Kabinet past Betuwelijn niet verder meer aan

DEN HAAG, 2 JUNI. Het kabinet is niet van plan nog iets te veranderen aan de oplossingen die het heeft gekozen voor de vijf grote knelpunten in de Betuwelijn.

Voorstellen van een aantal fracties hiertoe in de schriftelijke voorbereiding op het debat in de Tweede Kamer, zijn terzijde geschoven.

Dat blijkt uit de antwoorden op de 320 vragen over de Betuwelijn die de Kamer aan minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) heeft gesteld. De antwoorden zijn gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd. Het debat over de Betuwelijn heeft op 19 juni plaats.

De Tweede Kamer had Jorritsma voorgerekend dat met enkele verschuivingen 200 miljoen gulden vrij zou komen voor een tunnel onder het Pannerdensch Kanaal, in het natuurgebied Gelderse Poort. Vooral coalitie-partij D66 is veel gelegen aan het goed oplossen van dit knelpunt, dat algemeen wordt gezien als een lakmoesproef voor de milieuvriendelijkheid van die fractie.

Maar volgens het kabinet is schuiven met geld niet goed mogelijk, maar ook niet nodig. Want, schrijft Jorritsma, bij de nu gekozen oplossingen voor de vijf grote knelpunten was niet het benodigde geld doorslaggevend, maar de baten van, bijvoorbeeld, een tunnel in plaats van een brug. Om die reden wijst het kabinet een verschuiving van geld ten behoeve van de twee grote knelpunten Gorinchem/Schelluinen en Kerk Avezaath/Tiel af. Ook wil het kabinet zich niet vastleggen op de uitkomsten van een studie naar de veiligheid bij een ander groot knelpunt, bij Geldermalsen en Meteren. Daar kruist de Betuwelijn de spoorlijn tussen Utrecht en Den Bosch.

Uit de antwoorden valt niet goed op te maken of het ministerie zich tijdens de bouw van de Betuwelijn zal inspannen voor de toepassing van alternatieve technieken, zoals tunnelboren. Verschillende fracties willen dat en hebben daarom gevraagd de zogeheten 'bandbreedte' in het kabinetsbesluit te schrappen, die nu nog de mogelijkheid beperkt om in de tracering naar links, rechts of beneden uit te wijken. Aanpassing van de 'bandbreedte' is alleen mogelijk via een ingewikkelde, ongeveer anderhalf jaar durende procedure. Jorritsma schrijft nu dat de 'bandbreedte' intact blijft, omdat “verruiming verwachtingen kan wekken voor (verdergaande) wensen van lokale overheden”.

Uit de antwoorden komt verder naar voren dat de financiering van de Betuwelijn nog vele onzekerheden kent. Zo is er geen dekking voorzien, mocht over een aantal jaren blijken dat er geen belangstelling van private financiers is. Het kabinet rekent op een bijdrage door private financiers van 1,5 miljard gulden (op een totaal van ruim 8 miljard). Het Kamerlid Leers (CDA) noemde het vanmorgen “laf” dat “de verantwoordelijkheid voor de financiering nu wordt doorgeschoven naar een volgend kabinet”.

Daarnaast zijn er nog twee risico's in de financiering. Er is “onzekerheid” over de bijdrage door de Europese Unie, schrijft Jorritsma, en over de ontvangsten uit de verkoop van aardgas. De aardgasbaten staan borg voor een deel van de financiering van de Betuwelijn, maar hun omvang hangt af van olieprijs en dollarkoers.