'Kwetsbare jeugd moet vooral sociale vaardigheden leren'

DEN HAAG, 1 JUNI. Maatschappelijk 'kwetsbare' jongeren zijn vooral gebaat bij het aanleren van meer sociale vaardigheden en opvang buiten de normale lesuren op school.

Dat concludeert de Amsterdamse socioloog prof. dr. C.J.M. Schuyt in zijn rapport 'Kwetsbare jongeren en hun toekomst', dat gisteren is aangeboden aan de staatssecretarissen Kohnstamm (binnenlandse zaken), Terpstra (jeugdwelzijn) en Netelenbos (onderwijs).

Laaggeschoolde jongeren lopen volgens Schuyt tegenwoordig extra gevaar maatschappelijk af te glijden omdat veel banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt worden ingenomen door beter geschoolde leeftijdgenoten. Daarmee gaat een belangrijke bron van sociale controle voor deze jongeren verloren. Schuyt onderstreept dat deze jongeren vooral profijt hebben van niet-schoolse vaardigheden, zoals “met twee woorden spreken, woede of frustratie beheersen of verbergen, klachten op adequate wijze leren uiten”.

Schuyt wil algemene vormingsprogramma's om zulke dingen aan te leren, omdat scholen er nu nauwelijks voor zorgen. Ook sociale activiteiten buiten de normale lesuren op school kunnen helpen om de jongeren discipline en andere vaardigheden bij te brengen. Alleen “moet je het geen school noemen”, aldus Schuyt.

Tien tot vijftien procent van de jongeren tussen 12 en 20 jaar heeft volgens divers jeugdonderzoek te maken met een opeenstapeling van problemen waarvoor zij zelf geen oplossing meer kunnen vinden. Het gaat om (vaak allochtone) jongeren met een kennis- en taalachterstand die in een neerwaartse spiraal van problemen terechtkomen.

Gemeente, scholen en ouders moeten het voortouw nemen bij de hulp aan zwakke jongeren, vindt Schuyt. Om allochtone jongeren volwassen 'rolmodellen' te geven zouden veel meer onderwijzers, agenten, hulpverleners en sportleiders uit etnische minderheden moeten worden aangenomen. Een harde repressieve aanpak van allochtone jeugddelinquenten heeft volgens hem weinig zin, omdat die meestal te laat komt. De persoonlijkheid van de jongeren kan dan al niet meer worden veranderd.

Volgens Schuyt is tevens een verbetering nodig in de positie van àlle jongeren. Het maatschappelijke en culturele klimaat is “bepaald jeugd-onvriendelijk”, vindt hij. Jongeren worden nog slechts van belang geacht als “toekomstige belastingbetalers voor de ouderdomsvoorziening van de huidige machtige generaties”.

De huidige industriële welvaartsstaat biedt laaggeschoolde jongeren bovendien een ontoereikende uitlaatklep voor hun lichamelijke en geestelijke behoeften, terwijl een zelfstandige jeugdcultuur is ontstaan die hun allerhande “prikkels en verlokkingen” biedt. Schuyt: “Alle dingen waar laaggeschoolde jongeren in kwetsbare posities goed in zijn, hebben hun plaats in de samenleving verloren.” Hun kracht komt nog wel van pas “bij het gevaarlijke werk in de kleine en de grotere criminaliteit”.

Schuyt heeft zijn rapport geschreven in opdracht van de verschillende departementen en de Raad voor het Jeugdbeleid. Staatssecretaris Schmitz van justitie ziet in de uitkomst van het rapport een bevestiging van haar beleid om de capaciteit van justitiële jeugdinrichtingen uit te breiden, zei ze gisteren.