Duitse schrijvers in 'Koude Oorlog'

BONN, 1 JUNI. De Duitse literaire wereld is in verhoogde staat van opwinding geraakt. Nadat twee weken geleden een fusie tussen de Oost- en Westduitse PEN-clubs na veel ruzies werd afgeblazen, hebben deze week 62 boze Westduitse schrijvers daarop gereageerd door óók lid van de Oostduitse PEN-afdeling te worden. Bovendien is een aantal vroeger 'dissidente' DDR-auteurs, zoals Jürgen Fuchs en Rainer Kunze, lid geworden van de in de jaren dertig in Londen opgerichte en nog steeds bestaande PEN-club van Duitse schrijvers die voor het Hitler-regime moesten vluchten.

Tot de Westduitse auteurs die al lid van de Westduitse PEN waren en deze week óók lid geworden zijn van de Oostduitse afdeling van de uit 1927 daterende wereldwijde organisatie van Poets, Essayists and Novelists behoren mensen als Günter Grass, Walter Jens, Johannes Mario Simmel, journalisten-auteurs als Marion Dönhoff en Ulrich Wickert en de oude FDP-politica Hildegard Hamm-Brücher, die vorig jaar nog kandidaat was voor het bondspresidentschap. Zij keren zich tegen wat Joochen Labs, de secretaris-generaal van de Oostduitse PEN-club, al de 'hervatting van de Koude Oorlog' heeft genoemd.

Het gaat hier om een zeer Duitse geschiedenis, die vijf jaar geleden, na de Duitse eenwording, begon met een onschuldig verzoek van de wereldorganisatie. Namelijk of de beide afdelingen (de Westduitse met 500, de Oostduitse met 150 leden) niet over een fusie wilden nadenken. Dat leidde tot heftige discussies en veel grote woorden in de feuilleton-katernen van de grote Duitse dag- en weekbladen. Vooral Oostduitse auteurs die vroeger in de DDR werden vervolgd of naar West-Duitsland waren uitgewezen of gevlucht, zoals Fuchs, Kunze, Günter Kunert, Freya Klier en Wolf Biermann, waren mordicus tegen een fusie met de Oostduitse PEN, die zij beschouwden als de gewezen handlanger van de DDR-dictatuur, met een ledenbestand dat veel te veel vroegere SED-meelopers kent. Voorzichtige fusievoorbereidingen van de intussen afgetreden Westduitse PEN-voorzitter Gert Heidenreich zag Fuchs in 1992 al als aanloop naar 'de dictatuur van de leugen'.

De Westduitse PEN, tot dan een nogal slaperig genootschap - 'grote' auteurs als Grass, Walser en Enzensberger bezochten de vergaderingen nimmer - raakte gaandeweg verscheurd door interne conflicten. Conflicten die natuurlijk parallel liepen met botsende opvattingen over de Duitse eenwording zelf, waarover Grass bijvoorbeeld nog steeds kritisch spreekt en schrijft. Op de achtergrond speelt het óók een rol dat de Westduitse literaire wereld zich, net als de 'intelligentsia' in het algemeen, vijf jaar geleden door het snelle Duitse eenwordingsproces overvallen voelde. Terwijl de Oostduitse PEN als een voorheen door het DDR-regime geaccepteerde en begunstigde organisatie óók al met gemengde gevoelens naar die eenwording terugkeek. De Duitse PEN-fusie mislukte eerder deze maand op een bijeenkomst in Mainz niet alleen formeel, zij lijkt ook verder weg dan ooit.