Bij herindeling is kwestie-Rosmalen geen incident

DEN HAAG, 1 JUNI. Vlak voor de kerstdagen van 1994 had het gemeentebestuur van Rosmalen het verzet al opgegeven. De overname van het stadje door buurgemeente Den Bosch was onvermijdelijk geworden. Protestmarsen en tal van andere acties van de 27.000 koppen tellende bevolking konden niet voorkomen dat staatssecretaris Van de Vondervoort (binnenlandse zaken) de opheffing van Rosmalen door de Tweede Kamer loodste.

Eergisteren kregen de Rosmalenaren steun uit onverwachte hoek: de Eerste Kamer. Eerst, zo luidde een van de boodschappen in de senaat, moet er maar eens wat meer duidelijkheid komen over de bestuurlijke herindeling van Nederland. Immers, provincies, steden noch dorpen lijken de komende jaren te ontkomen aan de reorganisatie van Nederland. Van de Vondervoort onderbrak het Rosmalen-debat om ruggespraak te houden met haar ambtenaren.

Het 'incident-Rosmalen' in de Eerste Kamer lijkt niet op zichzelf te staan. Tientallen jaren is er gediscussieerd over de vernieuwing van de bestuurlijke organisatie in stad en land: meer of minder gemeenten, grotere of kleinere provincies. Als het aan minister Dijkstal en staatssecretaris Van de Vondervoort ligt worden er tijdens deze kabinetsperiode verschillende belangrijke besluiten genomen. Enkele grootstedelijke gebieden worden omgevormd tot stadsprovincie. De grenzen van een aantal middelgrote steden, zoals Den Bosch, moeten worden opgerekt. Veel zelfstandige dorpen zullen het op den duur moeten afleggen en opgaan in een groter verband.

Er is een nieuwe kaart van Nederland op komst. Maar nu de grenzen daadwerkelijk worden aangetast krijgt staatssecretaris Van de Vondervoort de wind tegen. Reorganisaties, herindelingen, samenvoegingen: ze worden zelden met gejuich ontvangen. De inwoners van Amsterdam pikken het niet dat hun gemeente verdwijnt ten faveure van een stadsprovincie, zoals uit het referendum van 17 mei bleek. De besluitvorming over de provincie Amsterdam kan daardoor aanzienlijke vertraging oplopen. Dat risico is ook aanwezig in Rotterdam, dat zijn bewoners heeft uitgenodigd volgende week naar de stembus te komen voor een soortgelijk referendum. Utrecht was het al niet eens met het voornemen van Van de Vondervoort om die stedelijke regio niet op te waarderen tot stadsprovincie met vergaande bestuurlijke bevoegdheden. In Twente pleiten bestuurders en zakenlieden voor een eigen provincie.

De gemeente Wassenaar, nota bene de woonplaats van de minister van binnenlandse zaken, liet het gewestelijke bestuur van 'Haaglanden' deze week weten voorlopig niet mee te willen werken aan de totstandkoming van de stadsprovincie in de Haagse regio. Eerst moet er in de landelijke politiek maar eens duidelijkheid komen over de koers die men wil varen met de bestuurlijke herindeling en de stadsprovincie in het bijzonder, zo vinden de raadsfracties van CDA en VVD in Wassenaar. Grote steden schreeuwen om annexatie van randgemeenten, omdat zij niet meer in hun eigen woningbehoefte kunnen voorzien. Kleine gemeenten roepen terug dat zij liever hun eigen boontjes doppen en hun zelfstandigheid niet willen opgeven. “Nederland gaat op de schop. Maar ik wil eerst weten hoe”, zei de liberale senator Talsma gisteren over zijn aarzelingen bij de annexatie van Rosmalen door Den Bosch. De VVD'er zegt behoefte te hebben aan heldere politieke uitspraken en uitgangspunten voor de bestuurlijke vernieuwing.

De druk op verantwoordelijk staatssecretaris Van de Vondervoort neemt toe. Zij werkt aan een nota over de bestuurlijke organisatie, die deze zomer naar de Tweede Kamer moet. In een eerste concept van die notitie, uitgebracht in maart, spraken Dijkstal en Van de Vondervoort zich uit voor “sterke” gemeenten met “een volwaardig takenpakket”, kortom: een “krachtig lokaal bestuur” als fundament van het Nederlandse openbaar bestuur. Maar ook een krachtig provinciaal bestuur was daarbij “onmisbaar”. De vele intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die in de loop der jaren zijn ontstaan, moeten verdwijnen. Een ander uitgangspunt is dat een gemeente alleen kan blijven voortbestaan als het in staat is de lokale taken “volwaardig” uit te voeren.

Die discussie over een ideale schaalverdeling moet echter nog grotendeels worden gevoerd, zo leert de onverwachte nederlaag die Van de Vondervoort dinsdag in de senaat leed. Wellicht dat die in het komende najaar pas goed losbarst als de bewindslieden van Binnenlandse Zaken hun visie op de nieuwe landkaart uiteenzetten. Tot nu toe liet men zich liever niet uit over concrete aantallen en over grenswijzigingen. Bij hoeveel ambtenaren of inwoners ligt in de toekomst precies de grens voor een gemeente? Pogingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om een minimum-aantal inwoners vast te stellen, leidden de afgelopen jaren vooral tot veel boe-geroep onder de kleinste leden. Enkele pleiten zelfs voor een eigen, 'kleine VNG'. Ook bij de provincies bestaat die onzekerheid. Welke stedelijke regio's mogen uitgroeien tot stadsprovincie of tot 'gewone' provincie? Van de Vondervoort oogstte al direct veel hoon toen zij in maart liet doorschemeren dat alleen de drie grootste steden in aanmerking zouden komen voor de hoofdprijs van 'stadsprovincie'.

Het kabinet is de laatste jaren beducht geweest om dorpen, steden of provincies van bovenaf van een nieuwe vorm te voorzien. Lokale en regionale bestuurders kunnen beter zelf met plannen komen, zo luidt de gedachte. Toch werd in het geval-Rosmalen voorbijgegaan aan de wensen van de provincie Noord-Brabant. Met als gevolg dat het plan strandde in de senaat, die zich onder meer afvroeg waarom de staatssecretaris het plan van de provincie had gepasseerd. Dat het kabinet zich met nog grotere herindelingen als rondom Amsterdam, Rotterdam en Den Haag wat bescheidener opstelt is niet toevallig. Dat de weerstanden tegen vernieuwing op dit moment toenemen lijkt er vooral op te duiden dat er nog meer uitstel op komst is.