Oud, sportief en fit; Wat stilzit, gaat achteruit

Wordt het niet tijd om het rustiger aan te doen? Kan dat nog wel op jouw leeftijd? Bezorgde vragen aan ouderen die nog fanatiek roeien, tennissen of fietsen. Sport is gezond, dat weet iedereen, maar hoelang kun je doorgaan? Langer dan menigeen denkt. 'Ik stop pas als ze mijn benen afhakken.'

Op de boekenkast staat een indrukwekkende rij bekers en medailles. “Van 1936 tot 1994, de eerste voor turnen, de laatste voor schermen”, meldt Joop Verhoeven trots. In zijn Wassenaarse werkkamer hangt ook een foto waarop hij in schermtenue met een spectaculaire sprong de aanval inzet. De foto is al een paar jaar oud, maar Verhoeven is nu nog even slank. Tot in de puntjes verzorgd lijkt hij jonger dan de vijfenzeventig jaren die hij telt. Hij schermt nog steeds. Toch ging de competitie dit jaar slechter dan ooit. “Je reactiesnelheid neemt af. Je gaat verliezen van kerels van wie je altijd gewonnen hebt. Leuk is anders. De mens is ijdel, en ouder worden valt niet mee. Dat je minder vlot wordt. Kracht verliest. Dat is nog geen reden om ermee op te houden. Hoewel het bij sport natuurlijk om winnen blijft gaan.”

Golf neemt dan ook een steeds grotere rol in zijn leven in. Eindeloos zou hij over zijn nieuwe liefde kunnen vertellen, over de gecompliceerde holes op de Noordwijkse golfclub, de techniek van het slaan, en de sociale, zeg maar gezellige kanten van de sport. Verontschuldigend: “Nieuwbekeerden zijn altijd het fanatiekst. We willen graag meer jongeren bij de club. Maar zelf noemde ik het vroeger ook veredeld knikkeren. Eerlijk gezegd past het niet zo bij mijn temperament. Voor golf moet je wat bedachtzamer zijn. Mijn hart ligt eigenlijk nog steeds bij het schermen. Alleen kan je golf veel langer op niveau blijven spelen.”

Het dilemma van Joop Verhoeven is dat van iedere sporter op leeftijd. Wie zich heeft laten meeslepen in de race om snellere tijden, grotere prestaties en meer medailles wil eenvoudigweg niet weten van opgeven, afhaken voor de top, gewoon voor de lol meespelen. Want wie niet wil winnen, weet niet wat sport is. Ouder worden betekent echter per definitie: verliezen. Na je vijfendertigste vervallen langzaam maar gestaag de krachten. De spieren worden strammer, de gewrichten gaan kraken, de botten worden broos. “Wordt het niet tijd het wat rustiger aan te gaan doen?” informeren de vrienden. “Kan dat nog wel op jouw leeftijd?” vragen bezorgde kinderen. Zodat de twijfel toeslaat of het niet een beetje belachelijk begint te worden om het sportkostuum weer aan te trekken en net te doen alsof je nog de jonge god of godin uit 1939 was.

Natuurlijk is het idioot om op mijn leeftijd nog hard te lopen”, meent Jan Verloop (77) uit Best. Een jonge (sport)god is hij nooit geweest. Twintig jaar werkte hij bij de politie. Over conditie werd daar niet gesproken. “Toen ik 57 werd, moest ik van mijn zoon gaan tennissen, want ik kreeg een buikje. Dat werd dus helemaal niks. Gevloerd lag ik iedere keer op de baan. Daarom ben ik eerst maar eens aan mijn conditie gaan werken. Drie keer per week hardlopen. Na een paar honderd meter was ik total loss. Na een jaar geploeter zei mijn buurman dat ik lid moest worden van de plaatselijke atletiekclub. Weer een jaar later schreef hij ons in voor een wedstrijd. Ik werd laatste. Dat viel niet mee.

“Toen ben ik harder gaan trainen, een winter lang zes keer in de week. Daarna ging het snel. Op mijn zestigste werd ik tot mijn eigen verrassing wereldkampioen op de tien kilometer in mijn leeftijdsklasse, in iets meer dan 37 minuten. In datzelfde jaar, 1978, tweede op de 1500 meter en Europees kampioen op de 5000 en 10.000 meter. Een paar jaar was er geen wedstrijd waaraan ik meedeed of ik won hem. Ik werd Nederlands kampioen op de weg, de cross, de baan en de marathon. Olympisch kampioen op de 1500 en 5000 meter in 1989. Nooit geweten dat ik het in me had. Ik heb spijt dat ik er niet eerder begonnen ben.

