Een bezorgde oude dag

Pensioenfonds PGGM voor de zorgsector zal in een paar jaar de beleggingen in aandelen opvoeren van 32 procent nu tot tussen de 50 en 60 procent.

Daardoor zal straks het gewicht van aandelen in de portefeuille van PGGM, ruim vijftig miljard gulden groot, weinig meer afwijken van die van grote gemengde beleggingsfondsen als Robeco. Er is ook een belangrijk verschil: wie aan een beleggingsfonds deelneemt, accepteert dat er magere beleggingsjaren zijn waarin het fonds verlies maakt, en wordt daar bij deelname ook uitdrukkelijk op gewezen. De verplichte deelnemers van PGGM zijn dat nog nauwelijks gewend. Substantiële aandelenbeleggingen die in marktwaarde sterk kunnen fluctueren zijn voor veel pensioenfondsen iets van de laatste jaren. PGGM zelf had vijf jaar geleden nog maar 14 procent in aandelen belegd. Bovendien is het nog maar een paar jaar in de mode om ook de obligatieportefeuille - traditioneel de bulk van de beleggingen - op marktwaarde te waarderen. PGGM moest daardoor over 1994 al een totaalrendement van nul procent rapporteren. Bij de voorgenomen, nu nog fictieve, mix van 55 procent aandelen, 30 procent vastrentende waarden en 15 procent onroerend goed zou PGGM uitgaande van de eigen verslagmethode over 1994 een verlies hebben gemaakt van ruim drie procent. En er zijn veel slechtere aandelenjaren denkbaar dan 1994.

Ondanks het feit dat PGGM haar deelnemers uitgebreid zal inlichten over het nieuwe beleid, zal het fonds zich moeten voorbereiden op de nodige onrust: zelfs het Robeco-fonds, dat zodanig belegt dat echt grote uitschieters in de fondsprestatie worden vermeden en waarvan de participanten behoren te weten dat beleggen met vallen en opstaan plaatsvindt, krijgt na een tegenvallend jaar nog heel wat telefoontjes van onbegrijpende deelnemers.