegehalte constant te houden en het nicotineniveau enigszins manipuleert maar dat is een kwaliteitsoverweging. ABC handelt dus volgens de tabaksgigant te kwader trouw.

Philip Morris eist 10 miljard dollar schadevergoeding voor het gerecht in de staat Virginia. Die staat is een van de belangrijkste voor de tabaksbouw. De rechter in de zaak, Theodore Markow, heeft een broer en twee zwagers die voor Philip Morris werken. Zijn vrouw is bovendien een nicht van het Republikeinse Congreslid Thomas Bliley, een van de felste voorvechters van minder anti-rookwetgeving. Beide partijen hebben echter laten weten geen bezwaar te hebben tegen Markow. De zaak komt in oktober voor.

In dezelfde periode dat ABC zijn gewraakte programma uitzond begon David Kessler van de Federal Drug Administration (FDA) een onderzoek naar het al of niet verslavend zijn van nicotine. Als dat inderdaad het geval is krijgt de stof een geheel andere status binnen de wet. De Democratische afgevaardigde Henry Waxman (Californië) begon onmiddellijk met hoorzittingen en er zijn een paar rechtszaken aangespannen die gebaseerd waren op de aanname dat nicotine inderdaad wordt toegevoegd.

Enkele Amerikaanse staten proberen voorts hun gezondheidskostenrekening te verhalen op de tabaksindustrie. Mississippi, Minnesota, West-Virginia en Florida hebben hun zaak allemaal aanhangig gemaakt en de processen zijn in verschillende stadia. Florida heeft er zelfs een aparte wet voor aangenomen. In New Orleans speelt een zogeheten class action suit, een zaak van enkele individuen die staan voor een groep. Als de rechter beslist in het voordeel van de enkelingen, kan de hele groep daarvan profiteren. In de praktijk betekent het dat enkele rokers schadevergoedingen eisen namens zichzelf en miljoenen anderen.

Volgens Wall heeft de tabaksindustrie de Amerikaanse wet aan haar zijde. Roken is een keuze en sinds de waarschuwingen op sigarettenpakjes dat roken schadelijk kan zijn - in de VS sinds 1966 - wordt iedereen zelf verantwoordelijk. Ver voor de waarschuwing op de pakjes stond werd er ook al overal gewaarschuwd. Wall: “Iedereen weet ook dat alcohol en te veel vet slecht voor je kunnen zijn.” Een ander punt is dat in de VS de federale wet altijd voorrang heeft op de wetten in de staten. Uiteindelijk wordt in hoger beroep dus elke zaak in Washington beslist, wat de staten ook willen.

Naast deze zaken spelen er ongeveer zeventig 'traditionele' rechtszaken tegen het bedrijf. Het is in de VS volgens Wall aantrekkelijk om een rechtszaak te beginnen omdat advocaten op percentages werken en de schadevergoedingen die door jury's worden toegekend hoog zijn.

Een van de interessantste nieuwe wendingen is de poging om de tabaksfabrikant aan te klagen wegens de ondeugdelijkheid van zijn produkt, een zogeheten product liability case. Het is dan wel zaak om tegenover de rechter te bewijzen waarvoor het produkt eigenlijk dient ('ik wil graag wat genot') en dat los te maken van de schadelijke bestanddelen van de sigaret.

Philip Morris zal volgens Wall “doen wat nodig is om rechtszaken te winnen”. Het bedrijf heeft een juridische afdeling en huurt alleen de beste advocaten in. Over de kosten die daaraan verbonden zijn wil hij niets zeggen, maar “het is geen groot bedrag voor een bedrijf met een jaaromzet van 65 miljard dollar”.