Marijke van Warmerdam: Niet iedereen kan goed douchen

Als Marijke van Warmerdam spreekt, lijkt het net alsof ze zwijgt. Ze gebruikt woorden die al zo vaak gezegd zijn, in zulke bekende combinaties, dat ze de hersens bijna niet prikkelen. Alsof ze alleen met peper, zout en boter een smakelijk gerecht wil bereiden. Iets lekkers maken, zou ze waarschijnlijk zelf zeggen, als het gesprek over eten was gegaan. Nu kijkt ze, vlak voor haar vertrek naar Venetië, naar de paarden in de manege aan de rand van het Amsterdamse Vondelpark en spreekt ze, noodgedwongen en onbekommerd, over haar werk. “Ik wil krachtige beelden maken,” zegt ze. En: “Ik vind het nog te vroeg om te reflecteren.”

Drie 16 mm-filmpjes zal Van Warmerdam, 36, geboren in Amstelveen, geschoold op de lerarenopleiding (handvaardigheid) en de Rijksacademie (beeldhouwen), tonen in Venetië: twee oudere, Handstand (1992) en Sprong (1994), en een nieuwe. Daarover zegt ze: “Een man van achter in de dertig staat onder de douche. Je ziet hem van dichtbij, alsof hij in de spiegel boven een wastafel te zien is. De man veegt het water uit zijn ogen.” Dat is alles. “Het heerlijke gevoel dat er alsmaar water over je heen stroomt, dat zocht ik.” Van Warmerdam is tevreden over de weergave van dit alledaagse, maar niet banale gevoel. “Soms lijkt het alsof er geen camera bij aanwezig is geweest.” Toch besteedde ze veel aandacht aan de uitvoering. “Ik heb eerst zelf geoefend en daarna mensen getest om te kijken of ze goed konden douchen, zoals de man die nu in het filmpje zit. Iemand kan er onder de douche ook uitzien alsof hij verzuipt. En ik moest een douche zoeken met een goeie straal, waar de camera makkelijk bij moest kunnen. De beste lokatie bood uiteindelijk de Amsterdamse theaterschool.” Douche heeft wel een begin, maar geen einde, het is, net als haar andere films, in een loop gezet. Hoe lang het duurt voor precies hetzelfde moment weer in beeld komt, is niet te zien. “De las is een oogknippertje.” Douche levert waarschijnlijk een krachtig beeld op, maar het uitgangspunt is, net zo als bij haar eerdere werk, broos. “Het zijn altijd heel concrete dingen,” zegt daarentegen Van Warmerdam. “Het is wat het is. Ik maak geen omwegen.”

In Handstand maakt een meisje in een witte jurk telkens een handstand tegen een muurtje, in Sprong doet een jongen op een zolderkamer steeds opnieuw een salto. Alle modellen in haar films, ook het vliegtuig dat opstijgt in Vliegtuigen (1994), lijken zich door de herhaling vast te bijten in een onberedeneerbare levensvreugde, een vreugde die doordringt in het hart van de kijker, door wat die ziet en door wat die zich herinnert.

Van Warmerdam is verrast dat zij door Dercon is uitgenodigd voor deze Biennale. “Het is altijd leuk om ergens voor gevraagd te worden, zeker door iemand die je waardeert.” Ze respecteert het werk van de twee andere deelneemsters. Dat het om drie vrouwen gaat interesseert haar niet. Overeenkomsten in hun werk en het thema van de expositie - de verbeelding van de menselijke figuur - boeien haar evenmin. “Ik hou niet van beperkingen. Voor mij ligt alles open, al geloof ik wel dat er door de keuze van de werken een zekere samenhang is ontstaan. Maar ik heb er geen behoefte aan die te benoemen.”

Van Warmerdam heeft tot nu toe vooral aan groepsexposities meegedaan. In oktober krijgt ze een eenmanstentoonstelling bij haar vaste galerie Van Gelder in Amsterdam. Daarna vertrekt ze voor een jaar naar PS 1, het door de Nederlandse overheid gefinancierde atelier in New York.

Douche is de zesde korte film die Van Warmerdam heeft gemaakt; ze begon drie jaar geleden pas met filmen. “Voor mij ligt film dicht bij sculptuur. In het verlengde daarvan zocht ik naar iets dat minder statisch is, en naar iets immaterieels.” Maar filmen is niet het enige wat ze doet. “Ik probeer voor een idee altijd het medium te vinden dat daar het beste bij past.” Voor een school in Amsterdam liet ze een componist vier melodietjes ontwerpen voor een carillon dat de schoolbel vervangt. Van Warmerdam voert haar werk vaak niet zelf uit. Ook voor haar films staat ze meestal niet zelf achter de camera. Ondanks of dankzij de professionele hulp zien haar filmpjes er vaak amateuristisch uit. Handstand zou bijvoorbeeld bijna door een vader gemaakt kunnen zijn. “Mijn werk ligt heel dicht bij de werkelijkheid,” zegt Van Warmerdam. “Het is terloops.” Maar zelden wordt het alledaagse zo intens aan de man gebracht.

Soms zijn de ingrepen van Van Warmerdam iets grover. Voor een woningbouwvereniging in Amsterdam-Noord bekleedde ze acht vuilnisbakken met bladgoud, die zomaar op de stoep voor een armoedige flat staan - stevig verankerd, dat wel. “Ik zou het liefst willen dat de vuilnisbakken echt gebruikt werden. Maar dat kan gewoon niet.” Af en toe stuiten haar plannen al in het begin op weerstand. Zo wilde ze in opdracht van het Zevende Museum in Den Haag de Hofvijver vullen met levende duikeenden. Maar daarvoor kreeg ze geen toestemming. Het water in de vijver voor het Binnenhof is te vervuild.

Omdat de eenden haar niet los lieten, maakte ze met dit dier een bijdrage aan het kunsttijdschrift op video Zapp. Ze filmde duikende waterhoentjes, futen en andere eenden in de sloten bij haar atelier in Abcoude en in de Amsterdamse grachten. De eenden zijn tussen de andere items op de video gemonteerd, steeds zwemt er een een paar seconde door het beeld. “Die eendjes, dat is zo dom,” zegt Van Warmerdam. “Het is echt bijna niets.”