Kamerlid D66 tornt aan onschendbaarheid

DEN HAAG, 1 JUNI. De parlementaire onschendbaarheid van politici op landelijk en lokaal niveau moet gedeeltelijk worden opgeheven. Politici die racistische uitspraken doen, kunnen dan door de rechter worden vervolgd. Bij veroordeling zouden zij hun passief kiesrecht moeten kwijtraken.

Dat stelt het Kamerlid Th. de Graaf (D66) vandaag in een vraaggesprek met De Volkskrant. Nu kunnen politici alleen worden vervolgd voor uitspraken die zij buiten de vergadering van parlement, Proviciale Staten of gemeenteraad hebben gedaan. “Tijdens vergaderingen kunnen de meest gruwelijke dingen worden gezegd”, aldus De Graaf. “De politicus kan dan worden berispt, maar ondertussen heeft hij het wel gezegd, en mensen gekwetst zonder strafrechtelijk vervolgbaar te zijn. Een rechter moet dat achteraf kunnen toetsen aan de strafwet”.

De parlementaire onschendbaarheid is ingevoerd om de spreekvrijheid van volksvertegenwoordigers te garanderen en ze te vrijwaren van eventuele bemoeienis door de overheid. “Nu alle burgers gelijke rechten hebben vraag ik me af waarom wij anders behandeld moeten worden dan burgers die de grondwet moeten respecteren”, zegt De Graaf.

Tweede Kamerlid P. Rehwinkel (PvdA) noemt het pleidooi van De Graaf dat misschien in de vorm van een initiatief-wetsvoorstel wordt gegoten, “de moeite waard om over door te praten. De groei van extreem-rechts in met name de Provinciale Staten en gemeenteraden geeft daar de nodige aanleiding toe. Maar mij is nog onduidelijk hoe De Graaf de gedeeltelijke opheffing van de onschendbaarheid precies wil markeren.”