Melkert: 'Werkgeverslasten moeten verder omlaag'

DEN HAAG, 1 JUNI. Het kabinet-Kok zal de geschiedenis ingaan als kampioen lastenverlichting. Maakte het kabinet-Lubbers/De Korte in 1989 bij de belastingoperatie Oort nog gewag van een ongekend grote eenmalige belastingverlaging van ruim 4 miljard gulden, het kabinet-Kok maakt er een jaarlijks ritueel van. Dit jaar dalen de lasten (sociale premies en belastingen) met 4,2 miljard gulden, volgend jaar nog eens met 4,5 miljard en voor de twee laatste jaren van het Paarse kabinet is voorlopig nog eens 4,5 miljard ingeboekt. Opgeteld: ruim 13 miljard gulden. Een record.

Lastenverlichting vormt een van de pijlers van het kabinetsbeleid. Over de precieze vormgeving van de miljardenoperatie voor 1996 leverden de ministers Zalm (VVD, financiën), Wijers (D66, economische zaken) en Melkert (PvdA, sociale zaken) de afgelopen maanden fel strijd. Melkert zocht al in een vroeg stadium de aanval. In het weekblad Elsevier van 18 februari brak hij een lans voor afschaffing van de werkgeverslasten op en net boven het minimumloon. Per werknemer ging het om 6.000 gulden per jaar.

Het compromis dat de kemphanen begin deze week sloten komt uit op eenderde daarvan. Een nederlaag voor Melkert, zo concludeerde de grootste vakcentrale FNV meteen. De PvdA had volgens de FNV weer eens in het stof gebeten voor de liberalen in het kabinet: de ministers Zalm en Wijers.

Zelf ontkent Melkert zijn vermeende nederlaag: “In deze onderhandelingsronde is mijn inzet nooit 6.000 gulden geweest. Mijn richtsnoer was al vrij snel 2.000 gulden. Die 6.000 gulden die ik in Elsevier noemde waren bedoeld voor de hele kabinetsperiode.”

Minister Zalm was in de kabinetsonderhandelingen Melkerts tegenpool. Hij was van meet af aan voor een generieke (dat wil zeggen: voor iedereen geldende) verlaging van de werkgeverslasten met 1.100 gulden per werknemer. Wijers stond precies tussen de Melkert en Zalm in: 1.500 gulden lastenverlichting op het minimumniveau en wat meer nadruk op de hogere inkomens dan in de variant van Melkert.

Het resultaat dat uiteindelijk uit de bus rolde geeft Zalm èn Melkert hun zin. Zalm kreeg zijn inzet van 1.100 gulden verlaging van werkgeverslasten en Melkert incasseerde zijn bonus voor de laagst betaalden. Tussen 100 en 115 procent van het minimumloon (28.000 gulden bruto per jaar) dalen de loonkosten volgend jaar met 6 procent. De werkgeverslasten nemen in dit inkomenstraject met een derde af. Bij inkomens van tweemaal modaal (90.000 gulden) is de lastenverlichting veel minder: 1 procent van het bruto inkomen. Melkert is tevreden. Hij heeft zijn doel - grotere nadruk op de onderkant van de arbeidsmarkt - bereikt.

Melkert: “Voor werknemers met loonkosten van 34.000 tot 39.000 gulden krijgen werkgevers 2.000 gulden lastenverlichting. Daarboven de helft minder. Dit omslagpunt bij 115 procent van het minimumloon is niet toevallig gekozen. De laagste loonschalen in CAO's liggen bijna 15 procent boven het minimumloon. Door de werkgeverslasten voor mensen met een lager inkomen met 2.000 gulden in plaats van 1.100 gulden te verlagen krijgen werkgevers een financiële prikkel om meer mensen beneden de laagste loonschalen in dienst te nemen. De loonstructuur verbetert daardoor. Mits de lastenverlichting maar voldoende lang wordt volgehouden. Aan eendagsvliegen hebben we niets.”

De vakbeweging vraagt het kabinet in 1997 en 1998 de werkgeverslasten op en net boven het minimumloon opnieuw met 2.000 gulden per werknemer per jaar te verlagen. Is dat ook nog steeds uw doel?

Melkert: “We hebben alleen gesproken over de voornemens voor 1996. Maar ik ben nog steeds bereid de werkgeverslasten op het niveau van het minimumloon helemaal ter discussie te stellen. Het staat voor mij namelijk als een paal boven water dat de vraag naar laag gekwalificeerde arbeid flink kan toenemen als de werkgeverslasten voor dat soort arbeid helemaal verdwijnen. Dat zou ook een geweldig psychologisch effect hebben. Als kabinet markeer je dan waar je de nadruk op wilt leggen: op het goedkoper maken van niet zo produktieve arbeid. Dat punt staat voor mij nog steeds overeind.

