Taalkunde

Wanneer de vader het kind voorstelt als 'mijn zoon' is de waarschijnlijkheid dat het andere kind een dochter is groter op grond van taalkundige overwegingen: als het andere kind ook een jongen was had hij 'mijn oudste zoon' of 'mijn jongste zoon' gezegd.

Puur statistisch is het volgens mij zo:

Hij zegt: 'mijn zoon', je weet niet of het het oudste kind is.

Dan blijven er nog steeds vier mogelijkheden over:

- jonger broertje

- ouder broertje

- jonger zusje

- ouder zusje, zodat de kans op nog een jongen 50% blijft.