Het florerende uitgaansleven van de Belgische hoofdstad; Brassen tussen de sanseveria's

Verscholen in de gribussteegjes van hartje Brussel opent het ene café na het andere zijn deuren: cafés als doolhoven, cafés die tegelijkertijd galeries zijn, cafés die zijn ingericht met een ratjetoe van berevellen, oude sofa's en schommels. House wordt er niet gedraaid, maar de barman schenkt tot het ochtendgloren.

Le Sud, Schildknaapstraat 43. Iedere avond open v.a. 22u. Le Magasin 4, Pakhuisstraat 4. Alleen in het weekend geopend. Beurscafé, A. Ortsstraat 22. Do- t/m za-avond. De Bizon, Karperbrug 7. Iedere avond open. L'Acrobate, Borgval 14-16. Vr en za v.a. 23u. WA, Rijkeklarenstraat 20. Iedere avond open. Le Java, Groot Eiland 24. Za gesloten. Coaster, Rijkeklarenstraat 26. Iedere avond geopend. Le Tambour, Oude Graanmarkt 46. Do t/m za. Planet Claire, Gasthuisstraat 29. Do t/m za, v.a 23u. Zébu, Vlaanderenstraat 50. Zo en ma gesloten. Carwash, Antoine Dansaertstraat 50. Iedere avond geopend. Artcadia, Vaartstraat 4. Wo t/m za v.a. 12u. Halloween, Lievevrouwbroersstraat 10. Iedere avond open.

Brussel staat bekend als een stad van Eurocraten, die copieus lunchen in chique restaurants, koffie drinken in een Art Nouveau decor en een pint pakken op de Grote Markt. Maar er is een ander Brussel in opmars: dat van jongeren die tot vroeg in de ochtend uitgaan in underground cafés. In het centrum van de stad ging het afgelopen jaar het ene na het andere café open.

Vaak zijn het plaatsen die je moet kennen, om ze te hèrkennen. Ze verschuilen zich achter een deur waar je anders voorbij zou lopen of een gang waarachter je zeker geen bruisend nachtleven vermoedt. De interieurs van de cafés zijn des te verrassender. Met lichtpanelen, muurschilderingen, berevellen, plafonddecoraties van zilverpapier, Afrikaanse beelden en hoge cactussen doen ze nog het meest denken aan de huiskamer van een kraakpand, waar met weinig geld en veel vindingrijkheid een arty sfeer is gecreëerd.

Het 'oudste nieuwe' café is Le Sud. Wanneer het openging, lijkt niemand zich te herinneren. Het pand is semilegaal in gebruik genomen - soms moet het op bevel van hogerhand een tijdje sluiten om later weer feestelijk te openen. Le Sud is verscholen achter een onopvallend hek, vlakbij de Grote Markt. Via een steegje bereik je de bar en vandaar een doolhof van kamers met zithoekjes en een half overdekte binnenplaats, waar her en der stoelen en banken staan. Binnen liggen versleten Oosterse tapijten en overal branden lantaarns en waxinelichtjes.

De entourage van Le Sud verandert steeds, net als het aantal kamers. “Over de stijl is niet nagedacht”, verklaart barman Gérard (30). “Die lantaarns bijvoorbeeld waren toevallig in de aanbieding.” Le Sud is een stichting, de winst gaat naar een waterwinproject in Caïro. “Wij werken gratis”, zegt Gérard terwijl hij nog wat waxinelichtjes aansteekt en apenootjes strooit in de koperen schalen op de bar. In de rieten stoel zitten een meisje in versleten spijkerbroek en een geheel zwart geklede jongen. Het is half elf, ze zijn nog de enige klanten.

