Risico's voor baanwerker lang bekend

UTRECHT, 1 JUNI. Al jaren staan de werkzaamheden van de ongeveer drieduizend baanwerkers van de NS bekend als gevaarlijk. Doordat het treinverkeer de afgelopen jaren sterk is toegenomen, zijn de werkomstandigheden bovendien nog onveiliger geworden. Tussen 1983 en 1994 vonden er gemiddeld 3,5 botsingen per jaar plaats, waarbij in totaal dertien doden vielen en achttien mensen gewond raakten. Daarnaast werden tussen 1987 en 1993 jaarlijks gemiddeld 14,6 bijna-ongelukken gemeld.

Dit jaar vonden tot nu toe twee botsingen plaats, waarbij vier dodelijke slachtoffers vielen. Naast het ongeluk gisteren bij Mook, waarbij drie mensen het leven lieten, kwam eerder dit jaar een werknemer van een onderaannemer bij Castricum om het leven toen hij werd gegrepen door een passerende trein.

In 1991 signaleerde de Arbeidsinspectie al een groot verschil tussen het gemiddeld aantal dodelijke ongevallen per jaar bij de NS en in de industrie. Terwijl bij het werk op de spoorbaan in de vijf voorafgaande jaren jaarlijks gemiddeld 1,4 mensen overleden, lag een vergelijkbaar cijfer in de industrie op 0,17. Toen de NS niet snel genoeg maatregelen troffen om gesignaleerde veiligheidsproblemen aan te pakken, vaardigde de Arbeidsinspectie een aanwijzing uit. In 1993 was volgens de NS aan alle eisen voldaan, waarop de aanwijzing door de inspectie werd ingetrokken.

Volgens FNV-bestuurder W. Korteweg is zowel de NS als de Arbeidsinspectie de afgelopen jaren echter in gebreke gebleven bij het opstellen van nieuwe veiligheidsprocedures. “Door bureaucratie en reorganisaties bij beide bedrijven duurt het allemaal veel te lang”, aldus Korteweg.

Volgens hem is het enige wat er in de tussentijd concreet gebeurd is, het uittesten van verschillende veiligheidssystemen. Daarnaast is het veiligheidsbesef bij de Spoorwegen toegenomen door trainingen van het personeel. “Maar in de praktijk blijkt dat niet”, aldus Korteweg. “Er zijn nog steeds geen nieuwe normen ontwikkeld over het stoppen van de treinenloop bij werkzaamheden.” Hij noemt het daarnaast opvallend dat de Arbeidsinspectie sinds begin dit jaar op eigen houtje is begonnen met controles tijdens spoorwerkzaamheden. Een woordvoerder van de Arbeidsinspectie zegt dat met de inspecties is begonnen om de NS “zoveel mogelijk onder druk te zetten”.

Sinds kort ligt er een voorstel dat NS Railned in overleg met de Arbeidsinspectie heeft ontwikkeld. Als alles goed gaat, treedt het vanaf januari 1996 in werking. Korteweg: “maar het is tekenend voor de gang van zaken dat wij dat rapport niet eens hebben.”

In het rapport worden veiligheidsvoorwaarden geformuleerd waaraan moet worden voldaan bij werkzaamheden aan het spoor. Ook worden de procedures beschreven die men moet volgen bij het vaststellen van de veiligheidsmaatregelen die in een concrete situatie getroffen moeten worden. Nu de bedrijfsstructuur van de NS de laatste jaren ingrijpend veranderd is en er steeds meer onderaannemers werkzaamheden verrichten voor de NS, is het noodzakelijk de regelgeving op deze gebieden te herzien.

Afhankelijk van de werkzaamheden bepalen de Spoorwegen welke veiligheidsmaatregelen getroffen moeten worden. Een werkploeg heeft altijd een veiligheidsman bij zich die in de gaten houdt wat er op de sporen gebeurt en collega's waarschuwt. Daarnaast kan een knipperlichtinstallatie gebruikt worden, die aangeeft of er een trein aankomt. De NS heeft ook de beschikking over zogenaamde kortsluitlansen. Zo'n apparaat sluit rails op elkaar aan, waardoor de verkeersleiding het signaal krijgt dat het spoor bezet is. De trein rijdt dan 'op zicht' en sterk vertraagd verder over het baanvak.

De zwaarste maatregel is het helemaal stilleggen van de treinenloop. Dit gebeurt bij voorkeur in de weekeinden en 's nachts. Een woordvoerder van de NS benadrukt dat deze maatregel grote maatschappelijke en economische consequenties heeft. “Het is niet in geld uit te drukken, want het heeft op veel gebieden invloed. Er moeten bijvoorbeeld mensen op andere manieren vervoerd worden, passagiers komen te laat op hun bestemming en sommigen zullen door het ongemak de trein in het vervolg mijden.”