Nederlandse gezant VN: opgeven van enclaves enige keus

ZAGREB, 2 JUNI. De Verenigde Naties hebben geen andere keus dan het opgeven van de door Serviërs omsingelde moslim-enclaves in Bosnië. Een toekomstige aftocht van de blauwhelmen uit deze zogeheten 'veilige gebieden' zou hand in hand kunnen gaan met een 'volksverhuizing' met hulp van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR.

Dat zegt de Nederlander Anne Willem Bijleveld, de speciale afgezant voor het voormalige Joegoslavië van de Hoge VN-Commissaris voor de Vluchtingen. De aanwezigheid van VN-soldaten in Srebrenica (450 Nederlanders), Gorazde (340 Britten en 80 Oekraïeners) en Zepa (enkele tientallen Oekraïeners) is naar zijn smaak zinloos geworden. “Zelfs het handhaven van de status quo lukt niet”, zegt de 49-jarige politicoloog. “Met de middelen die we hebben zijn de enclaves onhoudbaar”.

Het creëren van een multinationale macht die mogelijk buiten de VN om kan optreden - een van de keuzemogelijkheden waarover de Veiligheidsraad zich nu buigt - vindt hij “eng”. Hij vreest dat landen op eigen houtje initiatieven gaan ontplooien. “Dan komen we terecht in een verwarde 'Somalië-situatie'. De Britten schieten de Britten te hulp, de Fransen de Fransen. Maar wie gaat iets doen voor de Nederlanders? En wie voor de Oekraïeners, of de Bengalen in Bihac?”

De UNHCR-gezant is een voorstander van het terugbrengen van de VN-missie tot realistische proporties, in lijn met de voorkeur van secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali. “Dat is ook de keuze van de VN'ers hier ter plekke”, zegt Bijleveld.

De aanwezigheid van de VN in Bosnië, sinds 1992, had oorspronkelijk als doel louter het verlenen van humanitaire hulp. De VN-macht voor ex-Joegoslavië (UNPROFOR) werd dan ook later opgezet om die taak te ondersteunen, in concreto het beschermen van voedselkonvooien en het openhouden van wegen. Gaandeweg is het mandaat van UNPROFOR echter “opgetuigd met als gevolg dat de hulpverlening erbij inschiet”, zegt Bijleveld. “Sinds de jongste gijzelcrisis is UNHCR vleugellam. Meer geweld is een gepasseerd station. We zitten nu in het stadium dat geweld geweld uitlokt. Hoe verder het probleem uit de hand loopt - en het loopt flink uit de hand - hoe minder UNHCR nog kan doen.”

De VN-topman is fel gekant tegen een gespierd optreden van een nieuwe geallieerde 'snelle interventiemacht', waaraan ook Nederland op bescheiden schaal zou willen deelnemen. “Al die landen die allemaal meer geweld willen - waar gaan we naartoe? Er is een risico dat we in een spiraal belanden, dat de strijd overslaat naar Kosovo en Macedonië.”

Pag.5: 'Terugtrekking VN is einde moslim-enclaves'

De UNHCR-chef in ex-Joegoslavië gelooft dat de terugtrekking van de VN-soldaten “zonder meer het einde van de enclaves” zou inluiden. De geïsoleerde en belegerde gebieden in het oosten van Bosnië, waar tienduizenden moslims met voedselhulp in leven worden gehouden, dreigen dan onder het Servische overwicht aan tanks en artillerie te bezwijken. “Maar dat kan nu evengoed gebeuren, dat is nu juist het drama”, redeneert Bijleveld.

In Gorazde demonsteren de Bosnische Serviërs op pijnlijke wijze het gelijk van de UNHCR-gezant: nadat rond die enclave eerder deze week 33 Britse en elf Oekraïense blauwhelmen door Servische strijders zijn overmeesterd en gegijzeld, heeft de rest zich verschanst in twee centrale schuilplaatsen. “Terwijl de granaten inslaan zitten ze daar op een kluitje in hun bunkers zonder dat ze iets kunnen doen”, zegt Bijleveld.

De Britten wekken volgens hem de indruk dat ze hun landgenoten in Gorazde willen ontzetten. Hoewel de halsoverkop uitgezonden artillerie-eenheid, waarvan de kwartiermakers inmiddels in Centraal-Bosnië zijn aangekomen, blauwe baretten dragen, en dus deel uit maken van UNPROFOR, is Bijleveld niet onverdeeld blij met hun komst.

Ook de Dutchbat-eenheden in het betrekkelijk rustige Srebrenica zijn volgens hem bezig met een “mission impossible”. Al een maand lang laten de Serviërs er niemand meer in of uit. Als de Nederlanders over drie weken door hun ingeblikte noodrantsoenen heen zijn, zullen ze met voedseldroppings uit de lucht worden bevoorraad, net als twee winters geleden de bevolking die zij dienen te beschermen.

Bijleveld: “De Nederlandse jongens hebben straks niets meer te eten. Als je er eten wilt brengen moet je dat forceren. Om ze eruit te halen heb je de NAVO-strijdmacht nodig. Wat is het nut van hun aanwezigheid? Wat kunnen ze doen? Niets!”