In Brussel komt het uitgaansleven pas laat op gang en er geldt geen officiële sluitingstijd. Le Sud is open vanaf tien uur 's avonds, en gaat pas dicht als de laatste klant is vertrokken. “Soms een uur of negen 's ochtends”, zegt Gérard. Drie keer per week wordt er een concert georganiseerd, variërend van rock, punk tot Arabische of Zaïrese muziek. Volgens Gérard komen er per avond zo'n vijfhonderd mensen - “van alles, behalve toeristen”. Ze drinken er een speciaal Le Sud-drankje: ijskoude wodka met citroen, à 500 frank (28 gulden) per fles.

Dezelfde onvoorspelbare stijl heeft het midden vorig jaar geopende Planet Claire. Een steile trap leidt naar de galerie annex café, die tot voor kort nog opslagruimte was. Er staan oude sofa's en luie stoelen. In een nis bevindt zich de bar met daarboven grote gouden sterren, een overblijfsel van Kerst. Pierre (31) richtte Planet Claire op met twee vrienden, “omdat we in Brussel goeie uitgaansgelegenheden misten”. Tegen een lage prijs huren ze een statig jaren-twintig pand, dat over twee jaar wordt afgebroken. De muren en houten vloeren hebben ze in de oorspronkelijk staat hersteld “om de geschiedenis te bewaren”. Ze maken geen reclame voor hun café. “Dat gaat snel genoeg via-via, want we vullen een leemte.” De bezoekers van Planet Claire zijn tussen 25 en 35 jaar, zegt Pierre, “van dreadlock tot net pak”. De muziek is divers: jazz, funk, soul. Maar geen house, waarschuwt Pierre: “Dit is geen dancing.” Net als in Le Sud werken in Planet Claire veel vrijwilligers.

Net nieuw is Le Magasin 4, gevestigd in de Rue de Magasin - een gribus-steegje vlakbij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Van buiten ziet het er uit als een fabriek. Alleen de graffiti verraadt iets van wat zich achter de muren afspeelt. Binnen zitten de klanten op schommels die aan het plafond zijn bevestigd. In het weekeinde worden er concerten of 'eighties-seventies party's' georganiseerd.

Meer richting Grote Markt zit het Beurscafé, pal naast de Beursschouwburg. Een hal geeft toegang tot een hoge ruimte met stenen muren en plavuizen op de grond. Op de lange houten tafels staan sanseveria's, aan de muur hangen lichtbakken. Aanvankelijk was het bedoeld als gelegenheidscafé voor het jaarlijkse KunstenFestival des Arts. Maar het café bleek zo'n succes, dat het ruim een half jaar geleden definitief open ging. Nu is het dé plek waar jong en artistiek Brussel uitgaat.

In januari verhuisde het Beurscafé tijdelijk naar het leegstaande hotel aan de overkant, dat uit protest tegen de verloedering van de binnenstad tien dagen werd gekraakt. In de foyer van het voormalig hotel werden zogeheten Urban Squat Dance Party's georganiseerd, waar honderden jongeren op af kwamen.

Om de hoek is café Bizon, dat onlangs zijn eerste verjaardag vierde. Het heeft een huiselijk karakter, met veel hout, kaarsen in wijnflessen en muren van afgebikte rode steen. Op de muur worden dia's geprojecteerd. Ook eigenaar Philippe (25), die zelf achter de bar staat, opende een café omdat hij zelf op zoek was naar een leuke plek om uit te gaan. Zijn klanten zijn “veelal studenten en doppers [uitkeringsgerechtigden] uit Brussel”. De Bizon is overigens een van de weinige Nederlandstalige cafés in het centrum van Brussel.

Een zijstraat verder zit L'Acrobate, een bar met dansvloer waar het vrijdag- en zaterdagnacht overvol is. De muziek is overwegend funk en house. Om de hoek bevindt zich het vijf maanden geleden geopende café WA. Ook hier zijn de muren van afgebikte rode steen. Op de tafeltjes liggen 3D-brilletjes, waarmee je foto's aan de muur driedimensionaal kunt bekijken. Op het piepkleine knalrode podium, waar niet meer dan drie musici op kunnen, wordt iedere donderdag opgetreden. Pal tegenover de WA zit Le Java, een wat ouder café, populair en trendy. Klanten verdringen zich 's avonds rond de Gaudí-achtige bar met ingelegde steentjes of staan bij mooi weer op de stoep. Een echt nachtcafé is de Coaster, vijftig meter verderop. Het café, met aan het plafond een boot en aan de muren scheepslampen, is altijd open tot het ochtendgloren.