“Het zou belangrijk zijn als we die afschaffing van werkgeverslasten op en net boven het minimumloonniveau tijdens de resterende kabinetsperiode zouden kunnen realiseren. Met tweeduizend gulden volgend jaar zit ik goed op schema. Er zijn daarna twee jaren te gaan. Driemaal twee is zesduizend. Een dergelijke lastenverlichting moet wel worden ingebed in een mix van maatregelen. De lastenverlichting aan de onderkant mag de doorstroom van werknemers naar hogere loonschalen niet in de weg staan. We moeten geen reservaat van laag opgeleide en laag gehonoreerde werknemers creëren waaruit je moeilijk weg kunt breken.”

Toch zullen werkgevers niet erg geneigd zijn om laag betaalde werknemers meer te gaan betalen. De werkgeverslasten gaan dan immers ook met sprongen omhoog. Dat was de reden waarom uw collega Zalm voor alle werknemers, ongeacht hun inkomen, een gelijke lastenverlichting voorstond.

“In de praktijk doet dat probleem zich veel minder voor dan je zou denken. Voor driekwart van de werknemers in de eenvoudigste functies geldt dat ze er nauwelijks op vooruitgaan als ze hetzelfde werk blijven doen. Door te veranderen van functie of door promotie kunnen ze zich financieel verbeteren. Maar dat is aan de onderkant van de arbeidsmarkt alleen weggelegd voor de happy few. Het liberale paradijs van een perfect werkende arbeidsmarkt, waarbij werknemers die zich inspannen vanzelf doorschieten naar hogere loonschalen, blijkt in de praktijk niet te bestaan.”

Een minimumloner kost inclusief BTW 28 gulden per uur, zo heeft de werkgeversvereniging VNO-NCW uitgerekend. Hij werkt gemiddeld 1.730 uur per jaar. Als u de werkgeverslasten met 2.000 gulden per jaar verlaagt, kost deze werknemer per uur 1,16 gulden minder. Dat is wel erg weinig. Veel laag opgeleide werknemers moeten concurreren tegen zwart betaalde arbeidskrachten die bereid zijn voor 15 gulden per uur op te draven.

“Met zo'n redenering zet je de wereld op zijn kop. Bij de vormgeving van je loongebouw moet je je niet laten leiden door wat op de zwarte markt gebeurt. Dat doen ze in sommige Latijns-Amerikaanse landen ook. Dat leidt daar inderdaad tot volledige werkgelegenheid tot aan de rand van de straat. Maar vraag niet tegen welke sociale prijs. Bij de vervanging van de koffiejuffrouw door de koffieautomaat en van de bode door electronic mail heeft de kosten-baten afweging wel degelijk een rol gespeeld. Met name in de detailhandel, waar altijd handen tekort zijn, spelen loonkosten een belangrijke rol. In de jaren zeventig heb ik werkgevers horen klagen dat stijging van de loonkosten met een gulden per uur desastreuze effecten had voor de werkgelegenheid en de vervanging van arbeid door kapitaal. Waarom zou dat nu niet omgekeerd gelden?”

Een ander punt van kritiek is dat u winstgevende bedrijven als ABN Amro, Shell en Akzo nog meer winst cadeau doet. Voor elke werknemer krijgen werkgevers immers 1.100 of 2.000 gulden korting op hun loonkosten. Het Nederlandse bankwezen incasseert, zonder daar iets voor te hoeven doen, op deze manier 110 miljoen gulden extra winst.

“Ho eens even. Het is maar de vraag of die werkgevers daar niks voor hoeven terug te doen. In het bankwezen zijn dit jaar ondanks de reorganisaties die ze daar doorvoeren afspraken gemaakt over verkorting van de arbeidstijd en behoud van werkgelegenheid. Het ontgaat de bonden natuurlijk niet dat wij de werkgeverslasten verlagen. Zij kunnen daar bij hun inzet voor de volgende CAO-onderhandelingen rekening mee houden. De extra ruimte die werkgevers hierdoor krijgen kunnen ze bijvoorbeeld opeisen voor het creëren van banen. Bij het voorjaarsoverleg met werkgevers en werknemers is gisteren afgesproken dat per sector analyses worden gemaakt over inschakeling van zoveel mogelijk laag gekwalificeerde werklozen in het arbeidsproces. Dat is goed met elkaar te rijmen.”