Na je vijfenzestigste ga je afzakken. Dat is verschrikkelijk, je hebt de pest in. Je gaat nog harder trainen, maar dat helpt niet. Daaraan moet je je overgeven. Het enige voordeel van veteranenwedstrijden is dat je om de vijf jaar in andere leeftijdscategorieën loopt. Je concurrenten groeien mee. Iedereen krijgt zo zijn kwaaltjes. Bij mij is het de hamstring. Waarschijnlijk heb ik het een beetje overdreven met de marathon. Vier keer heb ik hem in totaal gelopen. Prachtig, maar nooit meer. Bijna een maand zit ik nu alweer te tobben met dat ene verdomde spiertje. De wil is er, maar serieus trainen, het zit er gewoon niet in. Op 10 juli hoop ik mee te doen aan de wereldkampioenschappen in Buffalo. Om te winnen ga ik niet. Als ik maar kan lopen. Daar stop ik pas mee als ze mijn benen afhakken.'' Jan Verloop weet wel dat hij een uitzondering is. Daarvoor hoeft hij alleen maar naar zijn eigen vrouw te kijken, die al verschillende keren aan haar benen geopereerd werd, en met moeite loopt. Fitheid is niet alleen iets waarvoor je zelf verantwoordelijk bent. Het heeft wel degelijk een genetische component, die samenhangt met het vermogen zuurstof in het bloed op te nemen. Wie dat goed kan, blijft bovengemiddeld fit, ook in de ouderdom. En fitte mensen hebben meer behoefte aan sport.

Niet iedereen die zwemt, roeit, fietst of loopt doet dit op (semi)-professioneel niveau. Recreatie is doorgaans de belangrijkste drijfveer. En Nederland recreëert zich suf. Waarbij ouderen een steeds belangrijker aandeel hebben. Al was het maar omdat ze weigeren klakkeloos oud te worden. Veelzeggend is het beeld van de immer blije bejaarden dat het tijdschrift Plus zijn lezers voorspiegelt. Grijze haren lijken volgens het blad te betekenen dat de kansrijke nadagen aanbreken. Een levensherfst vol activiteiten en plezier, in plaats van een teruggetrokken bestaan achter de begonia's en de dobber. Maar ook al kan er meer dan je denkt, enig (medisch) advies over de juiste activiteiten kan veel blessures voorkomen.

Chris Weidema is ruim twintig jaar sportarts in Haarlem. Zijn oudste klant is een dame van 85, die graag net als vroeger door de duinen wilde wandelen. Advies over aangepast schoeisel hielp haar weer op pad. “Een mens is een ding dat geacht wordt te bewegen”, stelt Weidema. “Wat stilzit, gaat achteruit.” Te vaak wordt erop gewezen dat sport de maatschappij geld kost door blessures. “Je verdient er ook aan, door behoud van validiteit. Sporten onder de 35, dat kost geld, met name door de contactsporten. Boven de 35 verdient de sport zichzelf terug.”

Snelheidssporten (als skiën of wielrennen) en vechtsporten scoren hoog in blessuregevoeligheid, terwijl fietsen, langlaufen, zwemmen, roeien en wandelen juist gelden als ideale sporten voor veteranen. Golf, dat met zoveel enthousiasme wordt gespeeld door trendgevoelige ouderen, is bepaald niet risicoloos voor wie een leven lang heeft stilgezeten, net zomin als tennis of loopsporten.

Gymnastiek voor ouderen, meestal vrouwen, is niet altijd van hoog niveau. Wat buikspieroefeningen en een beetje ballen is weinig riskant maar doet ook niet veel voor de conditie. Fitness, waarbij je moet springen of steppen kan ook bij jongeren al makkelijk tot blessures leiden. Wie vergelijkbare oefeningen wil doen, kan beter aan aquajogging denken, een soort aerobics onder water, dat steeds vaker in zwembaden gegeven wordt. Bij de Sport Medisch Advies Centra, die in het hele land te vinden zijn, adviseren artsen welke bewegingsvorm het beste bij iemand past.

