De Friezen voelen zich steeds minder veilig

LEEUWARDEN, 1 JUNI. De Fries voelt zich, in vergelijking met drie jaar geleden, minder veilig. Uit een groot omgevingsonderzoek onder 15.000 Friezen naar hun mening over onder meer politieoptreden, bereidheid tot aangifte en overlast, blijkt dat de gevoelens van veiligheid met vier procent zijn gedaald tot 63 procent.

De resultaten van het onderzoek, in opdracht van de korpsbeheerder burgemeester H. Apotheker van Leeuwarden en de Leeuwarder hoofdofficier van justitie, werden vanmorgen bekend gemaakt.

Het meest onveilig voelen inwoners van grote en middelgrote kernen (tussen de 7.500 en 20.000 inwoners en 2.500-7.500 inwoners) zich. De burger heeft een aanmerkelijk veiliger gevoel, zo blijkt uit het onderzoek, wanneer hij regelmatig 'blauw' op straat ziet. Maar als gevolg van de vorig jaar doorgevoerde organisatie, waarbij rijks- en gemeentepolitiekorpsen werden samengevoegd en vijf Friese bureaus werden gesloten, nam die zichtbaarheid juist af. Opvallend is dat de 'koele' cijfers, aldus korpschef P. van Brakel, niet uitwijzen dat er sprake is van een objectieve stijging van de criminaliteit. “De kans om in een jaar het slachtoffer te worden van een misdrijf in de eigen gemeente is slechts met één procent toegenomen. Maar blijkbaar vóelt de burger zich onveilig. Vroeger zagen mensen in een dorp een politieauto langsrijden. Nu heeft men het idee dat er geen agenten in de buurt zijn.”

Om de gevoelens van veiligheid te vergroten noemt hij als één van de mogelijkheden de inzet van rijdende postbureaus in plattelandsgebieden waar de bureaus zijn opgeheven. Van Brakel denkt verder aan zittingen van politiemensen op vaste dagen in bijvoorbeeld een kamer van het gemeentehuis van een plaats waar geen politiebureau meer is. Ook zou het aantal 'één-mens-surveillances' moeten worden vergroot, vindt de Friese korpschef. “Te denken valt aan meer voetsurveillances overdag, bijvoorbeeld in drukke winkelstraten.”

Uit het onderzoek blijkt dat de waardering van de Friese bevolking voor de politie is gedaald. Ook zijn de Friezen minder te spreken over het contact met de politieman of -vrouw en diens verleende service. In 1992 was 82 procent van de ondervraagden hierover nog redelijk tot goed te spreken. Nu is dat percentage gedaald naar 79 procent. Hoger dan drie jaar geleden scoren antwoorden op vragen als: “De politie liet me langer wachten, had onvoldoende tijd of aandacht” of “de politie kwam te laat”. Van Brakel onderkent de klachten, maar verklaart dat de politie niet voor elk wissewasje kan opdraven. “Als er vroeger na thuiskomst van vakantie bleek te zijn ingebroken en je belde, dan kwam er meteen een agent. Nu komen we alleen in spoedgevallen.”

In het najaar zal de regiopolitie Friesland een imagocampagne opzetten, die het publiek duidelijk moet maken dat de politie niet alleen bescherming kan bieden, maar hiervoor de hulp nodig heeft van de burgers, stelt Van Brakel.