Oekraïense president negeert wil parlement

KIEV, 2 JUNI. De Oekraïense president, Leonid Koetsjma, heeft vandaag besloten een verbod van een referendum door het parlement naast zich neer te leggen. Dat heeft een woordvoerder in Kiev meegedeeld.

Het Oekraïense parlement had gisteren president Leonid Koetsjma verboden een referendum te organiseren waarin aan de kiezers de vraag gesteld wordt in wie zij het meeste vertrouwen hebben: de president of het parlement. Het parlement nam het besluit op de dag dat NAVO secretaris-generaal Willy Claes in Brussel na een ontmoeting met Koetsjma aankondigde dat de NAVO bereid is een speciale relatie met de Oekraïne aan te gaan.

Het voorstel van Koetsjma, bedoeld om een patstelling met het parlement over uitbreiding van de macht van de president te doorbreken, leidde tot grote opwinding in het parlement. De leider van de communistische fractie, Pjotr Simenenko, noemde de stap van Koetsjma gisteren “een nieuwe stap naar dictatuur in de Oekraïne”. Koetsjma gaf voor zijn vertrek naar Brussel als reden voor het referendum dat “zonder politieke hervormingen er ook geen economische zullen zijn”.

Met 252 tegen negen stemmen verbood het parlement gisteren echter de regering het referendum op 28 juni te organiseren. Een woordvoerder van Koetsjma zei vandaag dat “de president ervan overtuigd is dat niemand, ook het parlement, zijn besluit om het referendum toch door te zetten kan tegenhouden”. Gisteren had een woordvoerder gezegd dat “we niet de vergissingen van Rusland zullen herhalen”. In Rusland liep een machtsstrijd tussen het parlement en de president in oktober 1993 uit op een gewelddadig conflict in Moskou.

Het Oekraïense parlement riep Koetsjma gisteren op om de politieke crisis met het parlement te bespreken en om binnen een week een nieuwe regering samen te stellen en aan het parlement ter goedkeuring voor te stellen. In april zond het parlement de regering naar huis.

Willy Claes zei gisteren in Brussel dat de NAVO de politieke en economische banden met de Oekraïne wil aanhalen en dat de Oekraïne “een bijzondere rol zal spelen in de ontwikkeling van een nieuwe Europese veiligheidsordening”.

Onderhandelingen over een verdrag kunnen volgens Claes beginnen zodra de Oekraïne de details van een samenwerkingsprogramma in het kader van het Partnership for Peace (PfP) heeft uitgewerkt. Dit zogeheten Individuele Partnerschap Programma heeft betrekking op gezamenlijke militaire oefeningen, uitwisseling van informatie en trainingsprogramma's.

Koetsjma verwelkomde gisteren de woensdag gesloten overeenkomst tussen Rusland en de NAVO in het kader van het PfP. Hij zei de overgang van de NAVO van een militaire verdedigingsalliantie naar een politieke organisatie met als doel het verhogen van de stabiliteit op het continent te willen zien voortgaan. Hij achtte een Oekraïens lidmaatschap van de organisatie echter noch vanzelfsprekend noch wenselijk. De Oekraïne was in februari 1994 een van de eerste landen die zich bij het PfP-programma van de NAVO aansloten. (Reuter, AP)