Discipel in een kunstmatig universum; Het kwaad hult zich bij Michael Larsen in een virtuele mantel

Michael Larsen: Niets is zeker. Vert. Kor de Vries. Uitg. Bert Bakker, 240 blz. Prijs ƒ 29,90.

De journalist Martin Molberg, hoofdpersoon van Niets is zeker, wordt geplaagd door een mooie romantische wanhoop: zijn liefde voor het leven, de mooie Monique, is vermoord. Die moord heeft buiten beeld plaatsgevonden, de lezer van de tweede, zeer filmische roman van de Deen Michael Larsen (1961) duikt meteen met Molberg een depressie in. In een hotel te Los Angeles, waar deze een spontaan interview met Jack Nicholson probeert te arrangeren, ontdekt hij de kamer waarin zijn vriendin er een ander leven op na lijkt te hebben gehouden. Molberg heeft thuis in Kopenhagen een foto gevonden waarop zijn vriendin in dat Amerikaanse hotel een pornografisch hoogstandje volbrengt met een onbekende man - en zo te zien lijkt ze het nog lekker gevonden te hebben ook. Molberg is vertwijfeld; is deze geile del de Monique die hij heeft gekend en bemind? En wie heeft haar vermoord?

De titel zegt het al: Molbergs twijfel over het ware karakter van zijn dode vriendin is nog maar het begin. Tegenover zijn huis ontploft een bom, waardoor de getuige die Molberg een alibi verschafte voor de avond waarop zijn vriendin werd vermoord, wordt uitgeschakeld. Die aanslag zet de zuipende en pillenslikkende journalist op een spoor, dat hem regelrecht naar de digitale wereld van de toekomst leidt. In die onbekende wereld blijkt niets te zijn wat het lijkt. Ieder beeld kan gemanipuleerd worden. Is de foto van Monique en haar onbekende minnaar wel echt? Of is de man uit een pornofilm gelicht en op digitale wijze aan Monique gekoppeld?

Michael Larsen laat in Niets is zeker de thrillerachtige intrige behendig synchroon lopen met het thema van zijn roman: hoe te leven in een wereld waarin ieder besef van de realiteit lijkt te verdwijnen in een stortvloed van artificiële beelden? Een voor een worden de fundamenten onder Molbergs leven weggeslagen en zijn auteur laat er geen twijfel over bestaan dat ons eenzelfde toekomst te wachten staat.

In Niets is zeker wil Larsen de schaduwzijde van het blinde idealisme van zoveel digitale enthousiastelingen laten zien. Molberg filosofeert tussen de bedrijven door aanhoudend over de nieuwe wereld, die voor hem steeds meer het aanzien van een hel krijgt: 'Voor mij zijn mensen als Stig Plaun [een computerdeskundige die hij om advies gevraagd heeft] vertegenwoordigers van de toekomst. Een digitale discipel. Een mathematische messias. Er bestaan mensen als hij die zich niet alleen de nieuwe technologie eigen hebben gemaakt, maar die een universum zijn binnengegaan waar de planeten kunstmatig zijn en God in codes spreekt.' Niet alle filosofieën van Molberg zijn even helder, zeker niet in het opvallend onhandige Nederlands van de vertaling (die soms gewoon nergens op slaat: ergens in het begin komt een vrouw een kamer binnen met 'een filter in een trechter' en schenkt koffie in. Wat moet ik me daarbij voorstellen?).

Paradoxaal genoeg blijkt de kracht van het boek, de strakke intrige, uiteindelijk ook de zwakheid van Niets is zeker. Hoewel Molberg tijdens zijn zoektocht naar de werkelijkheid van de foto in zijn bezit verdwaasd van verdriet en de pillen is, wordt ten slotte duidelijk dat het drama zich niet enkel in zijn hoofd afspeelt. Aan het einde van zijn intrigerende roman negeert Larsen plotseling de sfeer van dubbelzinnigheid en ongrijpbaarheid die hij zo zorgvuldig heeft opgeroepen en kiest hij voor de enkelvoudige ontknoping die je van een gewone thriller verwacht: er ís een complot tegen Molberg, er is ook een heuse schurk, en niet zo'n kleintje ook. Deze bedient zich van dezelfde wuft-cynische toon die we van andere megalomane superschurken kennen - die in de James Bond-verhalen, maar ook in die andere Deense literaire thriller, Peter H⊘egs Smilla's gevoel voor sneeuw, een roman waar Niets is zeker meer gemeen mee heeft.

In laatste instantie blijkt de werkelijkheid dus niet zo ongrijpbaar als Larsen ons tot aan de laatste bladzijden van zijn roman heeft willen laten geloven; er is goed en er is kwaad. Dat het kwaad zich dit keer in een virtuele mantel hult en lijkt winnen door middel van slinkse digitale technieken, doet aan het al te genoeglijke simplisme van die tweedeling weinig af.