Kamer: meer geld voor waterschade

DEN HAAG, 2 JUNI. De Tweede Kamer vindt dat slachtoffers van de watersnood in het rivierengebied een extra vergoeding moeten krijgen voor maatregelen die zij hebben genomen om schade aan hun inboedel te voorkomen.

Minister Dijkstal (binnenlandse zaken), die gistermiddag over dit onderwerp aan de tand werd gevoeld, staat er positief tegenover, maar hij wil nog geen toezeggingen doen. Onduidelijk is wie de extra uitkering zal moeten betalen: het nationaal rampenfonds of de rijksoverheid.

De Kamerfracties zijn ontevreden over de opstelling van het bestuur van het rampenfonds. Het fonds zegt op grond van de statuten geen extra vergoeding te mogen betalen. Het gaat om een bedrag van 3,8 miljoen gulden voor kosten die 4.500 huishoudens hebben gemaakt om de waterschade zoveel mogelijk te beperken. Het betreft bijvoorbeeld de huur van zandzakken en de tijdelijke opslag van inboedels. De PvdA'er Huys wees erop dat veel burgers in het rivierengebied kosten hebben gemaakt om hun spullen in veiligheid te brengen, terwijl “wie Gods water in eigen keuken liet lopen wel geld kreeg”.

Slachtoffers ouder dan 65 jaar ontvangen al een bedrag voor die kosten. De fracties van PvdA, CDA, VVD en D66 vinden dat er geen onderscheid naar leeftijd mag zijn. Voor VVD'er Van Rey was de “halsstarrige” houding van het rampenfonds voldoende aanleiding om opheffing ervan te bepleiten. Daarvoor kreeg de Limburgse parlementariër echter geen steun.

Wel vinden de drie andere partijen dat het bestuur van het rampenfonds de statuten moet aanpassen zodat het geld alsnog kan worden uitgekeerd. Minister Dijkstal heeft niet de middelen om het bestuur daartoe te dwingen, maar hij beloofde nog eens met het rampenfonds in overleg te treden.

Dijkstal waarschuwde wel voor de fraudegevoeligheid van een nieuwe uitkeringsregeling en de mogelijke “zakkenvullerij” die daaruit kan voortvloeien. “Straks zijn er in een dorp meer schadeclaims dan gezinnen”, aldus de vice-premier.