Deze hamburger is gehuurd van Goodyear

Het verhaal van 'Los Angeles op goed geluk' van de Engelsman Richard Rayner is, net als dat van alle goeie romans, niet erg spectaculair: een Engelse journalist ontmoet op Kreta een Amerikaanse Playboybunny en reist haar achterna naar Los Angeles. Maar geestig is het boek wel. “En een komische roman is wat mij betreft per definitie een goeie roman, dus een komische Engelse roman zeker.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn gekomen.

Richard Rayner: Los Angeles op goed geluk. (Los Angeles without a map) Uitg. De Arbeiderspers. Prijs ƒ 16,90

Ik ben deze week in Gent bij de Slegte langsgeweest, heb daar een boek gekocht (300 Bfr ipv 740) dat ik niet kende en laat ik met de deur in huis vallen: het boek is een schitterende roman. Hier komen meteen (want morgen is het weer vroeg dag) de gegevens: de schrijver heet Richard Rayner; het hoofdpersonage in de roman heet ook zo; de titel van de roman is Los Angeles op goed geluk, wat titelsgewijs een aanvaardbare omzetting is van Los Angeles without a map; het origineel is gepubliceerd in 1988 door Paladin Books in Londen; de vertaling (door ene Paul Syrier) door de Arbeiderspers in 1992. Het exemplaar dat ik gekocht heb was er een van een betrekkelijk grote stapel en nagelnieuw.

Net als in alle goeie romans is het verhaal niet erg spectaculair: een Engelse derderangsjournalist (Richard Rayner) ontmoet in 1986 tijdens een korte vakantie op Kreta een Amerikaanse tweederangs-Playboybunny (Barbara, aan wie de roman is opgedragen met de woorden: 'voor Barbara, waar je ook bent'). Terug in Engeland mist hij haar enorm; hij reist onverhoeds naar haar woonplaats L.A. (verliest daardoor z'n vaste vriendin Jane èn z'n baan), en dan beginnen de avonturen van een loser, ofwel: het rondlopen als een kip zonder kop van een Europeaan in een Amerikaanse grootstad.

Heeft dit verhaal al niks om het lijf, het barst bovendien van de clichés: Amerikanen lachen Engelsen uit omwille van hun 'accent'; iedereen in Hollywood wil eigenlijk scriptwriter of acteur of fotomodel of alleszins waanzinnig rijk en beroemd worden; iedere vorm van 'menselijk contact' is een lachertje; de enige kranten die echt worden gelezen zijn sensatievodjes; wie niet kan autorijden wordt als monstrueus curiosum beschouwd; iedere dag en nacht zijn er feesten in grote huizen waarbij zo ongeveer elke keer Jack Nicholson tot de gasten behoort; als vrouwen geen siliconentieten hebben dan wel siliconenlippen; alle taxichauffeurs zijn would be komieken; in Las Vegas kan je binnen de vijf minuten trouwen (wat Richard en Barbara op een bepaald moment ook doen); als Amerikanen over Nederland praten hebben ze het over klompen en Van Gogh en als Amerikanen het hebben over een producer of een acteur of een dergelijk iemand die zichzelf compleet ten onrechte een hele piet vindt, dan zeggen ze dat hij inderdaad ooit 'ns 'Big in Belgium' is geweest. Enzovoort. Al die dingen kenden we al uit honderden andere romans, waaronder een aantal eeuwige klassiekers zoals The story of my life van Jay McInerney of American Psycho van Bret Easton Ellis.

De clou zit 'm erin dat de meeste romans over Amerika door Amerikanen worden geschreven en 'Los Angeles op goed geluk' overduidelijk van de hand van een Brit is, ergo: er is hoe dan ook een verschil in stijl, een verschil in humor en zo je wil een verschil in, jawel, filosofie.