Aan de hausse van nieuwe cafés lijkt voorlopig nog geen einde te komen. Frithjof (24), student en medewerker van het jongeren televisieprogramma 'Prettig gestoord', verklaart dit uit de algemene opwaardering van het centrum, waar steeds meer panden worden gerenoveerd. “Hoewel het centrum nog altijd niet echt een woonbuurt is, komen jongeren meer dan vroeger hierheen”, zegt hij. “Tot nu toe gingen ze alleen naar de vijf à zes cafés in de buurt van de universiteit.”

“De renaissance van bars hier is logisch”, vindt ook Michèle (29). “Jongeren hebben behoefte aan een uitgaanscentrum. Nu gaan ze daarvoor naar Antwerpen of Amsterdam.” Michèle staat achter de bar van Le Tambour, een klein café met een Afrikaanse touch. Om het café, dat uit twee kamers bestaat, te bereiken moet je eerst een steile trap op. In de linkerkamer staan op de knalrode vloerbedekking een knipperende televisie, een naaimachine en twee immense Afrikaanse beelden. Aan de muur hangen schilderingen van de andere barman, Ricky (34). De tweede kamer heeft wild beschilderde muren. Er staan leren fauteuils en een met tijgervel beklede strijkplank. “We willen een sfeer creëren die niet modieus is maar wel relaxt, zodat mensen zich op hun gemak voelen”, verklaart Ricky. Er worden hier ook veel verjaardagen gevierd. In Le Tambour wordt vooral funk en rap gedraaid. “Soms wordt er gedanst, dat hangt af van de sfeer.” Net zo min als voor Planet Claire wordt er voor Le Tambour reclame gemaakt. “Alleen vlak voor de opening vorig jaar, hebben we kaartjes uitgedeeld bij concerten van groepen die we zelf goed vinden”, zegt Michèle.

Een paar straten verder zit Le Zébu. Ook hier schuilt achter een onopvallende deur een uitbundig interieur. Aan het plafond hangen stroken zilverpapier en kleine lichtjes. Aan de muur hangen een berekop, een vogelkooi met een nep papegaai, een spiegel met een poppehoofd en een glitterende kerstboom. Eigenaar Hugues (30) doet alle decoratie zelf. “Mijn bar is een soort expositie, een happening.” Zijn klanten houden “net als ik van het surrealistische”. Door de week is het er 'cool', zegt Hugues, wijzend op de enige aanwezigen: vier jongens in leren jas die leunen op een houten tafeltje aan de muur. Maar in het weekend is het hier 'speedy'.

Ook de thema-cafés floreren in het Brusselse centrum. Begin maart opende CarWash, naar de gelijknamige film, waar alleen muziek uit de jaren zeventig wordt gedraaid. Populair zijn ook 'fantastische cafés' zoals Artcadia. Om de barkrukken zijn stalen kettingen gewonden, voor de ramen hangen zwarte gordijnen en uit de muur steken armen die kaarsen vasthouden.

Ook Halloween, op ruim honderd meter van Manneken Pis, is zo'n 'café fantastique'. Op de ramen staan vleermuizen en pompoenen. Binnen pronken beelden van monsterachtige vogels en asbakken in de vorm van insekten. De obers gaan gekleed in pij en spreken hun klanten aan met 'broeder' en 'zuster'. Eigenaar broeder Philippe heeft al plannen voor uitbreiding. “Dit is nog maar het begin”, verzekert hij. “Zuster, dit wordt echt dé uitgaansbuurt van Brussel.”