Misdaad loont; De vervagende grenzen tussen literatuur en crime

Jarenlang was de detective een genre waar de meer serieuze Nederlandse schrijver zijn neus voor ophaalde. De laatste jaren begint dat enigszins te veranderen. Steeds meer literaire auteurs hebben succes met boeken over misdaad en straf, zoals vorige week bleek uit de nominaties voor de Gouden Strop. Beginnen de grenzen tussen het misdaadgenre en de literatuur te verdwijnen?

De roman Een sterke man van Renate Dorrestein is vorige week niet genomineerd voor de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige misdaadverhaal. Wel zijn genomineerd de uit Arnhem afkomstige Henk Apotheker met zijn politieroman De Vrije Singel, oudgediende René Appel met het Tegenliggers, Tim Krabbé met het in geen enkele categorie passende Vertraging, Charles den Tex met het boek Dump over een chemisch afval-schandaal, en de Kampenaar Jacob Vis met de policier De bidsprinkhaan.

Het boek van Dorrestein komt zelfs niet voor op de longlist met 36 titels die dit jaar hebben meegedongen naar de Gouden Strop-nominaties. Toch is Een sterke man een uitermate goed geschreven en spannend boek, dat perfect past in de beste Engelstalige misdaadtradities. Een gezelschap excentrieke kunstenaars bevindt zich op een afgelegen landgoed in Ierland wanneer blijkt dat bijna iedereen uit het gezelschap in het verleden een dode op zijn geweten heeft. Waarom zijn ze eigenlijk uitgenodigd? Die vraag wordt des te klemmender als aan het eind van het verhaal alweer een dode valt. Wie heeft het gedaan? En: wie is het lijk?

Als ik na de bekendmaking van de Gouden Strop-nominaties aan juryvoorzitster Diny van de Manakker vraag waarom het boek van Dorrestein niet is doorgedrongen tot de lijst met spannende boeken waaruit moest worden gekozen, geeft ze toe dat dit inderdaad heel vreemd is. Vooral omdat de romans De rode strik van Mensje van Keulen en het nu genomineerde Vertraging van Tim Krabbé wel mee mochten dingen naar de 25 duizend gulden die aan de prijs verbonden is. De Gouden Strop, een initiatief van het genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, is de laatste jaren nadrukkelijk opengesteld voor boeken die niet direct in de sector spanning en sensatie thuis horen. Er mogen ook literaire auteurs worden voorgedragen, en sinds vorig jaar is duidelijk dat zij ook een goede kans maken te winnen. De prijs ging toen tot veler verbazing naar Maarten 't Hart, voor zijn roman Het woeden der gehele wereld.

De verklaring die Van de Manakker voor Dorresteins afwezigheid geeft is te banaal om waar te zijn. De uitgever heeft het boek niet ingezonden. En vervolgens is de jury vergeten het, zoals dat met het boek van Mensje van Keulen wel is gebeurd, zelf op de lijst te zetten. De juryvoorzitster moet bekennen Een sterke man niet te hebben gelezen, maar het lijkt haar een zeer geschikte kandidaat.

Lijken

Er zit schot in het Nederlandse misdaadverhaal. Jarenlang was de detective een genre waar de meer serieuze Nederlandse schrijvers hun neus voor ophaalden. Er verschenen wel boeken in het genre, onder meer bij uitgeverij Born, maar ze hadden nooit het aanzien dat literaire boeken ten deel viel.

De laatste jaren begint dat enigszins te veranderen. Niet dat iedereen nu plotseling thrillers en politieromans schrijft, maar er zijn wel steeds meer uit de literatuur afkomstige schrijvers die zich aan een soort tussengenre beginnen te wagen. Ze maken goed geschreven verhalen met een duidelijk plot en, als het zo uitkomt, ook nog een paar lijken, terwijl ze aanzienlijk meer pretenties hebben dan de lezer alleen maar te verstrooien. Het bekendste voorbeeld van de afgelopen jaren is Het gouden ei van Tim Krabbé, dat mede dank zij de verfilmingen internationaal inmiddels een van de best verkochte Nederlandse romans is. Daarnaast kan worden gewezen op schrijvers als Leon de Winter, Margriet de Moor, Bas Heijne en Harry Mulisch die zich de laatste jaren, ieder op hun eigen manier, aan het tussen-genre hebben gewaagd.