Het oorspronkelijke, inmiddels twee jaar oude plan voor de creatie van door de VN gegarandeerde safe areas in Bosnië voorzag in de stationering van meer dan dertigduizend VN-soldaten. Aangezien zo'n troepenmacht niet op de been te brengen was, koos de V-raad voor de 'lichte variant' met zevenduizend man. Van hen is nog niet de helft ingezet. Uit gebrek aan daadkracht (“wel de mooie woorden, niet de middelen”) blijft er volgens Bijleveld maar een optie over: vertrekken uit de enclaves.

Als de VN vertrekken, schat de UNHCR-vertegenwoordiger, zal de bevolking ook willen vertrekken. Maar de Bosnische regering weigert hen te laten gaan. “Toch zullen de partijen op een gegeven moment gedwongen zijn om land te ruilen”, voorspelt Bijleveld. UNHCR zou dan kunnen helpen bij de verhuizing van bevolkingsgroepen. “Als er een akkoord is, en als de bevolking zelf aangeeft elders te willen wonen, dan zullen wij bij hun verplaatsing waarschijnlijk een rol spelen.”

Aan de mislukking van de safe areas als vredige toevluchtsoorden hebben ook de moslims schuld, meent de speciale afgezant. In plaats van mee te werken aan de demilitarisering van de gebieden, zou het Bosnische leger de enclaves 'misbruiken' als militaire uitvalsbases. Gorazde telt nog steeds een draaiende munitiefabriek. Bijleveld beweert dat de moslims beschietingen op hun ziekenhuisjes uitlokken in de hoop dat de wereld uitbarst in woede tegen de Serviërs.

Op beperkte schaal heeft de VN-vluchtelingenorganisatie al ervaring opgedaan met de evacuatie van vervolgde etnische groepen: moslims van Bosnië naar Kroatië, Serviërs van Kroatië naar Bosnië en binnenkort waarschijnlijk Kroaten van Bosnië naar Kroatië. Bij de exodus van moslims uit Srebrenica in maart 1993 drukten mensen elkaar ongeveer dood om een plaatsje in de VN-trucks te krijgen. “Zo moet het dus niet”, merkt de gezant op.

Ook na een mogelijke aftocht van UNPROFOR ziet Bijleveld een taak voor UNHCR. Als dat met wapengekletter gepaard gaat, zullen ook de hulpverleners zich terug moeten trekken, verwacht hij. “Maar dat zal dan tijdelijk zijn.” Zonder escorte van witgeverfde pantservooertuigen en tanks zou de hulpverlening aan efficiëntie inboeten. Er zouden nog meer trucks met noodhulp gekaapt worden. Niettemin wil Bijleveld door blijven werken zo lang het kan.

De hoogste man van UNHCR in ex-Joegoslavië claimt dat zijn organisatie de Bosnische bevolking tot nog toe van de hongerdood heeft gered. “De doden zijn gevallen vanwege het geweld, niet door gebrek aan voedsel of humanitaire zorg. De mensen zijn iets dunner geworden, ze hebben iets minder gegeten, maar de bejaarden en de kinderen, zij die het eerste zouden bezwijken, hebben kunnen overleven dankzij UNHCR.”

Vooral de afgelopen winter hebben de humanitaire hulpverleners hun programma ongehinderd kunnen afwerken - behalve in Bihac. Net voor het opnieuw uitbarsten van de oorlog in mei zijn ook de zaaizaden en het pootgoed in de enclaves afgeleverd, zodat de bevolking in de herfst iets kan oogsten. Nu liggen alle konvooien stil, op die naar Tuzla na.

Bijleveld houdt er rekening mee 'dat onze totale missie' onmogelijk wordt. “Het slechtste scenario van vorig jaar is het beste van dit moment: doorploeteren in een toestand van geen vrede en geen oorlog.” De staf van 150 buitenlanders - van wie er negen onder een mild regime vastzitten in Bosnisch Servisch gebied - en 600 lokale medewerkers wil doorgaan zolang het kan.

Vandaag vraagt de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, Sadako Ogata, aan de donorlanden een bedrag van 469 miljoen dollar - waarvan 172 miljoen voor UNHCR - voor de financiering van de hulpverlening in 1995 in het voormalige Joegoslavië. “Daaruit blijkt onze wil om te blijven”, zegt Bijleveld.

Over de houding van Radovan Karadzic en Ratko Mladic, respektievelijk politiek en militair leider van de Bosnische Serviërs, maakt hij zich overigens geen illusies: “Er is voor hen geen toekomst. Ze zitten als ratten in de val. Ze kunnen nergens heen: zo gauw ze hun territorium verlaten kunnen ze opgepakt en voor het tribunaal in Den Haag gesleept worden. Die laten zich niet intimideren. Als ze ten onder gaan - en dat is zeer Slavisch - proberen ze in hun val zoveel mogelijk mee te slepen. Het gebruik van geweld heeft nog niets opgeleverd. Ja, 370 gijzelaars. Een fraai succes. Hoe lang moet je doordrukken (om de Serviërs op de knieën te dwingen)? En is er werkelijk de wil om door te drukken als de eerste doden vallen? Wie wil zijn zonen zien omkomen in een conflict wat niets met ze te maken heeft?”

    • Frank Westerman