Koninklijke voetnoot

DE KONING VAN België. Zijn functie bestaat in de eerste plaats erin de regering raad te verstrekken, aan te moedigen, te waarschuwen en te inspireren zo nodig. Zo vatte de Belgische hoogleraar Craenen eind jaren tachtig in een boek over het staatsrecht van de landen van de Europese Gemeenschap, de taak van de koning kernachtig samen. Kort daarop bleek in de praktijk waar de koninklijke grenzen in België liggen. De toenmalige koning Boudewijn weigerde in 1990 met een beroep op zijn geweten een abortuswet van het Belgische kabinet te ondertekenen.

Op basis van het nog uit 1831 stammende grondwetsartikel 82 trad de koning tijdelijk terug, zodat hij ook niet hòefde te tekenen. Toen werd al direct in België de vraag opgeworpen of geen oneigenlijk gebruik van dit artikel was gemaakt. Artikel 82 was namelijk bedoeld om de koning van zijn taak te kunnen ontheffen in geval van ontoerekeningsvatbaarheid. Koning Boudewijn was echter volledig bij zinnen toen hij zijn bezwaren tegen de abortuswet kenbaar maakte.

De korte constitutionele crisis leidde wel tot een hernieuwd denken over de positie van de koning in het Belgische staatsbestel. Kunnen het koningschap en het koninklijke geweten van elkaar worden losgekoppeld, daar ging het in essentie om. De vruchten van dit denkwerk zijn deze week via een publikatie in de krant De Standaard naar buiten gebracht. Gelegenheidsconstructies waarbij de koning in geval van gewetensnood tijdelijk terugtreedt, zullen tot het verleden behoren als de plannen doorgaan. De koning zou bij onwelgevallige wetsontwerpen slechts een aantekening hoeven laten opnemen, waarin hij zijn persoonlijke, ehtische bezwaren kenbaar maakt.

DEZE OPLOSSING heeft op het eerste gezicht de charme van de eenvoud. Maar daarmee is dan ook alles gezegd. Het probleem voor de koning is weliswaar opgelost, maar het Belgische kabinet krijgt er een gigantisch probleem voor terug. Want hoe is het gesteld met de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van een wet die is voorzien van een persoonlijke voetnoot van de koning waarin deze bezwaar aantekent? Obstructie wordt langs deze weg welhaast koninklijk gelegitimeerd. Het opnemen van de mogelijkheid van een koninklijk gravamen - hoe nauw omschreven dan ook - betekent onherroepelijk het doorbreken van de eenheid van de kroon. Bij elk gevoelig onderwerp zal de positie van de koning in het geding komen.

In het moderne staatsbestel is het geweten van de koning een onoplosbaar probleem. Tenzij de persoon van de koning en het koningschap van elkaar worden losgekoppeld. Het is een oplossing die vraagt om begrip van alle kanten. Maar zonder begrip was het koningschap toch al een onmogelijke functie.