Een kip kost twintig cacaobonen; Het chocolade-museum in Keulen

Imhoff-Stolwerck-Museum, Rheinauhafen, Keulen. Ma t/m vr 10-18u, za en zo 11-19u.

Aan de rand van een piepklein eiland in de Duitse stad Keulen ligt een schip afgemeerd. Een oude gietijzeren draaibrug verbindt de oever met het schip, dat eigenlijk geen schip is, maar een gebouw. Een museum. Maar uit dit museum komen geen mensen met dikke catalogi onder hun arm, maar jongens met dikke repen chocolade, een meisje met een chocoladehaan en een meneer met een klein zakje gevuld met in roze papier verpakte chocolaatjes. Het museum is een chocolademuseum. Het is gesticht door meneer Imhoff, directeur van grote chocoladefabrieken in Duitsland, België en Zwitserland. Ook in het museum heeft hij een fabriek gemaakt. Het is een minifabriek, maar de chocoladegeur is wel bedwelmend. Zou meneer Imhoff misschien eigenlijk meneer Wonka zijn uit Roald Dahls Sjakie en de chocoladefabriek? Komen hier de onzichtbare chocoladerepen voor op school vandaan? Wordt hier het aflikbare behang voor kinderkamers gemaakt?

Helaas, nee. Even lijkt het nog of hier Oempa-Loempa's werken, want de machines die hier staan zijn ongeveer vijf keer zo klein als in een echte fabriek. Maar erachter zijn gewone volwassenen hard aan het werk. In de eerste machine worden de geroosterde cacaobonen vermalen. De juffrouwen laten me zo'n boon proeven. Nu begrijp ik waarom meneer Wonka in het boek verontwaardigd uitroept: 'Je denkt toch zeker niet dat ik op cacaobonen leef'. Ze smaken bitter, helemaal niet als chocola. De bonen worden fijngemalen en verhit. Dan ontstaat een stroperig goedje dat vermengd wordt met extra cacoboter en suiker. Als dat gebeurd is kan de echte chocoladeproduktie beginnen. Ook het geheim van de witte chocolade wordt hier onthuld. Die chocolade is wit omdat alleen de boter uit de cacaoboon wordt gebruikt.

Jammer genoeg mag je in het museum alleen de cacaobonen proeven. Zodra de bonen veranderen in vloeibare chocolade en vervolgens in repen, bonbons, en figuren, staan de machines achter glas. Ook bij de kerstman van wel drie kilo chocolade kun je niet komen.

Op het mooiste plekje van het museum, in de boeg met uitzicht op de Rijn, staat een chocoladefontein. Het is net een kerstboom. Met dikke stralen stroomt de romige melkchocolade er vanaf. De vriendelijke dames van het museum en een dik koord moeten likgrage bezoekers op afstand houden. Iedereen krijgt één in chocolade gedoopt wafeltje.

In het museum is ook een mooie afdeling over de geschiedenis van de chocola. Hier blijkt dat de cacaoboon, die uit Mexico komt, door de indianen als betaalmiddel werd gebruikt. Een kip kostte maar liefst twintig bonen, een vrouw vijftig. In de zeventiende eeuw werd de chocola bekend in Europa. Net als champagne en kaviaar nu, was chocolade toen zo duur dat alleen rijke mensen het konden kopen.

In het museum staan prachtige oude blikken en bonbondozen en het interieur van een winkel waarin vroeger koloniale waren (chocolade, maar ook kruiden en specerijen uit verre landen) werden verkocht is er nagebouwd. Er is zelfs een kleine pick-up waarop plaatjes van chocolade kunnen worden gedraaid.

Natuurlijk hangen er ook foto's van weldoener Imhoff en aan zijn omvang te zien houdt hij zelf ook erg veel van chocolade, want hij is zo rond als een tonnetje. Op één van de foto's kijkt hij je aan met die onmiskenbare chocoladeblik... en je weet nu dat het mag: naar de museumwinkel! Als je eindelijk zo'n zacht chocolaatje op je tond laat glijden voel je je even Sjakie. Toen bij hem de romige chocolade door zijn keel in zijn lege maag stroomde, begon zijn hele lichaam van onder tot boven te tintelen van genoegen en verspreidde zich een gevoel van intens geluk door hem heen.