Het ruist

Ook uit het hardste materiaal worden zachte herinneringen gevormd. Ik weet niet hoe, maar één ding weet ik wel: het is in volle gang.

Het regent. Het regent vreselijk. Het ruist, het druipt, het tikt. Zwarte roodstaarten verzamelen onder het overstekende dak de laatste insekten voor hun jongen. Een mannetjesorchis ligt al gebroken in het veld.

De Mühlebach buldert, haar water slaat wanhopig schuimend over rotsen heen. De Bärgelbach dreunt, haar water dik geworden van de meegesleurde grond. Gemeten naar erosie moet het dezer dagen hoogtij zijn.

Maandag tegen de avond is het begonnen. Wetterhorn, Mettenberg en Eiger, contouren die je wel kunt dromen, maakten zich onzichtbaar en nu regent het nog steeds.

Soms trekken de wolken een eindje op en dan zie je plotseling het dal, het dorp, de kerk, de koeien en de huizen aan de overkant.

Of ze scheuren ver naar boven open en dan is er even licht, een zweem van berg. Dan zijn er flarden van een wand, een bos, een gletsjer of een waterval - dat hangt dan zomaar ergens in de lucht, dat is dan eerder hemels dan iets aards.

Zo hoog, zo steil, zo wit en zo dichtbij - dat wist je niet, dat doet zich voor als nieuw, verrassingen voor straks, voor in de zon.

Jawel, natuurlijk wel, natuurlijk houdt dit op.