Echte nieuws in Noordwijk komt uit de rest van de wereld

NOORDWIJK, 1 JUNI. Liefst vier van de zestien ministers van buitenlandse zaken van de NAVO spoedden zich gistermiddag op de NAVO-bijeenkomst in Noordwijk voortijdig naar de uitgang van Hotel Huis ter Duin. De bewindslieden van Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje en Nederland vertrokken spoorslags voor overleg naar hun parlementen en alle vier hadden ze Bosnië als onderwerp gemeen.

Hun vroegtijdige aftocht op de halfjaarlijkse NAVO-ministerraad was de zoveelste aanslag van de Bosnische crisis op het vergaderritme van de NAVO. In Noordwijk bleek ook dat een lokatie met veel ministerieel kapitaal bijeen - meer dan veertig ministers van buitenlandse zaken uit het Westen en Oost-Europa -, niet altijd de plaats bij uitstek is waar de actuele internationale politiek wordt bepaald. Daarvoor accelereert de hedendaagse geschiedenis te snel.

Gelijktijdig met het vertrek van de vier ministers kwam het echte nieuws bij de NAVO in Noordwijk gistermiddag uit Parijs, Moskou, Londen en Washington: in Parijs komen zaterdag ministers van defensie en hun chefs van staven bijeen voor overleg over een snelle interventiemacht voor Bosnië. De Russische president Boris Jeltsin heeft ernstige bezwaren tegen een grootschalige interventie. Lord Owen heeft meegedeeld af te treden als EU-bemiddelaar. En vanuit Washington komt de tijding dat president Clinton wel bereid is tijdelijk grondtroepen in te zetten in Bosnië.

Deze laatste ontwikkeling, een ingrijpende zwenking van de Amerikaanse regering, ging ook NAVO-secretaris-generaal Willy Claes gisteren te snel. Toen hem aan het begin van de avond werd gevraagd of hij wist dat het Witte Huis de deur heeft opengezet voor het sturen van grondtroepen, zei hij met verbaasde blik: “Ik weet dat niet. Ik heb de afgelopen dagen natuurlijk een aantal perspublicaties gelezen [waarin de Amerikaanse minister van defensie Perry sprak over mogelijke bijstand met grondtroepen bij de 'hergroepering' van de VN-vredesmacht]. Maar of het Witte Huis nu de deur heeft opengezet, weet ik niet. Dit is nog maar het begin van een discussie.”

De tweede dag van de NAVO-ministerraad in Noordwijk was gisteren in voldane stemming begonnen, met de bijeenkomst van de '16 plus 1': de leden van het bondgenootschap en Rusland. De Russische minister van buitenlandse zaken, Andrej Kozyrev, ondertekende de documenten over invulling van het Partnership for Peace (PfP) en over het aangaan van een speciale dialoog met de NAVO.

Kozyrev, met naast hem de Russische NAVO-ambassadeur en voormalig Bosnïe-gezant Vitali Tsjoerkin, herhaalde de scherpe Russische kritiek op de uitbreidingsplannen van de NAVO. Maar vergeleken met een half jaar geleden, toen de Russische bewindsman op het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel volkomen onverwacht weigerde de papieren te tekenen, was er een wereld van verschil, zo schetste de Nederlandse minister Van Mierlo. “Toen was de sfeer grimmig, vandaag was er het offensief van de glimlach. Zes maanden geleden werden er grimmige verklaringen uitgewisseld, nu toonde Kozyrev zich zeer welwillend.”

Ook secretaris-generaal Claes wuifde in zijn afsluitende persconferentie sombere voorspellingen over de houding van Rusland in de 'Europese veiligheidsarchitectuur' weg. “De toelating van nieuwe lidstaten tot het bondgenootschap is erop gericht veiligheid en stabiliteit tot geheel Europa uit te breiden. De uitbreiding is niet gericht tegen Rusland en tast evenmin de Russische nationale belangen aan”, zei Claes. “De dialoog, de verdieping van onze relatie met Rusland en de permanente aanwezigheid van een Russische afvaardiging in Brussel, zal ons in staat stellen Moskou duidelijk te maken dat we geen agressieve bedoelingen hebben en dat we er niet op uit zijn om Rusland te isoleren. De NAVO is niet langer de vijand van Rusland.”

Kozyrev zei gisteren niet alleen dat de NAVO zich van “een puur militair blok” zou moeten omvormen tot “een politieke organisatie”. Hij kwam ook weer op de proppen met het Russische idee voor “een pan-Europese veiligheidsstructuur” zonder “scheidingslijnen”, met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) als hoogste, overkoepelend orgaan. Alle belangrijke instituties in Europa, variërend van de Europese Unie (EU) tot het Gemenebest van Onafhankelijk staten (GOS), zouden betrokken moeten worden bij de opbouw van “de toekomstige veiligheidsstructuur” in Europa.

Kozyrev hield dit pleidooi toen de ministers van de andere lidstaten uit Oost-Europa en uit de voormalige Sovjet-Unie inmiddels waren aanschoven voor de vergadering van de zogeheten Noordatlantische Samenwerkingsraad (NASR). Secretaris-generaal Claes reageerde koeltjes op dit voorstel. Dergelijke plannen kunnen “geen middel zijn om de NAVO te controleren. Samenwerking ja, maar veto nee”, zei hij.

Volgens Van Mierlo werkten de ministers de agenda van de 'Europese veiligheidsarchitectuur' in een sfeer van “grote ontspannenheid” en “optimisme” af. Vooral over de ontwikkeling van het programma voor het Partnership for Peace, gericht op militaire samenwerking, waren de bijdragen van de ministers “alleen maar positief”. Sinds het PfP begin vorig jaar werd gelanceerd op de NAVO-top in Brussel hebben 26 Oosteuropese landen zich aangesloten. Claes wees er gisteren op dat dit jaar elf grote gemeenschappelijke legeroefeningen worden gehouden, tegen drie vorig jaar. Voor het eerst zal dit jaar ook op Amerikaanse bodem worden geoefend.

Gastheer Van Mierlo blikte tevreden terug op de tweedaagse bijeenkomst. “De sfeer was zeer ontspannen, behalve dan wanneer Joegoslavië ter sprake kwam. Niet omdat er toen heftige tegenstellingen naar voren kwamen, maar doordat dan de onmacht via de achterdeur binnensluipt en zich zeer snel door de zaal verspreidt.”