Peacekeeping à la Rose moet een veer laten

Van sommige grenzen ontdek je pas waar ze liggen als je er overheen bent gegaan. Vorige week was het zover: door Pale voor de tweede keer te laten bombarderen veranderde de VN-macht in Bosnisch-Servische ogen van een neutrale scheidsrechter in deelnemer aan de strijd.

Geweld kàn nut hebben, menen de vredeshandhavers die in Bosnië de laatste twee jaar de toon hebben gezet. Mits het gedoseerd en onpartijdig wordt aangewend. Gebeurt dat niet, dan is geweld contraproduktief; de VN worden ongeloofwaardig als bemiddelaar, de vrede verpulvert en de missie loopt een gerede kans te stranden, luidt het axioma van deze, voornamelijk op Britse leest geschoeide school van 'wider peacekeeping'.

Die negatieve spiraal lijkt nu te zijn ingezet. De massale NAVO-bombardementen van vorige week vrijdag deden het effect van de aanvallen een dag ervoor teniet, menen verscheidene officieren met groene of blauwe baret. Het “signaal” dat de Bosnische Serviërs hun zware wapens nu echt moesten inleveren, veranderde zo in een “oorlogshandeling” door de VN die zij niet over hun kant konden laten gaan.

“Nèt een tik teveel, een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet”, oordeelt een Europese generaal met recente praktijkervaring bij de VN in Sarajevo. “Ja, wij zijn de 'Mogadishu-lijn' toen waarschijnlijk overgestoken”, zegt kolonel Gary Coward, woordvoerder van de VN-commandant in Bosnië, de Britse generaal Rupert Smith, en van diens voorganger Sir Michael Rose.

De 'Mogadishu-lijn' - een bedenksel van de Britse generaal Rose - is genoemd naar de Somalische hoofdstad. Daar begon een Amerikaanse vredesmacht eind 1993 een bloedig en vruchteloos gevecht met een van de warlords tussen wie zij had moeten bemiddelen. Rose is een paar keer dicht in de buurt geweest bij die magische grens. Aan de overzijde zag hij vooral rampspoed: zowel voor het conflict dat hij moest helpen bezweren als voor zijn kwetsbare blauwhelmen. Die hadden immers niet de opdracht de oorlog te beslechten in het voordeel van een van de partijen, maar vooral om voedsel rond te delen. Iets van zijn vrees is inmiddels bewaarheid: bijna 400 VN-soldaten zijn door de Bosnische Serviërs gegijzeld en de missie loopt de kans verder te escaleren of te worden opgedoekt.

Zowel de Europese generaal met Bosnië-expertise als kolonel Coward zien in die tweede bomaanval vooral de hand van 'hardliners' binnen de NAVO. Het driemanschap dat het besluit daartoe nam - Smith, VN-gezant Akashi en de plaatsvervanger van de VN-bevelhebber voor ex-Joegoslavië - zou “onbewust onder druk van de internationale gemeenschap en de NAVO hebben gehandeld”, zegt Coward. De Europese generaal zegt dat het hem zelfs “niet zou verbazen als de NAVO die aanval onder Amerikaanse invloed heeft doorgedrukt”. Maar nu de voorstanders van hard optreden “gezichtsverlies” hebben geleden, “moet het Westen het hoofd koel houden”, zegt hij. “Als we nu niet uitkijken ontstaat een kettingreactie van escalaties. Het begint met het aanvoeren van versterkingen in kleine stapjes en het eindigt met een massale ramp.”

De secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, heeft de huidige situatie in Bosnië gisteren “onhoudbaar” genoemd. De Veiligheidsraad van de VN moet dezer dagen een van de vier alternatieven kiezen, die Boutros voor de Bosnische VN-missie heeft voorgesteld: terugtrekking, doorgaan op de oude voet, terugkeer naar een 'zuivere' vorm van peacekeeping zonder geweldsoptie, of een 'herschikking' van de huidige troepenmacht met ruggesteun van een multinationale troepenmacht die niet onder VN-bevel staat.

