Goedkopere effectenbeurs vergt wijzigingen in bestuurlijke organisatie; Positie hoeklieden verder onder druk

AMSTERDAM, 2 JUNI. De Amsterdamse effectenbeurs gaat haar tweede ingrijpende reorganisatie in korte tijd tegemoet. Vorig jaar werd na lang soebatten een geheel nieuw geautomatiseerd systeem voor de beurshandel ingevoerd. Nog dit jaar zal ook de bestuurlijke organisatie van de effectenbeurs worden aangepakt.

Beide maatregelen zijn in feite ingegeven door dezelfde ontwikkeling: de verdergaande liberalisering van de internationale kapitaalmarkten die de positie van de Amsterdamse effectenbeurs als thuisbasis voor Nederlandse effecten bedreigt.

Drie jaar geleden constateerde adviseur McKinsey dat het Damrak in hoog tempo marktaandeel verloor aan de goedkopere beurzen in Londen en de Verenigde Staten. Slechts ingrijpende verandering van het handelssysteem zou de ontwikkeling ten goede kunnen doen keren, vond McKinsey. Het traditionele hoekmansbedrijf, waarlangs verplicht alle transacties moesten worden geleid, had zijn langste tijd gehad en moest voor grotere transacties plaatsmaken voor rechtstreekse handel via beeldschermen.

Over zulke veranderingen was binnen de vele commissies op Beursplein 5 jaren vruchteloos gepraat. Maar de vreemde ogen van McKinsey dwongen en de vernieuwing van het handelssysteem met de daaraan gekoppelde sanering van het hoekmansbedrijf werd op 1 oktober vorig jaar gerealiseerd.

De lijdensweg om tot het nieuwe handelssysteem te komen maakte nog iets anders duidelijk. Partijen binnen de beurs - de machtige banken voorop - vonden dat de leiding van de beurs niet in staat was de grote problemen snel en adequaat aan te pakken. Ook McKinsey had in het inmiddels beruchte adviesrapport gewezen op de gebrekkige slagvaardigheid van de beurs.

Al twee eeuwen kunnen de begrippen 'Amsterdamse Effectenbeurs' en 'Vereniging voor de Effectenhandel' door elkaar heen worden gebruikt. De beurs - niet meer of minder dan een marktplaats - wordt georganiseerd door de handelaren in effecten die er hun brood verdienen. Zij zijn lid van een vereniging met een algemene ledenvergadering, een bestuur, een dagelijks bestuur en talloze commissies die zich met bezighouden met beursregels, intern tuchtrecht en dergelijke.

Al die gremia kennen een zorgvuldige verdeling naar 'bloedgroepen'. Banken, commissiehuizen en de hoeklieden waaruit de vereniging bestaat zijn gelijkelijk vertegenwoordigd en moeten tot consensus zien te komen. Er is wel een facilitair bedrijf met de naam Amsterdamse effectenbeurs en een directie, maar die is geheel ondergeschikt aan de Vereniging.

Voor het einde van het jaar moeten die rollen worden omgedraaid. Directeur J. Brouwer zei woensdag in deze krant dat de Vereniging op afstand wordt geplaatst. De beurs wordt een NV met de Vereniging als voorlopig enig aandeelhouder. Na drie jaar kunnen ook andere aandeelhouders worden toegelaten.

Binnen de Vereniging wordt nu gesproken over de vraag hoe de nieuwe NV en de Vereniging de bevoegdheden moeten verdelen. Zoals de traditionele beurs betaamt, bereidt een commissie met bankiers, commissionairs en hoeklieden onder leiding van oud-beursbestuurder Fop Hoogendijk een uitgewerkt voorstel voor dat de leden van de Vereniging in het najaar zullen moeten aannemen.

De verschillende belangen zijn in deze discussie duidelijk. Kleinere partijen, zoals overgebleven hoeklieden en commissionairs, hebben baat bij een sterke vereniging. Daar geldt immers het systeem one man one vote om tot beslissingen te komen. Een hoekman met vier medewerkers heeft in het beursbestuur formeel even veel te zeggen als een grootbank met duizenden werknemers.

De grote partijen zien dat anders. Zij willen wel een goed functionerende effectenmarkt, maar vooral ook één waar goedkoop transacties gedaan kunnen worden. Een efficiënt geleid bedrijf met niet te veel bemoeienis van de Vereniging kan daar in hun ogen het beste zorg voor dragen. Zij hebben bovendien nog het argument dat na de recente saneringen op de beursvloer, de hoeklieden (van wie er slechts een handvol over zijn) zijn oververtegenwoordigd in het beursbestuur.