Kok: vernietiging spionagedossiers om staatsveiligheid

DEN HAAG, 2 JUNI. Enkele duizenden dossiers van de vorig jaar opgeheven Inlichtingendienst Buitenland (IDB) zijn onaangekondigd vernietigd om redenen van staatsveiligheid.

Dit heeft premier Kok geantwoord op Kamervragen. Tegen de vernietiging was bezwaar gemaakt door deskundigen uit het archiefwezen. Volgens hen was deze actie in strijd met de Archiefwet en andere voorschriften. De minister-president stelt daar tegenover dat de regels uit de Archiefwet niet opwegen tegen het belang van staatsveiligheid.

Kok heeft het vernietigen van de dossiers bevestigd in antwoord op vragen van de Tweede-Kamerleden Van Oven en Valk (beiden PvdA).

“Bij het besluit om de rapportages te vernietigen is een afweging gemaakt tussen de belangen van staatsveiligheid en de belangen van de Archiefwet. Gekozen is om de belangen van staatsveiligheid te laten prevaleren”, aldus Kok.

Wetenschappelijke onderzoekers zagen in al die spionage-rapporten een goudmijn, omdat hiermee een deel van de 'verborgen' Nederlandse (politieke) geschiedenis zou kunnen worden geschreven. De 'spionage-historicus' B.G.J. de Graaff heeft met de politicoloog C. Wiebes de afgelopen jaren enkele pogingen ondernomen toegang te krijgen tot het archief van de Inlichtingendienst Buitenland. Dat is niet gelukt, maar telkens werd meegedeeld dat de archieven nog volledig in tact waren. De Graaff spreekt van “een groot verlies” omdat het nu bijvoorbeeld nauwelijks nog mogelijk is de rol van de Nederlandse inlichtingendienst gedurende de Koude Oorlog te beschrijven.

De in 1972 opgerichte Inlichtingendienst Buitenland kwam voort uit de Buitenlandse Inlichtingen Dienst (BID), die kort na de Tweede Wereldoorlog in actie kwam. Deskundigen beschouwen de IDB, waarvoor de minister-president verantwoordelijk was, als de Nederlandse variant van de Amerikaanse CIA. De IDB was gehuisvest in de villa Maarheeze in Wassenaar, waar ook de Nederlandse afdeling van Gladio, een internationale organisatie die in tijden van oorlog verzet zou moeten plegen, was ondergebracht.

De dossiers van de IDB bevatten soms beknopte, maar vaak zeer uitgebreide informatie over en uit tal van landen. Zo kreeg het gehele voormalige Oostblok veel aandacht en deze inlichtingen werden beschikbaar gesteld aan ministeries of andere belanghebbenden.

Pag.8: Vernietiging archiefstukken

De informatie werd verzameld op verzoek of in opdracht van de spionagedienst IDB, door ambtenaren of particulieren zoals vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en journalisten. Voor onderzoekers zou het materiaal een nauwkeurig beeld kunnen geven van waar de geheime dienst in de afgelopen vijftig jaar belang in heeft gesteld, hoe men vervolgens de verkregen inlichtingen heeft bewerkt en waar de accenten werden gelegd. “De zwakke en sterke punten van het inlichtingenwerk, de samenwerking en uitwisseling met andere westerse diensten, had aan de hand van al die rapportages kunnen worden geanalyseerd”, aldus De Graaff.

Uit de antwoorden van de minister-president blijkt dat hij het opruimen van de vele rapportages niet in strijd acht met de archiefwet. Zijn partijgenoten in de Tweede Kamer denken daar anders over. “Kok beschouwt de rapportages als momentopnames of als werkdocumenten. Volgens hem is het oorspronkelijke materiaal bewaard gebleven in het zogenoemde bronarchief en kan de IDB-leiding niets worden verweten. Maar de archiefwet maakt een dergelijk onderscheid helemaal niet”, aldus Van Oven.

Het grote probleem voor onderzoekers en andere belangstellenden is dat het bronarchief voor hen verboden terrein is en dat voorlopig ook zal blijven, als het aan de veiligheidsdiensten ligt. Van Oven wil de kwestie bespreken met minister Dijkstal (binnenlandse zaken) als in de Tweede Kamer het wetsontwerp op “verwijdering en vernietiging van BVD-dossiers” wordt behandeld. Een van de mogelijkheden zou zijn om het bronnenmateriaal toch eerder openbaar te maken. De Graaff noemt de gang van zaken “te gek voor woorden” en trekt een vergelijking met het buitenland. “In Australie komt dit soort informatie gewoon na dertig jaar beschikbaar. In de Verenigde Staten is al veel materiaal van de spionagediensten openbaar, maar als een gedeelte van een dossier om redenen van privacy nog niet mag worden vrijgegeven, dan staat precies aangegeven om hoeveel pagina's het precies gaat”, zegt De Graaff.