Guerrilla tussen de winkelschappen

ROTTERDAM, 1 JUNI. De eerste veldslag in de supermarktsector is verloren, maar de oorlog rond de CAO kan nog gewonnen worden. Met die achterliggende boodschap hebben de Dienstenbonden FNV en CNV gisteravond gepoogd hun achterban in de supermarkten een hart onder de riem te steken. Daarvoor moet de aanvalstactiek wel worden veranderd. Een front opbouwen via het platleggen van winkels is de afgelopen twee weken niet haalbaar gebleken; de komende tijd zal het personeel dat tot staking bereid is daarom worden opgeroepen om guerrilla-acties tegen de werkgevers te gaan voeren.

Een beetje giechelig, maar vooral trots deden de actieleiders van de vakbonden gisteravond tijdens een regionale ledenbijeenkomst in Rotterdam verslag van de nieuwe aanvalstactiek 'fun-shoppen'. Bij een Zaandamse vestiging van Albert Heijn - strategisch gelegen recht tegenover het AH-hoofdkantoor - heeft stakend personeel uit andere vestigingen gisteren het winkelen voor de klanten onmogelijk gemaakt.

Door stakers uit verschillende filialen te bundelen en vervolgens sabotage-acties bij andere winkels uit te voeren hopen de vakbonden de komende weken uiteindelijk de werkgevers toch nog op de knieën te krijgen. Een doel dat tot nu toe niet binnen bereik is geweest. Het streven van de bonden iedere dag een aantal supermarkten volledig gesloten te houden is een fiasco geworden.

De vakbonden hebben in de supermarktsector een moeilijke strijd te voeren. Kern van de acties is het behoud van toeslagen voor werken in de avonduren en op zaterdag. De werkgevers willen deze toeslagen terugbrengen van de huidige vijftig naar twintig procent. Bovendien willen ze de extra beloning alleen geven wanneer het personeel na acht uur 's avonds wordt ingezet. Nu gaan de toeslagen na zes uur in. Volgens de supermarktconcerns passen de hoge toeslagen niet meer bij de moderne tijden, waarin de 'gewone' werkdag steeds minder van toepassing is.

Werknemers mobiliseren voor de toeslagen blijkt voor de bonden lastiger dan verwacht. Weliswaar mogen de winkels vanaf 1 januari 1996 tot 22.00 uur open blijven, maar een groot deel van het winkelpersoneel gaat ervan uit dat het bij hun eigen filiaal wel zal meevallen. Albert Heijn bijvoorbeeld, een van de grootste voorvechters van ruimere openingstijden, zal naar verwachting voorlopig alleen in de Randstad de winkels later sluiten. Bovendien hebben de werkgevers toegezegd dat het huidige personeel de teruggang in tijdstoeslagen volledig gecompenseerd krijgt via een 'persoonlijke toeslag'. Alleen het nieuwe personeel zal onder de 20-procentsregeling vallen.

Ook de lage organisatiegraad onder het winkelpersoneel speelt de bonden parten. Slechts iets meer dan tien procent van de werknemers in de supermarktbranche is bij een vakbond aangesloten. Veel werknemers zijn vrouwen, scholieren of studenten. Vaak werken zij slechts enkele uren of enkele dagen per week, om de huishoudpot extra te spekken of om wat zakgeld te verdienen.

Als ook het nieuwe guerrilla-offensief de komende weken geen vrucht afwerpt, rest de vakbonden naar eigen zeggen geen andere keus dan de CAO-voorstellen van de werkgevers niet te accepteren. Voor het huidige personeel loopt de bestaande CAO dan nog een jaar door, nieuwe werknemers vallen dan onder de zogeheten Verordening Arbeidsvoorwaarden Detailhandel (VAD). In de VAD zijn alleen basisregelingen opgenomen.

Wellicht is het uitblijven van een CAO voor de vakbonden op de langere termijn nog de beste optie. Nieuwe onderhandelingen hoeven dan pas in 1996 te worden gevoerd, pas nadat de ruimere winkeltijden zijn ingevoerd. De werknemers zullen dan aan den lijve hebben ondervonden wat het betekent om in de avonduren te moeten werken. Als zij de prijs van de werkgevers daarvoor te laag vinden, zouden de bonden alsnog de ledenwinst - en een betere CAO - kunnen incasseren.