Teleurgestelde Owen geeft op na 'mission impossible'

“We zullen, denk ik, in staat zijn deze toestand behoorlijk snel tot een verdraagzaam niveau terug te brengen”, zei Lord David Owen in augustus 1992 na zijn benoeming tot onderhandelaar, namens de EU en de Joegoslavië-Conferentie, in de crisis in ex-Joegoslavië. Gisteren wierp hij - zoals hij in januari in een brief aan de toenmalige Franse president Mitterrand al had aangekondigd - de handdoek in de ring. “Ik zou willen dat ik in staat was u meer concrete bewijzen aan te bieden van de pogingen die we hebben ondernomen om vrede te bereiken”, zei een gedesillusioneerde Owen gisteren in het Hogerhuis in londen.

De belangrijkste wapenfeiten van de Britse oud-minister van buitenlandse zaken waren het Vance-Owen- en het Owen-Stoltenberg-plan voor Bosnië. Het eerste, van januari 1993, voorzag in de vorming van een (con)federale staat Bosnië met tien autonome provincies, drie voor elke etnische groepering en één gezamenlijk te besturen provincie Sarajevo, alsmede in een voorlopige grondwettelijke regeling. Het haalde het niet door een drievoudig 'nee' van de Bosnische Serviërs die de concessie aan hun veroveringen niet ver genoeg vonden gaan. Volgens de VS legitimeerde dit plan de praktijk van etnische zuiveringen'.

Het Owen-Stoltenberg-plan, van juli 1993, voorzag in de vorming van een 'Unie van [drie] Republieken' in Bosnië, waarbij de Serviërs 52, de moslims dertig en de Kroaten 18 procent van het grondgebied zouden krijgen. Dit plan struikelde over bezwaren van de moslims.

Het afgelopen jaar is weinig meer vernomen van Owen en collega Stoltenberg, onderhandelaar namens de VN: ze bleven bemiddelen, maar nadat ruim een jaar geleden de nadruk in het hele conflict in ex-Joegoslavië vooral op de oorlog in Bosnië kwam te liggen, kwam de nadruk in het vredesproces te liggen op de inspanningen van de internationale contactgroep voor Bosnië en verdwenen Owen en Stoltenberg in de schaduw.

De desillusie van Owen heeft ongetwijfeld van doen met de complexiteit van de reeks van conflicten, in Bosnië, Kroatië, Kosovo en Macedonië, en de onwil van de meeste partijen in ex-Joegoslavië om tot een vredesregeling te komen. Maar ook de opzet van zijn missie - de scheiding van de Joegoslavië-Conferentie van de contactgroep voor Bosnië - heeft tot zijn teleurstelling bijgedragen. In zijn ontslagbrief aan president Chirac klonk enige bitterheid door in zijn pleidooi voor de benoeming van een opvolger die namens de Joegoslavië-conferentie maar “in coördinatie met de contactgroep” kan optreden, omdat “er serieuze nadelen kleven” aan de scheiding van het Bosnische probleem van die in Kroatië, Macedonië en Kosovo.

Lord Owen is tijdens zijn 'mission impossible' veelvuldig het doelwit van woede, spot en hoon geworden. De strijdende partijen maakten hem regelmatig uit voor alles wat lelijk was. De Bosnische vice-president Ganic gaf hem gisteren een trap na door hem uitgerekend datgene te verwijten wat zijn taak was: onderhandelen met de Bosnische Serviërs. Maar ook niet-Joegoslavische politici en media hebben hem als voetveeg gebruikt. Hij werd vergeleken met de appeaser Neville Chamberlain en uitgemaakt voor 'Lord Fraud' en (door zijn eigen oud-collega-minister Denis Healey) 'a shit', nadat hij zijn plan voor de opdeling van Bosnië in drie republieken op etnische basis had gepresenteerd.

De vraag is in hoeverre die woede een schuldgevoel maskeerde: de internationale gemeenschap had tussen 1987 en 1990 de Joegoslavische crisis genegeerd, was pas wakker geworden toen het schieten begon, was vervolgens al snel haar geloofwaardigheid kwijtgeraakt en had uiteindelijk Owen een opdracht gegeven waar ze zelf niet achter stond. Owen kreeg vaak als kritiek dat hij te veel belang hechtte aan 'nog eens praten met de Bosnische Serviërs', van wie toch niets te verwachten viel. De critici wilden enerzijds dat het schieten ophield, maar anderzijds ook dat de Servische agressor werd gestraft en dat de moslims wonnen.

Van Owen werd een wonder verwacht: hij moest drie partijen in Bosnië tot vrede bewegen - op een moment waarop Joegoslavië al lang was uiteengevallen, Kroatië al in brand had gestaan, in Bosnië al maanden werd gevochten en er miljoenen mensen op de vlucht waren gedreven en - vooral - twee van de drie partijen per se geen vrede wensten. Toen hij dat wonder niet bereikte, werd hij een judas, een kop van Jut.

Anderzijds: door vast te houden aan uitzichtloze onderhandelingen, heeft Owen vermoedelijk de geloofwaardigheid van de EU in de Bosnische crisis niet vergroot. Een niet meer te beantwoorden vraag is bijvoorbeeld of hij niet zijn opdracht had kunnen teruggeven, bij gebrek aan resultaat en medewerking van de partijen, zoals zijn voorganger Lord Carrington deed. Nu moet de geschiedenis uitwijzen of Owen te vroeg of te laat is afgetreden.