Een ster uit Venezuela

Ik ontmoette haar toen ik me inschreef voor een zomercursus van de Newyorkse filmacademie. Ze vroeg of ik wist hoe het metronet werkte. Ik stelde toen maar voor koffie te gaan drinken. Meestal stel ik niets voor.

We gingen naar een café op Union Square waar veel fotomodellen komen. Ik was er nog nooit geweest. Het was er zo druk dat we aan de bar moesten gaan zitten.

Ze dronk thee. 'Ik houd ervan lopend te eten', zei ze. Op de introductiedag kwam ik haar weer tegen. Er hadden zich niet veel studenten aangemeld. We moesten opstaan als onze naam werd omgeroepen. Ze heette Elvira. Er was een oude man bij. Hij scheen Elvira te kennen. In ieder geval praatte hij Spaans met haar. Hij liep met een stok. Ik vroeg me af waarom hij zich voor deze cursus had aangemeld. Dat vroeg ik me trouwens van de meeste mensen af, inclusief mijzelf. We werden bekend gemaakt met de apparatuur die we zouden gaan gebruiken. Ik kon mijn aandacht er niet bij houden. De avond ervoor had ik veel gedronken. Toen we na afloop met zijn allen in de hal van de academie stonden, ging het gesprek over Scorsese. Opeens zei Elvira: 'Laten we iets gaan drinken'.

Ik zei dat ik daar wel voor voelde. We liepen weg voor de anderen ons konden volgen. Alleen de oudere man die Spaans praatte gaf me snel een hand. 'Dat is Angelo', zei Elvira. We gingen naar het café waar we al eerder waren geweest. 'Ken je Angelo goed?' vroeg ik. 'Ik heb hem net ontmoet', zei ze. Ze draaiden dezelfde muziek als gisteren. Geen muziek om koffie bij te drinken. Meer bier, of wijn.

'Ik drink bijna nooit', zei ze.

'Ik ook niet.'

'Maar nu wel.'

'Nu wel.'

'Ik ben actrice, ik kom uit Madrid.'

Ik merkte dat er naar ons werd gekeken. Waarschijnlijk meer naar haar dan naar mij.

'Ik heb net een film in Venezuela gedraaid. Tropic Gipsy.'

'En jij was de tropische zigeunerin?'

'Ik was de tropische zigeunerin. Ik ben op zoek naar een agent.'

Met een potlood kamde ze haar haar. 'In Venezuela was ik een ster.'

'Ik was in Amsterdam een ster.' Ze lachte. Het was ook een goeie grap.

'Zullen we ergens anders heen gaan', vroeg ik.

We liepen naar een bar een paar straten verder. Ik sjokte achter haar aan door de warme straat. Ik voelde me moedeloos. Niet de moedeloosheid van iemand die serieus overweegt uit het raam te springen, meer de moedeloosheid van een verkeerde dag. En van warm bier.

De bar was bijna leeg. Er werkte een meisje.

'We hebben geen thee', zei ze.

Ze wilde mijn paspoort zien. Het komt niet vaak voor dat ze mijn paspoort willen zien.

Ik probeerde ruzie te maken, maar toen bedacht ik me dat ik mijn Amerikaanse perskaart bij me had.

'Ben je journalist?' vroeg Elvira.

'Zo nu en dan.'

'Waar schrijf je over?'

'Ditjes en datjes.'

Ze bekeek de kaart. De foto die er op stond was niet echt florissant.

Er stond een jukebox achterin het café. 'Waar houd je van?'

'Iets zachts', zei ze.

Ik koos Madonna uit. Niet omdat het zo zacht was. Meer omdat het me bekend voorkwam.

Toen ik weer naast haar kwam zitten zei ze: 'Misschien zou jij het leuk vinden om over de film te schrijven'.

In dit café waren geen andere mannen om naar haar te kijken, dus deed ik het zelf.

'Tropic Gipsy', zei ze.

'Ik weet het niet, ik zal kijken.'

Madonna was harder dan ik had gedacht.

Ze pakte een foto uit haar tas. Het was een foto van haar.

'Hier', zei ze. 'Die kan je er dan bij afdrukken.'

'Het hangt van mijn redacteur af, ik ben maar een onderdeurtje.'

Mijn perskaart lag nog altijd op de bar. Ik bestelde nog een Rolling Rock.

Voor ze wegging zei ze: 'Ik ben op zoek naar Woody Allen. Ik ben een grote fan'. 'In deze stad is iedereen op zoek naar Woody Allen', antwoordde ik.

In de heren-wc leunde ik tegen de muur en plaste. Ik kon mezelf nauwkeurig in de spiegel bekijken. De baardgroei zet niet echt door, dacht ik.

Op de bar lag haar foto en geld voor haar drankje. De foto was te groot om in mijn jaszak te stoppen. In een hotelbar een paar straten verderop speelde een pianist. Ik ging naar binnen. 'Wie is dat', vroeg de ober, en wees op de foto.

'De jonge Madonna', zei ik. 'Alleen dan Spaans.'

'En wie ben jij?'

'De jonge John McEnroe.'

De pianist was opgehouden met spelen en riep: 'Mike, mijn handen zitten aan de toetsen vastgeplakt, zet de ventilatie eens aan.'

Ik had nog nooit zo'n rode neus gezien als die van de pianist. 'Is dat je bruid', vroeg de ober nadat hij het glas op mijn tafel had gezet.

'Ik heb je al gezegd, dit is de jonge Madonna. Ik doe onderzoek naar de minder mooie kanten van haar verleden.' Op dat moment riep de pianist: 'Godverdomme, is het hier een sauna, of gaat de ventilatie nog aan?'

De ober reageerde niet. De pianist stond op en liep langzaam naar een tafeltje waar een vrouw zat te lezen. 'Wat brengt je hier op deze stikhete dag', vroeg hij.

Toen er geen antwoord kwam, wendde hij zich tot mij. Aan zijn blik merkte ik dat hij de foto op tafel had zien liggen. Iedere stap leek hem moeite te kosten.

Hij pakte de foto op en bekeek hem.

'Geef me een drankje en ik speel wat je wilt', zei hij zacht.

    • Arnon Grunberg