Bescheiden Diamand beroemd om zijn kwaliteiten

Peter Diamand: Ned.3, 20.28-21.24u.

Ooit, in een inmiddels legendarisch ver verleden, was Peter Diamand de directeur van het Holland Festival: van 1947 tot en met 1965. Af en toe komt Diamand nog wel ter sprake, als weer eens de nostalgie toeslaat dat het Holland Festival vroeger zoveel beter en opwindender was, in de tijd dat Maria Callas nog èlke zomer in Amsterdam kwam zingen. Maria Callas kwam in haar goede tijd één keer: in 1959 gaf ze een aria-avond bij het Concertgebouworkest - inmiddels legendarisch en op de cd verkrijgbaar.

Inderdaad, Peter Diamand haalde zijn vriendin Maria Callas een keer naar Amsterdam, net als hij Kathleen Ferrier, Elisabeth Schwarzkopf, Teresa Berganza, Otto Klemperer, Carlo Maria Giulini, Claudio Abbado, Benjamin Britten, Peter Pears en vele anderen in het Holland Festival kreeg.

Maar Diamand beroemt zich daar absoluut niet op, hij blijft vooral heel bescheiden, zo blijkt In een vanavond uitgezonden tv-portret - gemaakt door Ad 's-Gravesande (ex-directeur van het Holland Festival) en Sieuwert Verster (ooit gepropageerd als Holland Festival-directeur).

Peter Diamand, inmiddels 81, betoogt in het portret dat ook zonder hem de kunst haar loop wel zou hebben gehad. Hij kwalificeert zich als een gedreven muziekliefhebber, maar voor het overige als een dilettant. Het enige beslissende dat hij misschien heeft gedaan, was het met elkaar in contact brengen van zangeres Kathleen Ferrier en dirigent Bruno Walter. Het resulteerde onder andere in de opname van Mahler Das Lied von der Erde, ook legendarisch inmiddels.

Diamand was er altijd bij, hij kende iedereen, hij stimuleerde en gaf het Holland Festival allure. Sinds zijn vertrek uit Nederland is er weinig veranderd, alleen deed Diamand dat werk elders: bij het festival van Edinburgh, bij het Royal Philharmonic Orchestra in Londen, bij de Scala in Milaan, bij het Orchestre de Paris. Nog steeds werkt Diamand voor het Orchestre de Paris, waar Semyon Bychkov tegenwoordig dirigent is. Diamand pendelt heen en weer tussen zijn huis in Londen en zijn vaste hotelkamer in Parijs, als hij tenminste niet elders in de kunstwereld is.

Een lange reeks beroemdheden juicht in deze documentaire over de kwaliteiten van Peter Diamand: Teresa Berganza, Pierre Boulez, Claudio Abbado, Daniël Barenboim, Gerard Mortier. Zij roemen zijn inzicht, zijn menselijke kwaliteiten en zijn onvermoeibare interesse in de kunst.

Het beeld dat oprijst van Peter Diamand is dat van een connaisseur en een bijzondere katalysator, iemand die kunst aantrekt en verspreidt. Zelf heeft hij daar eigenlijk behalve een enkele anekdote verder niets over te melden en de vraag dringt zich op of dat echt alleen maar bescheidenheid is. Alleen over zijn persoonlijke wederwaardigheden voor en tijdens de oorlog, toen hij ontsnapte uit Westerbork en onderdook, vertelt hij uit zichzelf. Voor het overige is het portret van Diamand vooral interessant vanwege de vele opnamen back stage, waar de beminnelijke Diamand reçu is als geen ander.