Doch laat ik me concentreren op de humor (één van m'n favoriete drijfveren tot lachen). Vergelijk bijvoorbeeld Fawlty Towers met Cheers: allebei grappig, leuk en komisch maar Fawlty Towers is Brits en net iets grappiger, leuker en komischer. Nog een paar voorbeelden die me hier kwansuis te binnen schieten: Keith Waterhouse is net iets grappiger dan J.D. Salinger, Prince Charles net iets grappiger dan pakweg Al Gore en de IRA net iets grappiger dan de FBI.

Kortom, Richard Rayner is een grappige Brit en Los Angeles op goed geluk is een komische Engelse roman. En een komische roman is wat mij betreft per definitie een goeie roman, dus een komische Engelse roman zeker. Trouwens, de ernst in de literatuur is al dictatoriaal genoeg. Lachen moeten we doen!

'De Britse toerist Julian Jones heeft gevangenisstraf gekregen voor de aanranding van Minnie Mouse tijdens de Disneylandparade. Jones, 22 jaar oud en afkomstig uit Manchester, Engeland, zei: “Het was allemaal een enorm misverstand. Ik ben geen seksmaniak. Het kwam niet bij me op dat er een meisje in dat kostuum zat. Ik dacht dat er een man in zat”.' (p. 32) Een gast begint een reinigingsbedrijf voor zwembaden omdat dit 'de missie is die God voor mij heeft bestemd. (-) Want zoals Jezus zei op 2 juni 1979 (-)' (p. 86).

Een vrouw houdt in haar zwembad 'een dolfijn, die door de CIA is afgericht om te doden'. (p. 90).

Richard Rayner ontmoet Bryan Ferry: 'Het was duidelijk dat hij dacht dat ik niet goed bij m'n hoofd was. Maar het oordeel van een man die ooit en public in een torerobroek was verschenen diende gewantrouwd te worden.' (p. 92).

Iemand heet Dietrich Buchster Haader der Junger, laat zich Drax noemen, heeft copyright op die naam genomen en bindt z'n vrouw geregeld vast met tandzijde. (p. 109-110).

Een man zegt tegen een dienster in een hamburgertent: “Deze is niet gegrilld maar gehuurd van Goodyear.” (p. 147). (Dat gehuurd zorgt ervoor dat het een goeie grap wordt, HB).

Een taxichauffeur: “Vroeger zat ik wel eens dronken achter het stuur. Nu neem ik alleen nog maar drugs.” (p. 183-184).

Een Amerikaanse oliebaron die wel eens jaagt: “In Scandinavië noemen ze elanden gewoon herten. Geen idee hoe ze herten daar noemen.” (p. 186).

Een gerateerd acteur pleegt een moord, wordt totaal niet verdacht maar gaat zichzelf toch bij de politie aangeven: “Goeie publiciteit is nooit weg.” (p. 200).

Winkelier heeft een theorie over de vraag waarom men in Beverly Hills het roken wil verbieden: “Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog gingen die nazi's naar Zuid-Amerika. Nu delen ze de lakens uit in de tabaksindustrie, oké? En de filmindustrie wordt door de joden geleid. Die allemaal in Beverly Hills wonen. Snappen jullie wat ik bedoel? Ze nemen wraak. Dat is het hele eiereneten. Jullie moesten ons zo nodig in die ovens stoppen en nu kopen wij jullie saffies niet. Doodsimpel.” Barbara zegt tegen de man: “Kop dicht,” waarop hij repliceert: “(-) Ik bedoelde het niet kwaad. Persoonlijk ben ik zowel op joden als op nazi's gesteld.” (p. 160).

Een man over de mond van een vrouw: “Dat noem ik nog eens een mond. Zou die er niet prachtig uitzien als er twee ballen uithingen?” (p. 213).

Nou, van dat soort gein wil ik nog wel 'ns in een deuk liggen. Enfin, holt allen naar de Slegte en koopt voor geen geld Los Angeles op goed geluk van Richard Rayner.