De Bijenkorf

De Bijenkorf heeft zijn kunstcollectie laten veilen. Over de opbrengst waren ze bij Sotheby's heel tevreden: ruim twee miljoen gulden. Dat was meer dan het dubbele van wat men had verwacht. Willem Sandberg, die na de oorlog de Bijenkorf heeft geadviseerd bij de aankoop van de verzameling, had nu eenmaal een fijn oog voor kwaliteit.

Maar waarom heeft de NV Koninklijke Bijenkorf Beheer KBB die collectie eigenlijk verkocht? De NV Koninklijke Bijenkorf Beheer KBB heeft die collectie verkocht, omdat men met de opbrengst werk van jonge kunstenaars wil aanschaffen. Werk van Richard Bauer, van Piet Dirksen en Theo Schepens, van Geert Lap en Gijs Frijling. Het is natuurlijk een nobel streven om de jeugd ook een kans te geven, maar was het daarvoor werkelijk nodig om de oorspronkelijke collectie in de uitverkoop te doen? Sandberg heeft destijds toch ook niet een paar Vincent van Goghs verkocht om er die Appels en Ouburgs van te kunnen kopen.

In Het Parool van afgelopen woensdag leerde ik wat meer over de motieven van de Bijenkorf. Zo zegt Marijke Vorst, verantwoordelijk voor het aankoopbeleid, over de door Sandberg bijeengebrachte collectie: “Men was bij de Bijenkorf aan die schilderijen en beelden gewend geraakt. Men zag ze niet meer”. Maar gelukkig gaat het nu allemaal veranderen, want volgens Marijke Vorst “is het de bedoeling dat de medewerkers van de Bijenkorf weer gaan zien wat er aan de muur hangt”.

Hoe is het in Godsnaam zo ver gekomen?

Ik heb eens een blik geslagen in de catalogus van de door Sotheby's geveilde collectie en ik denk dat ik het begrijp. Het moet een langzaam proces geweest zijn. Een paar jaar geleden is het begonnen. Een medewerker van de Bijenkorf liep langs de Vrijheidsschreeuw van Karel Appel, maar tot zijn ontzetting zag hij niets. Hij liep terug, kneep één oog dicht, en ja hoor, heel in de verte zag hij nog iets dat op een Appel leek. Om zichzelf te testen, nam hij ook een kijkje bij de muur waaraan, voor zover hij het zich herinnerde, werk moest hangen van Ouburg, Lucebert en Eugène Brands. Maar het resultaat was praktisch hetzelfde. Hij zag niets.

De medewerker van de Bijenkorf haalde er andere medewerkers van de Bijenkorf bij. Zij stelden zich op voor dat prachtige zelfportret van Edgar Toorop, maar helaas, het was er niet meer. Het was weg, onzichtbaar, men zag het eenvoudig niet meer. De medewerkers van de Bijenkorf waarschuwden daarop Marijke Vorst. Zij kon haar oren niet geloven, en even later ook haar ogen niet. Daar stond zij voor het beeldje van Lipchitz, maar hoe zij ook keek, zij zag het beeldje niet meer. Opgelost in het niets, nul komma nul. Het was gewoon verschrikkelijk.

Om zeker van haar zaak te zijn, maakte mevrouw Vorst vervolgens met haar medewerkers een ronde door het gebouw van de Bijenkorf. In haar hand droeg zij een vergrootglas en om haar nek hing een verrekijker. Men liep langs de wanden waar werk moest hangen van Andriessen, Cristo, Couzijn, Masereel, Hansen, Henneman, Heyboer, Negri, Van 't Net en al die anderen. Maar niets.

Een golf van paniek voer door de Bijenkorf. Overal zag men medewerkers lege muren inspecteren, zoals John Cleese dat had gedaan in Fawlty Towers. I'm checking the walls, dear, werd een gevleugeld woord bij de Bijenkorf, alleen dit keer was het pure ernst. Al die beelden, aquarellen, gouaches en schilderijen, 177 in het totaal, bleven onzichtbaar voor de ogen van de Bijenkorf-medewerkers. Men zag ze niet meer. Men was er aan gewend geraakt.

Grote opwinding ontstond, toen een van de medewerkers toch nog een glimp meende te zien van een tekening van David Hockney. Het bericht ging als een lopend vuurtje door de hele Bijenkorf. Medewerkers renden af en aan, zij klommen op elkaars schouders, vochten met elkaar, dat alles in de hoop om toch nog iets op te vangen van Hockney's tekening uit 1971. Maar tevergeefs. Niets. De verschijning van de Hockney keerde niet terug, ook al werd op de plaats waar het gebeurde een klein altaar opgericht.

Intussen was mevrouw Vorst ten einde raad en op een middag liep zij de kamer van de hoofddirecteur binnen. Daar legde zij haar probleem voor. De hoofddirecteur van de NV Koninklijke Bijenkorf Beheer KBB vergat even de omzetcijfers van de Hemaworsten en zei: “Verkopen, die handel”.