Redactrice Mitzi van der Pluijm van uitgeverij Contact, de uitgeverij van Renate Dorrestein, heeft de indruk dat er op dit moment steeds meer 'genre-vervaging' optreedt. “De Deen Peter H⊘eg is een goed voorbeeld, met zijn boek Smilla's gevoel voor sneeuw, maar ook een Nederlandse schrijfster als Christine Kraft, die dit najaar bij ons met een boek komt dat het midden houdt tussen een roman en een thriller.” Van der Pluijm zou het beslist erg leuk hebben gevonden als Een sterke man van Renate Dorrestein voor de Gouden Strop was genomineerd, maar ze heeft nooit formulieren voor deze prijs op haar bureau gezien. “Als we hadden geweten dat we het boek konden insturen, hadden we het zeker gedaan.”

Onder de meer traditionele misdaadschrijvers wordt de adoptie van de literaire schrijvers binnen de branche met enige scepsis gevolgd. Het is natuurlijk mooi als het genre door een dergelijke verbreding meer aanzien krijgt, maar er wordt gewaakt tegen beunhazerij. Tijdens de presentatie van de nominaties voor de Gouden Strop memoreerde de voorzitter van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, de schrijver Chris Rippen, enkele sceptici in de gelederen die vreesden dat zij door de opmars van literaire auteurs in het nauw zouden komen. Zolang de Libris Literatuur Prijs niet naar misdaadauteurs gaat, zo is hun redenering, moet een misdaadprijs als De Gouden Strop niet naar literaire auteurs gaan.

Het is trouwens de vraag of alle literaire auteurs zich wel even makkelijk door de wereld van de crime laten annexeren. Bekend is dat Tim Krabbé zijn huidige nominatie voor de Gouden Strop met gemengde gevoelens beziet. Krabbé's uitgever Mai Spijkers: “Het had natuurlijk meer voor de hand gelegen als Krabbé met Vertraging voor de Libris-prijs was genomineerd.”

Spijkers die zich met drie van de vijf nominaties voor De Gouden Strop tot één van de topuitgevers van Nederlandse misdaadauteurs lijkt te ontwikkelen, hecht er aan om binnen zijn eigen fondsen de scheiding tussen literatuur en crime zorgvuldig gescheiden te houden. Sinds hij directeur is van de uitgeverijen Prometheus en Bert Bakker heeft hij het eerste fonds nadrukkelijk voor literatuur bestemd, terwijl hij zijn nederlandstalige misdaadauteurs (René Appel, Lydia Rood, Peter Andriesse en Charles den Tex) in een herkenbare reeks bij Bert Bakker heeft ondergebracht. Hij hoopt het fonds op die manier een bepaalde aantrekkingskracht te geven op nieuwe auteurs die binnen het genre opkomen.

Gouden toekomst

Binnen de Nederlandse boekenbranche als geheel wordt de verbreding en differentiatie van de groep schrijvers over misdaad op dit moment luid toegejuicht. Tijdens een persconferentie over De Maand van het Spannende boek wees CPNB-directeur Henk Kraima er vorige maand op dat de grootste omzetstijging van de boekhandel de komende tijd uit de sector spanning en sensatie zal moeten komen. Juist de tussenvorm van literatuur en thrillers lijkt naar zijn gevoel een gouden toekomst tegemoet te gaan. Hij verwijst daarbij naar het succes van De verborgen geschiedenis van Donna Tartt en naar recente cijfers van de Stichting Speurwerk. Daaruit blijkt dat de grootste omzetgroei de afgelopen jaren is voortgekomen uit de sector spanning en amusement. Terwijl de omzet van literatuur al enkele jaren stabiel is, steeg het aantal verkochte 'spannende' boeken tussen 1990 en 1994 met 25%. In geld werd er in die periode zelfs 80% meer omgezet.

De CPNB gelooft via het spannende boek een nieuw publiek voor het lezen te kunnen interesseren. Zoals druggebruikers volgens de politie via de softdrugs tot harddruggebruik kunnen komen, zo zouden niet-lezers via goed geschreven thrillers de literatuur kunnen ontdekken.

Nederland begint op het gebied van de misdaad eindelijk mee te tellen. Niet alleen worden er op dit moment meer misdaden gepleegd dan ooit, er wordt ook steeds meer en steeds beter over gefantaseerd.