Lastenverlichting door fiscale noviteit

DEN HAAG, 1 JUNI. De afdrachtkorting: het woord is nieuw, maar de techniek is beproefd. Op dit moment krijgen ondernemers een korting op de af te dragen loonbelasting wanneer ze een langdurig werkloze in dienst nemen. En om ondernemers financieel te stimuleren meer te investeren in speur- en ontwikkelingswerk, wordt ze de worst van minder loonbelasting voor gehouden.

De oud-fiscaal specialist van de PvdA-fractie, Willem Vermeend, paste de korting op de loonbelasting toe in deze twee initiatief-wetten. Via de belasting wordt een poging gedaan om het gedrag van ondernemers in een bepaalde - door de overheid gewenste - richting te sturen. Een techniek die Vermeend in zijn functie als staatssecretaris van financiën verder uitbouwt.

Het kabinet-Kok is van oordeel dat de belasting- en premiedruk op arbeid te hoog is; een van de oorzaken waarom er bijna 750.000 werklozen zijn. Het kabinet wil daarom met een verlaging van de belasting op arbeid de werkgelegenheid stimuleren. Begin deze week werd besloten om werkgevers volgend jaar een extra belastingaftrek van 1100 gulden per werknemer te geven. Voor werknemers die tussen de 100 en 115 procent van het wettelijk minimumloon verdienen, bedraagt de korting 2000 gulden.

De ministers Gerrit Zalm (VVD, financiën), Hans Wijers (D66, economische zaken) en Ad Melkert (PvdA, sociale zaken en werkgelegenheid) hebben hun fiat gegeven aan deze fiscale noviteit waar ongeveer 6 miljoen belastingplichtigen mee te maken krijgen. Naast deze lastenverlichting wordt 1,3 miljard gulden uitgetrokken om, conform het regeerakkoord, de overhevelingstoeslag te verlagen. Dit is een vergoeding die werknemers sinds 1990 aan werknemers betalen ter compensatie van de volksverzekeringspremies die sinds die tijd voor rekening van de werkgever komen.

De introductie van de afdrachtkorting kost ongeveer 3,5 miljard gulden. Met dit bedrag zou ook het tarief van de eerste schijf met ruim één procentpunt kunnen worden verlaagd, maar het effect hiervan op de werkgelegenheid is minder. Het Tweede Kamerlid Gerrit Ybema, financieel woordvoerder van de D66-fractie, had de 3,5 miljard gulden liever besteed aan een extra verlaging van de overhevelingstoeslag.

De afdrachtkorting is een korting op de af te dragen loonbelasting. De werkgever is niet verplicht om de korting om te zetten in extra werkgelegenheid; hij kan het ook gebruiken om het loon van de werknemer te verhogen. Zelfstandigen komen niet in aanmerking voor de korting.

De korting is een vast bedrag per werknemer waarbij voor deeltijdwerkers een naar rato kleinere korting geldt. Het risico bestaat dat werkgevers - door een onjuiste opgave van het feitelijk aantal gewerkte uren - ook voor deeltijdwerkers de maximale korting krijgt. Volgens Financiën is het voor de belastingdienst moeilijk, zo niet onmogelijk, om dergelijke vormen van fraude op te sporen; vooral voor deeltijdwerkers met een uurloon ruim boven het minimum uurloon. Voor Prinsjesdag, wanneer de plannen officieel worden gepresenteerd, hoopt Financiën dit probleem te hebben opgelost.

De afdrachtkorting is een compromis tussen de VVD'er Zalm en de PvdA'er Melkert. Zalm wilde een generieke lastenverlichting, terwijl Melkert de lastenverlichting specifiek wil richten op de onderkant van de arbeidsmarkt. De loonkosten voor werknemers tussen de 100 en 130 procent van het wettelijk minimumloon verdienen, zouden met 6000 gulden moeten worden verlaagd, zo stelde Melkert voor. Met de afdrachtkorting worden de loonkosten tussen de 100 en 115 procent van het minimumloon met 2000 gulden verlaagd.

Het kabinet verwacht de meeste banen te creëren aan de onderkant van de arbeidsmarkt tussen 100 en 115 procent van het minimumloon, vandaar dat de lastenverlichting daar het grootst is.

In ruil voor de afdrachtkorting wordt de zogeheten franchise in de werkgeverspremie in het ziekenfonds weer afgeschaft. Op 1 januari van dit jaar is deze franchise geïntroduceerd om de arbeidskosten aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verlagen. De franchise heeft slechts één jaar stand gehouden. De verwachting is dat de afdrachtkorting een langer leven is beschoren, want heel gericht kunnen de loonkosten worden beïnvloed. Dat instrument laat de minister van sociale zaken en werkgelegenheid zich niet afnemen.