Dijkstal botst met PvdA en D66 over lintjes Kamerleden

DEN HAAG, 1 JUNI. Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) dreigt in conflict te komen met de Tweede Kamer over het automatisch toekennen van koninklijke onderscheidingen aan Kamerleden en ministers. De PvdA, daarin bijgevallen door D66, wil dat de minister dit automatisme ongedaan maakt. De minister weigert vooralsnog.

De PvdA-fractie zal de Tweede Kamer volgende week voorstellen het parlementaire debat over de toekenning van koninklijke onderscheidingen te heropenen. PvdA'er Apostolou wil de minister via een motie dwingen het automatisme ongedaan te maken. Het is nog onduidelijk of hiervoor een meerderheid bestaat. De fracties van CDA en VVD steunen de minister, de kleinere andere fracties hebben zich nog niet uitgesproken.

Het meningsverschil openbaarde zich gisteren in een overleg tussen Kamerleden en de minister over de criteria die zullen gelden voor de toekenning van een nieuwe koninklijke onderscheiding. De Kamer is het eens met het kabinet dat burgers bijzondere prestaties moeten leveren om het nieuwe lintje, lid in de orde van Oranje-Nassau, te krijgen. Voor Kamerleden is echter de bestaande praktijk gehandhaafd dat zij na tien jaar automatisch een lintje krijgen, voor ministers en staatssecretarissen geldt dit al na één jaar.

Minister Dijkstal verzette zich sterk tegen de wens van PvdA en D66 om dit automatisme te laten vervallen. Hij noemde het 'een heilloze weg' als hij als minister van binnenlandse zaken Kamerleden afzonderlijk op hun prestaties zou moeten gaan beoordelen en de minister-president op zijn beurt de ministers- en staatssecretarissen. Dijkstal voorspelde dat zo'n praktijk zou leiden tot een polarisatie van de politieke verhoudingen. De regeling is echter ook gekritiseerd door de Raad van State. Dijkstal stelt zich op het principiële standpunt dat het onjuist is als het kabinet volksvertegenwoordigers zou beoordelen omdat in zijn ogen Kamerleden alleen door de kiezers dienen te worden beoordeeld .

PvdA'er Apostolou en D66-Kamerlid Scheltema hielden onverkort vast aan het gelijk behandelen van Kamerleden en ministers met andere Nederlanders. Apostolou zei dat het voor 'volwassen mensen' in de politiek mogelijk moet zijn om onderscheid te accepteren. Op de achtergrond speelt bij deze discussie mee dat PvdA en D66 vrezen dat bij het handhaven van het automatisme voor Kamerleden op enig moment ook aan extreem-rechtse Kamerleden een koninklijke onderscheiding moet worden verleend.