Ede haalt weer adem na eind branden

Het speciale Brandenteam van de politie in Ede, dat onderzoek deed naar de serie branden in en om de Gelderse gemeente, is opgeheven. De daders zijn gepakt, de branden bekend. Een terugblik.

EDE, 2 JUNI. Eerst bracht hij z'n vriendin naar huis. Maar daarmee was de dag nog niet gedaan; voor hij naar huis ging, werd er eerst nog ergens een brand gesticht. Dat moest, zo voelde hij dat.

Met de opheffing van het zogeheten Brandenteam heeft de politie in Ede het boek De Pyromaan van Ede dichtgeslagen. Een team van liefst zeventien rechercheurs heeft de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar de reeks branden die de Gelderse gemeente teisterde. Een totaal van veertig branden, waarvan de eerste werd aangestoken op 16 maart en waarvan de totale schade in de miljoenen loopt. Er werden twee verdachten aangehouden.

De hoofdverdachte - een 21-jarige inwoner van Ede - werd op 25 april opgepakt en bekende uiteindelijk zo'n dertig branden. Een achttienjarige plaatsgenoot, die medio mei werd aangehouden, bekende de overige branden. Hij vond naar eigen zeggen de publiciteit wel leuk en hoopte met zijn branden de politie op een dwaalspoor te brengen. De jongeman, die de andere verdachte overigens niet kent, werd aangehouden na al te klungelig gedrag: hij belde onder eigen naam de politie en meldde een brand die hij zelf gesticht had. Ter plekke was er evenwel een getuige geweest die een nauwkeurig signalement kon geven van de achttienjarige.

De hoofdverdachte werd in zijn drang tot het stichten van branden geprikkeld door opmerkingen van zijn broer en van twee bekenden. Hoe mooi het zou zijn wanneer dat ene gebouw 'in de hens zou gaan'. Bovendien werd de verdachte verschillende malen door de drie naar een locatie gebracht waar brand gesticht kon worden. De drie werden in de loop van het onderzoek opgepakt en zullen waarschijnlijk moeten voorkomen.

Een contactarme man, zo omschrijft de politie de 21-jarige Edenaar. Hij woonde bij zijn ouders en had een vriendin. Die bracht hij 's avonds eerst naar huis voor het tot het stichten van branden kwam. “Het waarom is ook voor hem absoluut onduidelijk”, zo zegt rechercheur en Brandenteam-coördinator T. Hameka. “Hij kan niet aangeven waarom hij die branden nu zo nodig moest stichten. Op zeker moment begon het gewoon.” Vervolgens escaleerde de zaak langzaam maar zeker: het begon met kleine brandjes, daarna werd het groter. De laatste branden betreffen een grote loods met tientallen caravans en een garage.

Dat de man werd opgepakt is te danken aan een combinatie van tips vanuit de bevolking en de kennis bij de politie. Hameka: “Ons team bestond uit agenten die de bevolking kennen. Zo konden we vrij snel een aantal groepen van mogelijke daders lokaliseren.” Daarnaast kwamen er honderden tips van de bevolking. “Ze belden zelfs vanuit Friesland en Limburg. Dat er een brandstichter bij hen in de buurt had gewoond, die volgens hen enige tijd terug naar Ede was verhuisd. We hadden het geluk dat tips en kennis perfect op elkaar aansloten. Met behulp van de tips wisten we de verdachte ten slotte op te pakken.”

In eerste instantie leek dat niets op te leveren, want de verdachte ontkende. Maar de twee ondervragers zetten door. Ze confronteerden hem met bewijsmateriaal en legden hem het vuur na aan de schenen. Op 25 april sloeg de man door: hij bekende eerst een paar branden en gaandeweg het verhoor uiteindelijk dertig. “De verhoren werden steeds door twee dezelfde agenten gedaan. En ik kan wel zeggen dat zij aan het einde van die eerste twee dagen net zo kapot waren als de verdachte”, aldus Hameka.

Langzamerhand keert de rust in Ede weer. Op het bedrijfsterrein Frankeneng, waar veel van de branden werden gesticht, wordt het signalement van een onbekende auto niet langer direct doorgegeven aan de politie. “Je merkt dat de mensen opgelucht zijn. Het bedrijfsterrein was enorm beveiligd. Iedereen was er op zeker moment mee bezig, er was heel veel sociale onrust. Dat is nu gelukkig over.”

    • André Ritsema