Openbaarheid in de EU

Europarlementariër Alman Metten (PvdA) heeft een interessant probleem op het bord van de rechter gelegd: kan hij met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) toegang krijgen tot de notulen van vergaderingen van de Raad van Ministers van de Europese Unie? In Brussel houdt men de adem even in. Daar worden wel veel bevlogen verklaringen gemaakt over bijvoorbeeld de Unie als gemeenschap van democratieën of over het Burgerschap van de Europeaan. Maar als puntje bij paaltje komt en diezelfde Europeaan toegang zoekt tot informatie over bestuurlijke aangelegenheden, dan zijn die verklaringen altijd weer vergeten: de archieven van de Europese instellingen worden met jaloerse bezitterigheid bewaakt. Vandaar dat Europarlementariër Metten het over de nationale boeg gooide. Veel Europese informatie is vastgelegd in documenten die zich in alle hoofdsteden van de Unie bevinden. En op documenten die in Den Haag liggen, is de WOB van toepassing, die 'een ieder' het recht geeft inzage te vragen. Toestemming wordt in de praktijk niet altijd verleend, want er zijn natuurlijk ook bepaalde uitzonderingen. Maar het beginsel van openbaarheid staat voorop en de noodzaak van een uitzondering moet van geval tot geval worden aangetoond aan de hand van wettelijk vastgelegde criteria.

In 1992 verzocht Metten het ministerie van financiën om kopieën van notulen van de Ecofin-Raad, dat wil zeggen van vergaderingen van de Europese ministers op economisch en financieel gebied. Het ministerie weigerde die kopieën te verstrekken, maar beriep zich daarbij niet op de WOB. Volgens het ministerie werd die wet als het ware overruled door het huishoudelijk Reglement van Orde van de Europese Raad van Ministers. Dat Reglement bepaalt dat de vergaderingen van de Europese ministers geheim zijn. Tegen dat standpunt maakte Metten bezwaar: een zo fundamenteel recht van openbaarheid als de WOB een ieder toekent, kan toch niet door zoiets als een Reglement van Orde buitenspel worden gezet? Bovendien waren de vergaderingen volgens dat Reglement geheim 'onverminderd andere wettelijke bepalingen'. Welnu, de WOB was zo'n andere bepaling. Het ministerie bleef evenwel bij zijn standpunt, waarna Metten in beroep ging bij de afdeling Rechtspraak van de Raad van State. Daar lichtte hij gisteren zijn belang bij openbaarheid nog eens toe.

Twee getuige-deskundigen vielen hem bij: prof. Curtin, hoogleraar internationaal recht, die onderzoek deed naar openbaar bestuur in de EU en daarover onlangs alarmerend rapporteerde in het Nederlands Juristenblad, en prof. VerLoren van Themaat, voormalig hoogleraar Europees Recht en tot voor kort advocaat-generaal bij het Europese Hof. VerLoren van Themaat zette uiteen dat een Reglement van Orde niet te vergelijken is met de wetgevingsinstrumenten die in het EG Verdrag zijn genoemd (verordeningen, richtlijnen, beschikkingen) en waarvoor bijzondere waarborgen gelden. Een belangrijk onderwerp als de openbaarheid van bestuur kan niet zo maar geregeld worden bij een Reglement van Orde, dat enkel de interne huishouding van de Raad beoogt te regelen. Er zijn, zo zei hij, geen gevallen in de rechtspraak van het EU Hof bekend waarin het Europese recht zoveel voorrang kreeg dat zelfs intern werkende EU-besluiten nationaal recht opzij kunnen zetten.

Een aardig detail is nog dat de EU Raad in 1993, eveneens bij Reglement van Orde, een soort Euro-WOB heeft gemaakt, die in een zeer beperkte mogelijkheid van openbaarheid voorziet. Nederland heeft daartegen beroep aangetekend bij het EU Hof, omdat het vindt dat dit soort onderwerpen niet in een huishoudelijk reglement thuis horen. Zo'n reglement heeft 'geen externe werking', aldus de Nederlandse regering in het beroepschrift. Tegenover de Raad van State verdedigde het ministerie van financiën evenwel gisteren het tegenovergestelde standpunt. Hoe je hetzelfde Reglement op twee totaal verschillende manieren kunt uitleggen en toepassen, bleef in het midden. Het is nu aan de Raad van State om duidelijkheid te bieden: dat kan hij zelf doen, maar hij kan de zaak ook aan het EU Hof voorleggen. De afdeling Rechtspraak doet op 13 juli a.s. uitspraak.