Een jongen voor één nacht

Alissa Walser: Dit is niet mijn hele verhaal (Dies ist nicht meine ganze Geschichte). Vert. Gerrit Bussink. Uitg. Bodoni/De Kern, 94 blz. Prijs ƒ 27,50

Gekke tekeningetjes staan er in de prozabundel Dit is niet mijn hele verhaal. Een dolfijnachtig wezen maakt een vrije val door de ruimte; alleen zijn geslachtsdeel is exact weergegeven. Twee figuurtjes met piekhaar liggen op een laken; het been van de een rust op de blote rug van de ander; zijn ruggewervels kun je tellen, zo dun is hij.

Alissa Walser (1961), schrijfster, schilderes en dochter van de Duitse auteur Martin Walser, schrikt niet terug voor een beetje erotiek in de letterkunde. Haar eigenhandig geïllustreerde verhalen ademen een geheimzinnige sfeer. Hoe de ik-vertelster heet en waar ze vandaan komt, blijft buiten beschouwing. We weten alleen dat ze jong is en in een grote stad woont ver van huis, de stad New York waarschijnlijk. De ontmoetingen met haar minnaars spelen zich af in een zone waar dromen en waken in elkaar overgaan. Ze zijn niet netjes, deze ontmoetingen, ze kunnen het daglicht niet verdragen, maar Alissa Walser beschrijft ze behoedzaam en teder zodat er pure poëzie ontstaat.

De vrouw vrijt met arme Latino's in huizen vol torren en kakkerlakken, met jongens in lieflijke jurken en met kerels die van kerels houden, met wezens kortom die haar mateloos fascineren door hun vreemdheid. Als een reiziger in een mooi maar gevaarlijk terra incognita verkent zij het lichaam van iedere man. Aantrekkelijk want unheimlich is voor de Ik ook haar bloedeigen vader. In het openingsverhaal, waarvoor de schrijfster de Ingeborg Bachmannprijs kreeg, wil die vader weten waaraan zijn dochter het geld heeft uitgegeven dat hij haar voor haar verjaardag schonk. Welnu, van het geld heeft de dochter een jongen gekocht, een jongen voor één nacht.

Door de telefoon deelt de vrouw haar vader zakelijk mee wat ze zoal met de jongen gedaan heeft. Ze hebben samen gegeten, ze zijn naar de bioscoop geweest, ze hebben door de stad geslenterd. 'Heel even leek het me een goed idee om het in de hal van een flatgebouw te doen. Maar de buitendeuren waren op slot [-]. Zelfs de nissen in de muren [-] waren plotseling niet diep genoeg meer. Hopelijk had je iets warms aan, zegt mijn vader. Ja, zeg ik, mijn lange jas. En daaronder, wil hij weten, ik vertel het hem, en daaronder wil hij weten, ik vertel het hem.'

Slechts één ding verzwijgt ze: haar angst. 'Liefdegave' is een melancholiek verhaal omdat er zo'n isolement uit spreekt. Toch staat de vrouw niet helemáál alleen, want ondanks de fysieke afstand zijn vader en dochter sterker met elkaar verbonden dan hun eigenlijk lief is. Naar alles waarvoor de burgermaatschappij het bordje Verboden Toegang geplaatst heeft zijn beiden even nieuwsgierig.

    • Anneriek de Jong