Bij scholen

Het probleem is, dat het leven in deze maatschappij niet echt serieus kan worden genomen. Dit belemmert de inzet en veroorzaakt droevig gegiechel, dat voor omstanders verborgen moet blijven. Voor de rest van het verhaal is het nuttig te weten dat ik ook bijschool. Een bijscholer in het onderwijs is iemand die les geeft over lesgeven aan mensen die al jaren lesgeven. Geen makkelijk vak dus.

Goed, ik schoolde bij, al weer lang geleden, in een gat in Limburg. Eerst kwamen alle cursisten en bijscholers bijeen in een kingsize dorpshuis. Dit was een school geweest. Vervolgens gaf ik les in het aanpalende pand. Ook dit was sinds kort geen school meer. De gordijnen, de videokar, het koffiezetapparaat, alles was er nog. Werkplaatsen vol machines. Laboratoriumkasten vol ongebruikt materiaal. Bestemming van dat alles? Men gaat ver in dit land.

Thuis groeit gestaag een nieuwe vleugel aan de school. Volgend jaar zal ik lesgeven in de nieuwbouw. Het wordt prachtig met iets ronds in de gevel, postmodern. Dit komt door de fusie. Alles moet onder een dak. Leerlingen, nu nog gehuisvest in twee andere gebouwen een kilometer verder, zullen bij ons intrekken. Aan de twee scholen mankeert niets. Deze zullen na ontruiming spoedig tegen de vlakte gaan, vermoed ik. Voordat bij ons met de nieuwe vleugel werd begonnen moest een deel van de oude nieuwe vleugel worden afgebroken, gesloopt eigenlijk. Deze oude nieuwe vleugel is ongeveer vijf jaar oud.

Nee, ik wil mijn directie alleen maar prijzen voor de volharding en het inzicht bij het ontwikkelen van alle bouw- en sloopplannen en de overheid die voor het geld zorgt, danken. Ik zal genieten in m'n nieuwe lokaal op de tweede verdieping op het Zuiden met kilometers uitzicht. Ik zal zo genieten dat ik niet meer naar huis wil. Maar men gaat wel heel erg ver in dit land.

Af en toe school ik bij. Over bijscholing valt veel te zeggen. Bijvoorbeeld over het bijscholingsgeld. In het verleden betaalde de overheid lerarenopleidingen om leraren bij te scholen. Omdat niet zoveel leraren belangstelling in gratis lessen hadden, gebruikten deze bijscholingsinstituten het geld voor andere zaken. De meneren die de bijscholing moesten verstrekken gaven in plaats daarvan les aan kleine klasjes studenten, de laatsten die nog leraar wilden worden. Sinds twee jaar krijgen de instituten het bijscholingsgeld niet meer en worden deze meneren ontslagen.

Het bijscholingsgeld gaat nu naar de consument, naar de leraar, of eigenlijk naar zijn werkgever, de school. Per persoon in de buurt van ƒ 700 per jaar. Peanuts, maar wat doet men met peanuts? De scholen moeten het geld besteden bij lerarenopleidingen, of zij mogen het oppotten. Dat is wat zij doen. Zij potten het op.

Ik heb op mijn school wel eens gevraagd hoeveel er in de pot zat, maar daar heb ik nooit een duidelijk antwoord op gehad. Wel kreeg ik van mijn directie, een voortreffelijke directie, een document van tien pagina's waarin onder andere richtlijnen die moeten waarborgen dat de leraar niet zomaar onverhoeds op kosten van de pot vioolles gaat nemen of anderszins het geld over de balk gooit. Het geld moet wel nuttig besteed worden natuurlijk. In Nederland moet geld bij voorkeur altijd nuttig besteed worden. Misschien een balkonnetje aan mijn nieuwe lokaal, met een parasol?