Nieuwe ontdekkingen bij prostaatkanker

Als een prostaatkanker, op het moment dat de tumor ontdekt wordt, al is uitgezaaid, blijft er nog maar één behandeling over: een chirurgische of medicamenteuze uitschakeling van de zaadklieren. Die produceren namelijk het mannelijke geslachtshormoon testosteron dat de groei van prostaatcellen stimuleert. Helaas heeft een dergelijke behandeling slechts kortdurend effect. Na 1 à 2 jaar gaan de kankercellen toch weer delen en komen de verschijnselen terug. Dan bestaat er geen echt doeltreffende therapie meer.

Mannelijke (androgene) hormonen, zoals testosteron, stimuleren de groei van prostaatcellen door zich te binden aan androgene receptoren die zich op die cellen bevinden. Onderzoekers van de Harvard Medical School in Boston hebben deze androgeenreceptoren genetisch geanalyseerd bij 10 patiënten bij wie de prostaatkanker na een kastratie toch weer verder was uitgezaaid. Het bleek dat die receptoren bij de helft van deze patiënten veranderingen (mutaties) vertoonden. Daardoor bleken sommige van de betrokken kankercellen onafhankelijk van testosteron toch weer te gaan groeien, terwijl er andere waren die zelfs reageerden op hormonen waar ze normaal niets mee te maken hebben, zoals vrouwelijke geslachtshormonen en progesteron. Dat verklaart waarom de kankercellen ondanks de kastratie weer gaan delen. Daarmee houdt het niet op: door de receptormutaties bleken geneesmiddelen die toegediend worden om androgeenreceptoren te blokkeren, soms zelfs stimulérend te gaan werken. Nu we dat weten kan de toediening van dergelijke middelen bij dit soort patiënten natuurlijk beter gestaakt worden (New England Journal of Medecine, 25 mei).

Het uitzaaien van een tumor is overigens nooit het product van één enkele mutatie. In Science van 12 mei beschrijven onderzoekers van de Amerikaanse National Institutes of Health een gen dat een rol speelt bij het tegengaan van uitzaaiïngen bij prostaatkanker. Dit gen heeft men de naam KAI1 gegeven. Dat staat voor kang ai 1 (chinees voor anti-kanker). Het blijkt dat prostaatkankercellen zich pas gaan uitzaaien als KAI1 geïnactiveerd is. Hoe dit gen werkt is niet zeker, maar het eiwit waarvoor KAI1 codeert, lijkt qua structuur sterk op de transmembraan 4-eiwitten (TM4), een groep eiwitten die een rol spelen bij de adhesie tussen cellen onderling. De onderlinge adhesie - verkleving - van cellen voorkomt uitzaaien.

De ontdekkers van het KAI1 zien een onmiddellijke klinische toepassing voor het nieuwe gen: artsen kunnen door een analyse van KAI1 bepalen of er bij een bepaalde prostaattumor al dan niet risico van uitzaaien bestaat. Dat zou een belangrijke stap voorwaarts zijn, want een groot probleem bij deze kanker is dat het overgrote deel van de aangetroffen tumoren nooit uitzaait en een ingrijpende therapie in de meeste gevallen dus niet op zijn plaats is. Als mutaties in KAI1 een maat zijn voor de agressiviteit van een tumor, zou de behandeling daaraan kunnen worden aangepast.