Versterkingen

TERWIJL BLAUWHELMEN onverrichterzake naar Nederland terugkeren omdat de Bosnische Serviërs hun de toegang tot de zone van Dutchbat ontzeggen, overlegt Den Haag over een versterking van de vaderlandse bijdrage aan UNPROFOR. De feitelijk machteloze en afhankelijke toestand waarin de Nederlandse blauwhelmen in Srebrenica nu al wekenlang verkeren, vormt bepaald geen stimulans om aan uitbreiding van de Nederlandse aanwezigheid te denken. De enige reden die daarvoor onder de gegeven omstandigheden nog kan worden bedacht, is de wens om internationaal mee te tellen - en zelfs die reden blijkt zwak. Noch als lid van de VN, noch als lid van de NAVO, noch als lid van de EU, noch als leverancier van troepen en vliegtuigen heeft Nederland zichtbaar enige invloed op het beleid van de betrokken organisaties. Dat kan op zichzelf verklaarbaar en dus acceptabel zijn, maar het vermindert de betekenis van de factor 'public relations' in een eventuele beslissing wel aanzienlijk.

Belangrijker is intussen dat de onduidelijkheid over wat de bedoeling is van de interventie in Bosnië, de afgelopen week snel is toegenomen. Alle tekenen wijzen er op dat er een soort multinationale strijdmacht op de been wordt gebracht die het zonodig met de Serviërs zal uitvechten. Niet alleen is dit een van de opties die de secretaris-generaal van de Verenigde Naties aan de Veiligheidsraad heeft voorgelegd, het ligt ook besloten in de uitbreidingsplannen van de Britten, de vrije hand die de Franse blauwhelmen rechtstreeks van hun opperbevel hebben verkregen en het Amerikaanse voornemen om mariniers aan land te zetten.

Tot dusver was een dergelijke aanpak alleen voorzien voor het geval UNPROFOR in zijn geheel zou worden teruggetrokken en blauwhelmen uit noodsituaties zouden moeten worden ontzet. Die optie is niet van de baan, maar zij is op dit moment niet de eerste en meest voor de hand liggende keus. Althans dat mag uit het woordgebruik der verantwoordelijke politici worden afgeleid.

MINISTER VOORHOEVE van defensie onderstreept van zijn kant dat iedere versterking vanuit Nederland binnen het UNPROFOR-concept zal worden geplaatst. Dit zou kunnen betekenen dat Den Haag nog steeds aan de voorzichtige kant staat wanneer het om gebruik van geweld gaat, anders dan in het geldende mandaat aangegeven. De kritische reactie van zijn ambtgenoot van buitenlandse zaken op de gebeurtenissen van vorige week suggereerde dat al. Die voorzichtigheid misstaat niet. Zij kan zelfs nog wat worden opgevoerd. Nu het zo onduidelijk is welke koers de internationale gemeenschap met betrekking tot Bosnië zal volgen - de Veiligheidsraad neemt er de tijd voor - is er alle reden voor een pas-op-de-plaats waar het gaat om het ter beschikking stellen van meer mankracht. Nederland kan gezien zijn bijdrage tot nu toe overigens iedereen recht in de ogen zien.