Jorritsma tegen dumpen platform

ROTTERDAM, 2 JUNI. Minister Jorritsma van verkeer en waterstaat heeft de Britse minister voor industrie Tim Eggar deze week met klem verzocht de vergunning voor het laten zinken van het Noordzee-olieplatform Brent Spar te heroverwegen. Op zijn minst zou de Britse overheid de geplande vernietiging van de installatie moeten doen uitstellen om toetsing aan de Ospar-conventie mogelijk te maken.

De Ospar-conventie is de recente samenvoeging van de conventies van Oslo (1972) en Parijs (1974) die zich uitspreken over vervuiling van de Noordzee en omgeving vanaf schepen en installaties op zee en vanaf land. In een brief aan Eggar schrijft minister Jorritsma dat volgens de Nederlandse overheid de bestaande internationale afspraken geen basis leveren voor de vergunning die op 16 februari aan Shell werd afgegeven. Het Brent Spar platform werd geëxploiteerd door Shell en Esso.

De minister wijst erop dat volgens de milieu-effect-rapporten die Shell heeft laten opstellen nog aanzienlijke hoeveelheden aardoliebezinksel, zware metalen, PCB en laagradioactieve zouten (van natuurlijke herkomst) aan boord van de installatie zijn en dat de Oslo-conventie voorschrijft dat installaties die tot zinken worden gebracht volledig worden ontdaan van schadelijke stoffen. Zij verzoekt haar collega aan te geven op grond waarvan de Britse overheid deze richtlijnen heeft genegeerd.

In de brief onderstreept Jorritsma dat het Nederlandse beleid erop is gericht de (ruim honderd) gas- en olieplatforms op het Nederlandse deel van de Noordzee uiteindelijk op land te laten slopen. In antwoord op Kamervragen heeft zij er deze week op gewezen dat dit al sinds 1991 het officiële beleid is. Het Brent Spar platform is een drijvend exploitatieplatform in het zogeheten Brent-veld ten oosten van de Shetland-eilanden. Het is aan de bodem van de Noordzee verankerd maar deint mee in de golven. Het platform, destijds gebouwd door Wilton-Fijenoord en IHC Gusto en geïnstallleerd door Heerema, was in gebruik als opslag- en overslagvat voor gewonnen aardolie. Het verloor zijn functie toen de Brent-olie rechtstreeks per pijpleiding naar de wal werd gebracht. Begin mei werd het verlaten platform bezet door actievoerders van Greenpeace dat de dumping onaanvaardbaar acht en vooral de precedent-werking vreest.

Volgens een woordvoerder van Shell in Rotterdam is het zeker niet de bedoeling alle overbodige Shell-platforms tot zinken te brengen. In principe zullen de platforms voor sloop aan land worden gebracht. Zeker zal dat het geval zijn met de kleine, stalen gasplatforms in het zuiden van de Noordzee. Voor de grotere olieplatforms op betonnen poten met betonnen reservoirs zal van geval tot geval onderzocht worden wat de beste oplossing is.