Daklozen op de salontafel

Athenaeum Illustre. Kwartaaltijdschrift van de Universiteit van Amsterdam. Eerste jaargang, nummer 2, april 1995. Uitg.: Vossiuspers UAP. Losse nummers: ƒ 15,-.

Wetenschappers kunnen niet schrijven. Preciezer geformuleerd: ze missen het talent om op aanstekelijke wijze een breed publiek over het eigen onderzoek te informeren. De combinatie van én wetenschappelijke én stilistische vaardigheden is zo'n zeldzaamheid dat we in onze handen mogen knijpen met iedere J. Goudsblom, E.J. Dijksterhuis en Huizinga die zich aandient. Werk aan de winkel voor de wetenschapsjournalist. Die verstaat de taal van de wetenschap en beheerst het omzetten naar leesbaar Nederlands. Ook heeft hij geleerd dat een eerste zin moet smaken naar meer, dat een artikel een compositie moet bezitten en een spanningsboog, dat doceren dodelijk is en dat humor helpt. Laat de wetenschapper eersteklas ingrediënten aanleveren, dan bakt de wetenschapsjournalist er iets moois van.

Toch laat Athenaeum Illustre, kwartaaltijdschrift van de Universiteit van Amsterdam, in zijn tweede aflevering opnieuw tien wetenschappelijke medewerkers uit de eigen stal aan het woord over hun onderzoek. Dat levert dus gortdroge artikelen op over rituelen en sterrenbeelden in het Noordhollandse landschap, rechterlijke oordelen, lessen over discriminatie of de relevantie van de persoonlijke aanval. Steeds raakt interessante wetenschap ondergesneeuwd in saaie formuleringen en zielloos taalgebruik. Deftig vormgegeven - Athenaeum Illustre oogt als De Gids - kan het blad zo op de academische salontafel. Sneu voor Leon Deben, universitair hoofddocent Sociologie. In eenvoudige bewoordingen, niet vervuild door machteloos welzijnsjargon, weet hij de lezer zijn verhaal over dakloosheid binnen te lokken. Onderzoek naar dit fenomeen is bij gebrek aan harde gegevens lastig. De jongere dakloze blijft grotendeels onzichtbaar en voldoet niet aan het prototype van de zwerver: 'Wij lopen niet in vodden met een fles drank in ons hand, we kijken wel uit.' Verder kampt de dakloze met een intolerantere buitenwacht: het verblijf in stations en warenhuisgalerijen is bemoeilijkt, slooppanden zijn dichtgetimmerd en op pleintjes en in parken zijn de bankjes voorzien van beugels om languit slapen tegen te gaan.

Deben onderscheidt zes zwerfstijlen: die van de instellingsnomade, de kraker, de najager van een subcultuur, de zwerfvrouw van losse zeden, de crimineel en de retraitist of escapist. Eindelijk een onderzoeker wiens taal vonkt, die pseudo-geleerde gemeenplaatsen en dorre abstracties uit de weg gaat. 'Zoals de welvarende burger een portemonnaie met vakjes voor zijn creditcards heeft, zo heeft de dakloze er inmiddels een met vakjes voor zijn verzameling kaartjes en toegangsbewijzen waarop vermeld staat wanneer hij ergens mag zijn, tot hoe laat en hoeveel nachten hij ergens kan slapen.'

Vergelijk dat eens met: 'Van oudsher is het omgaan met variatie het vakgebied van de statistiek' (Ronald Does over industriële statistiek) of: 'In multi-etnisch Nederland is discriminatie een actueel maatschappelijk thema' (Yvonne Leeman over lessen in discriminatie) of: 'Met betrekking tot familierechtelijke rechtsverhoudingen wordt verdedigd dat nationaliteit een goede aanknopingsfactor is voor de verwijzing naar het toepasselijke recht' (Jannet Pontier over internationaal privaatrecht). Waarmee niets ten nadele is gezegd over de onderzoekskwaliteiten van deze wetenschappers. Afgelopen februari is Debens Sectie Stadssociologie op pad gegaan om de Amsterdamse zwervers te tellen, bij het krieken van de dag en in ploegen van twee studenten 'voorzien van een thermoskan met koffie, bekertjes, een zaklantaarn en een logboekje'. De zwervers die werden opgespoord - politieagenten hielden een oogje in het zeil - kregen een flyer uitgereikt met een verzoek later op de dag tegen vergoeding van een lunch en een pakje shag een enquête te komen invullen. Over enkele jaren volgt nog zo'n operatie om de diverse zwerfcarrières beter in beeld te krijgen. Kan Deben daar opnieuw verslag van doen? Verderop in Athenaeum Illustre mogen dezelfde tien wetenschappers, als betreft het een herkansing, in de sectie 'Van school naar universiteit' aspirant-studenten kort uitleggen wat hun vakgebied inhoudt. Opeens kunnen ze wél schrijven! Maar dan allemaal in hetzelfde bloedeloze pr-stijltje dat het voorlichtingsmateriaal van de vwo-er met academische pretenties zo teistert. Na deze sectie 'Van school naar universiteit' volgen gevarieerde berichten voor UvA-alumni. 'Misschien voor velen een eigenaardige formule,' licht Ko van Harn in zijn hoofdredactioneel voorwoord dit zwalken toe, 'maar de UvA wil ook wel een beetje eigenaardig zijn.'

Genoeg kritiek, de in Athenaeum Illustre opgenomen Amsterdamse Boekengids vergoedt alles. Die werkt met een zelfstandige redactie en biedt plaats aan ervaren auteurs die (combinaties van) actuele boeken tot voorwerp maken van verhelderende analyses. Dirk-Jan van Baar over de Koude Oorlog, Hans Lauwerier over chaos, Wiel Hoekstra over micro-organismen en Rienk Vermij over de Wetenschappelijke Revolutie: je leest het voor je plezier en door de ruimere lengte bezitten hun beschouwingen een evenwichtigheid en diepgang die geen krant kan bieden. Deze stukken zijn een De Gids-uiterlijk meer dan waard, ja in de echte De Gids zouden ze niet misstaan.