Sporten doe je als je ouder wordt in eerste plaats om fit te blijven”, zegt Weidema. “Zelf kan ik bij de veteranen nog behoorlijk fanatiek een tennisbal over het net slaan, maar je moet het wel kunnen relativeren. Wie laat met sport begint, verstandig en geleidelijk traint, en niet te vergeten over een beetje aanleg beschikt, kan nog tot onverwachte prestaties komen. Toch zit de kunst er volgens mij in dat je dat leert loslaten.”

Weidema relativeert weliswaar het fanatisme in de (top)sport, maar vindt het medisch gezien zeer belangrijk dat ouderen blijven bewegen: “Het is goed voor het hart, dat zijn pompfunctie behoudt, en voor de doorbloeding van de weefsels. Daarnaast lijdt ongeveer de helft van de ouderen aan enige vorm van artrose. Slijtage van de gewrichten kan uiterst onaangenaam en pijnlijk zijn. Door rust te houden verslechtert de kwaliteit van het gewrichtsvocht, dat het kraakbeen voedt. Een goede doorbloeding van spieren en banden helpt bovendien om de stabiliteit van het gewricht te bewaren, wat een gunstig effect heeft. De slijtage op zich verminder je niet met sport. Verder verval van functieverlies valt wel tegen te gaan.”

Psycholoog Cees Lijzenga hoopt binnenkort aan de Universiteit van Amsterdam te promoveren op een onderzoek naar fitheid bij ouderen. Hiervoor onderging een groep middelmatig fitte bejaarden gedurende drie maanden drie maal per week een pittige conditietraining. Voor en na deze periode werden ze getest op concentratievermogen en slaapritme. Lijzenga constateerde dat na de trainingsperiode het doorslapen 's nachts gemakkelijker werd. De vierentwintig-uursritmiek, die bij vrijwel iedere oudere verstoord raakt, leek zich te herstellen. Een hiermee samenhangend effect was dat het concentratievermogen overdag aanzienlijk beter was. Een actiever bestaan zou dus ook de slapeloosheid, één van de nachtmerries van de ouderdom, kunnen bezweren.

Wie sport blijft gezonder, stelt Weidema, niet alleen van lichaam maar ook van geest. Mensen blijven mobieler, zelfstandiger, doen minder snel een beroep op sociale voorzieningen. De overheid is hier wel van doordrongen, maar voert geen speciaal op ouderen gericht sportstimuleringsbeleid. Wie zijn hoop vestigt op een speciale ouderenpartij als het AOV - voorzover men daar überhaupt nog hoop op kan vestigen - komt bedrogen uit. In het partijprogramma staat onder het kopje preventie slechts dat het Algemeen Ouderen Verbond een grote nadruk legt op 'het gezond ouder worden'.

“Houdt ze in beweging, dat was de leus in de periode van 1963 tot 1989 toen ik Directeur Generaal van onder andere sportzaken was”, vertelt schermer-golfer Joop Verhoeve. “Aandachtspunten waren de topsport en sport voor allochtonen. De overheid subsidieert natuurlijk wel sportvoorzieningen, maar het moet toch vooral vanuit de verenigingen zelf komen.”

Daar is de afgelopen jaren dan ook veel veranderd, als het om aandacht voor veteranen gaat. Roeien, golf en tennis kennen traditioneel veel oudere beoefenaars, maar bij atletiek bijvoorbeeld werd aan hen nauwelijks aandacht besteed. Uit onvrede met die situatie is in 1961 de Veteranen Vereniging opgericht, die inmiddels zo'n 1550 leden telt. Een doorbraak in de waardering voor de prestaties van veteranen zijn de kampioenschappen die de Atletiek Unie sinds de jaren zeventig samen met de Veteranen Vereniging organiseert.

Toch zet niet iedere hardloper de stap naar een vereniging. Hardlopen is immers bij uitstek een sport om alleen te doen. Bovendien impliceert lid worden van een vereniging dat je de vergelijking niet uit de weg gaat, dat goed-beter-best weer belangrijk is. Kortom, dat het op prestaties aankomt. Voor ieder die ouder wordt is dat nu juist een zwakke plek. Want dat het vel losser zit, het geheugen minder wordt, bukken voor het keukenkastje moeilijker gaat en boodschappen doen een klus wordt, merkt iedereen die de vijfenvijftig gepasseerd is in meer of mindere mate. Een klein stemmetje in het achterhoofd zeurt dat wat extra beweging verstandig zou zijn. Van denken naar doen is echter een grote stap. Zeker voor wie niet met sport opgegroeid is, wat voor de meeste ouderen van nu het geval is.