De eerste twee zijn uitgesloten. Boutros-Ghali bepleit het derde, zoals ook humanitaire hulverleners al jaren vragen. Maar de V-raad kiest waarschijnlijk het laatste: in de Adriatische Zee en Kroatië verzamelt zich een Brits-Frans-Amerikaanse troepenmacht die gijzelaars moet kunnen bevrijden, enclaves ontzetten of desnoods de aftocht van de VN moet regelen.

Waar ook de keuze op valt, zeker is wel dat de 'school' van Rose een veer moet laten. Wider peacekeeping - lang beschouwd als de enige methode om het explosieve conflict in Bosnië enigszins te beheersen - maakt op zijn minst een zware crisis door.

“Ik ben altijd sceptisch geweest over de mogelijkheid om humanitaire hulpverlening te combineren met militair optreden”, zegt de Amerikaanse hoogleraar Leo Gordenker, die aan de universiteiten van Princeton en Leiden internationale veiligheidsvraagstukken doceert. “Zodra de strijdende partijen je als deelnemer aan het conflict gaan beschouwen heb je het gehad. Dan rest alleen nog peace enforcement en daarvan wil niemand de consequenties dragen. Want het zou betekenen dat je de boel moet platgooien. Vanaf het begin lieten wij liever Lord Owen maar wat aanmodderen.”

Wider peacekeeping is nooit echt een succes geweest, meent ook Jim Whitman, peacekeeping-expert aan de universiteit van Cambridge. “Het probleem is de steeds terugkerende spanning tussen militaire risico's en het nemen van politieke verantwoordelijkheid”, zegt hij. “Over dat laatste denken afzonderlijke landen dan ook nog weer anders dan de internationale instituties. En het is gekkigheid om resoluties van de V-raad die geweld kunnen inhouden en resoluties over humanitaire zaken door dezelfde militairen te laten uitvoeren.”

In Sarajevo probeert kolonel Coward de moed erin te houden. “Ik zou zeggen dat we nu òp de Mogadishu-lijn staan”, zegt hij. “De internationale gemeenschap moet nu beslissen welke kant we zullen opgaan: definitief erover of terug, naar peacekeeping. Dat laatste wordt wel erg moeilijk, want het betekent waarschijnlijk dat er geen uitsluitingszones voor zware wapens meer zullen zijn, en dat de veiligheid van de moslim-enclaves afhankelijk is van de goede wil van de Bosnische Serviërs. Inderdaad, dat is een understatement.”

Het zenden van artillerie, waartoe Groot-Brittannië heeft besloten, verwelkomt hij; het geeft de VN een “extra sport op de geweldsladder tussen nietsdoen en luchtaanvallen inroepen”, zegt hij. Toch kunnen bombardementen nuttig zijn, meent Coward, bijvoorbeeld “als we onder geconcentreerd vuur zouden komen waarbij veel slachtoffers vallen”. “In dat geval kun je niet anders, ongeacht die driehonderd gijzelaars.”

Ook Rose, nu commandant van de landstrijdkrachten op de Britse eilanden, blijft optimistisch. Tijdens een spreekbeurt in Oxford, eerder deze week, zei hij te geloven dat de gijzelingscrisis kan worden bezworen “zolang de VN geen concessies doen na deze terreurdaad” van de Bosnische Serviërs. Eerdere gegijzelde VN'ers zijn ook ongedeerd vrijgekomen, waarna de betrekkingen langzaam normaliseerden, zei hij.

Van de wider peacekeeper, die Rose heeft vergeleken met een koorddanser die een blad theekopjes vasthoudt, zal dat nog veel vergen. Maar daarvoor is hij dan ook evenwichtskunstenaar. Het vertrouwelijke handboek Wider Peacekeeping voorziet zelfs uitdrukkelijk in de mogelijkheid een nieuwe internationale strijdgroep te sturen. Die moet “het hoofd moet kunnen bieden aan een snelle escalatie van geweld, incluis een snelle overgang naar peace enforcement”.