'De methode van Rottenberg is bij ons onmogelijk'

Hoe verder met het CDA? In een serie vraaggesprekken gaan politici en deskundigen in op de mogelijke koers van de partij. Deze keer M.H.M.F. Gardeniers- Berendsen, staatsraad en oud-minister, maar vooral voorzitter van de commissie die vorig jaar de verkiezingsnederlaag van haar partij evalueerde.

LEIDEN, 2 JUNI. Eerst heeft ze het verzoek van de partij geweigerd. “Maar niemand wilde het doen. Het werd beschouwd als een rotklus. Dus kwamen ze weer bij mij.”

Achteraf heeft M.H.M.F. Gardeniers-Berendsen er geen spijt van dat ze voorzitter werd van de evaluatiecommissie. “Maar mijn man had er van tevoren zó'n sik van. Hij zei: Je krijgt de hele pers over je heen. Ik zei: het is beter dat iemand van zeventig op zijn gezicht gaat dan iemand van veertig. Achteraf viel het gelukkig mee.”

Uit het rapport-Gardeniers doemt het beeld op van een partij die vervreemd is van haar voornaamste gedachtengoed. “Het concept van de verantwoordelijke samenleving is op de achtergrond geraakt”, aldus het rapport. Bovendien is er gebrek aan eenheid, een te grote afstand tussen partijtop en de basis. Het CDA was een “zelfgenoegzame bestuurderspartij” geworden. “Ja, het zijn harde conclusies”, beaamt Gardeniers.

Het lijkt of de kloof in de partij tussen gewone leden en carrièrepolitici het belangrijkste probleem is.

“Ja, dat is het verschil tussen gewone leden en kiezers en degenen die in het Walhalla - zo zagen sommigen dat - waren gekozen, die in het partijbestuur zaten en op de partijraad rondliepen. De ontmoeting van de partijraad was op een zeker moment de beroemde 'netwerkontmoeting'. Daar gingen mensen naar toe met een gevoel van: je kan nooit weten, je moet in ieder geval met zoveel mogelijk mensen kennis maken. Dat was van een moderne aanpak zoals ik het vroeger nooit had gezien. Vroeger, bij het ontstaan van het CDA, was het een herkennen vanuit een gevoel van: 'wij vechten met z'n allen'.

“Wat ik heel opvallend vond, was dat journalisten nooit gezien hebben dat het CDA een beweging was van buiten Den Haag. Het CDA is aan de basis ontstaan. Het heeft nooit in kranten gestaan, maar in de KVP is voordat het tot een fusie kwam onder de leden een onderzoek gedaan. Men kon een keuze maken uit verschillende mogelijkheden: een fusie met AR en CHU, een federatie met die partijen, samengaan met de PvdA en nog zo wat. In ieder geval was er onder de leden een overweldigende meerderheid voor de fusie met AR en CHU. Meer dan tachtig procent. Maar dat is nooit naar buiten gebracht, want de partijtop en de actieve club rond het partijbureau wilden niets liever dan die zogenaamde 'open partij' heel dicht tegen de PvdA aan. Maar op gemeentelijke basis werkten de mensen van KVP, CHU en AR allang met elkaar samen.”

Is het niet onverstandig van de nieuwe partijvoorzitter Helgers om gezien de moeizame totstandkoming van het CDA onlangs te beginnen over het aantal gezichtbepalende katholieken dat te gering zou zijn.

“Nee, hij constateerde alleen maar een feit. Toen werd daar onmiddellijk die bloedgroepenstrijd bij gehaald. Maar ach. Zijn enige 'fout' is dat hij antwoord gegeven heeft op een vraag van een journalist op een moment dat hij nog beter had kunnen zwijgen. Hij is over het toetje begonnen terwijl iedereen zat te wachten op de soep. Dat smaakt dan niet. Maar bloedgroepenstrijd is geen strijd, het is gewoon een rationeel argument. Helgers is voorzitter geworden om een signaal te geven dat we de katholieke groep belangrijk vinden. Nou, er waren best mensen - en ik hoor daar ook bij - die zeiden dat Tineke Lodders (voormalig waarnemend voorzitter, red.) het prima deed. Maar Tineke Lodders zei zelf dat ze het voor de partij niet goed vond om voorzitter te worden.”

Wat opvalt aan het rapport is dat het aanbevelingen doet over hoe de Tweede-Kamerfractie moet omgaan met partijgenoten in het kabinet. Het geeft geen recept voor het CDA in de oppositie.

“Dat was ook niet de opdracht. Het is duidelijk dat de fractie moet wennen aan de oppositierol. Maar ik moet denken aan die oude vakbondskreet: maak van je verlies een winst. In zo'n oppositierol leer je veel. Laat ze maar rustig het werk doen. Zo moeten ze óók werken als ze eigen mensen in het kabinet hebben.”

Maar zijn de aanbevelingen die wel toepasbaar zijn inmiddels uitgevoerd? Bijvoorbeeld: de fractievoorzitter is in beginsel de politiek leider?

“Heerma heeft wel een politieke carrière uitgestippeld, maar hij koesterde niet zelf de ambitie politiek leider te worden. Dat is een veeleisende functie. Je kunt wel zeggen dat hij niet de meest vlot pratende persoon is. Het is ook niet makkelijk de dingen heel eenvoudig te zeggen voor de gewone burger. Maar dat kun je wel leren. Alleen: hij krijgt bijna geen kans. Net als Hans Helgers is hij pats boem in het diepe gegooid.

“Maar het is een proces van lange adem. De methode-Rottenberg zou bij ons onmogelijk zijn. Dus dat je een sterke man aanwijst die afdelingen opzoekt en daar vertelt wat ze verkeerd doen. Dat is bij ons onbestaanbaar. De crisis in het CDA loopt door de hele partij heen: het syndroom van de kaderpartij. Daar moet iedereen over meepraten. En dat kost tijd.”