Mevrouw Zijsling heeft die hobbel wel genomen. Zij is vijfentachtig, heeft levendige blauwe ogen en een grijze knot. We ontmoeten elkaar in bewegingstudio New You in Baarn, waar ze twee keer per week vanuit haar serviceflat met de bus naartoe gaat. “Ik werd echt een oud mensje”, vertelt ze tussen de oefeningen en de zachte New Age-klanken door. “Ik begon met van die kleine stapjes te lopen, het was gewoon walgelijk. Ik werd steeds onzekerder. Mijn kinderen zeiden wel dat ik meer moest wandelen, maar dat kwam er toch niet van. Toen zag ik in de krant een advertentie van deze studio, en dat leek me wel iets.”

Het fitnessprogramma waaraan mevrouw Zijsling zich onderwerpt bestaat uit een serie oefeningen voor armen, rug, heupen en benen. Die kan ze liggend op kunstleren banken uitvoeren. Of beter gezegd, de bank voert die oefeningen uit, de ligger volgt slechts. Zo worden krakende gewrichten gemobiliseerd. Ingedutte spieren sterken ongemerkt aan. Het principe van de bewegende banken komt uit Amerika, waar het systeem ontwikkeld werd voor revalidatiedoeleinden. Met name voor me- en ms-patiënten die weinig energie hebben, en voor ouderen lijkt het een ideale opstap naar hernieuwde mobiliteit. Wie deze banken ziet, zou ze onmiddellijk een plekje willen geven in de recreatieruimte van iedere verzorgings- of bejaardenflat, zo'n oplossing lijkt de gestuurde en geleide beweging voor immobiele en onzekere ouderen.

“Moe word ik er niet van”, meent mevrouw Zijsling. “Ik doe het sinds november, en merk duidelijk resultaat. Lopen gaat me weer stukken beter af. Een oefening als 'traplopen' - waarbij de benen een soort fietsbewegingen in de lucht maken - vond ik heel vermoeiend, maar zelfs dat gaat nu gemakkelijker. Ik krijg er zelfvertrouwen door. Op straat ben ik gelukkig nooit bang geweest, maar nu zien ze in ieder geval niet: hé, dat is een oud mens, die loopt moeilijk.”

En de topsport? Klokke zes verzamelt zich op het terras van de Amsterdamse Roeivereniging De Hoop een vrolijke groep heren. Grijze haren, gebruinde gezichten, modieuze colberts. Hun leeftijden lopen uiteen van zestig tot tachtig jaar. Sommigen zijn al zo'n 45 jaar lid van de vereniging. De meesten roeiden wedstrijd tijdens hun studententijd. De jonge goden van weleer hebben carrière gemaakt in het bedrijfsleven of als bankier, een enkeling is apotheker of dominee geweest.

Ondertussen hebben ze honderden wedstrijden met elkaar geroeid. Die uitdaging houden de meesten inmiddels voor gezien. Voorzichtiger zijn ze geworden. Afgelopen herfst kreeg één van de wedstrijdroeiers totaal onverwacht een hartaanval tijdens het trainen. Hij stierf in de boot. Een prachtige dood, daar is iedereen het over eens. Zo zouden ze zelf ook wel willen gaan. Maar voor de roeiers die in dezelfde boot zaten was het een ingrijpende ervaring. Toch zijn ze een week later weer met elkaar het water opgegaan. Ophouden; dat was ook geen alternatief.

De colberts en pakken gaan uit, de witte Hoopshirts en veelgedragen sportbroekjes gaan aan. Met zichtbare moeite wordt de acht naar buiten gedragen, de kleinere boten zijn al weg. Eenmaal op het water zie je aan de roeiers geen leeftijd meer. Weg glijdt de boot, met lange slagen de Amstel op. De zon breekt door de wolken. Hij verspreidt een stralend licht over de rivier, ook al gaat hij langzaam onder.