Dit is een artikel uit het NRC-archief

Geschiedenis

Belangrijk buitenland

BERND MÜLLER en FRISO WIELENGA: Kannitverstan? Deutschlandbilder aus den Niederlanden

207 blz., geïll., Agenda Verlag 1995, ƒ 25,05

Kannitverstan? heet deze bundel van Bernd Müller en Friso Wielenga over het Nederlandse beeld van en over Duitsland. Een bundel Duitse artikelen van voornamelijk Nederlandse auteurs met een voor Nederlanders begrijpelijke en voor veel Duitsers waarschijnlijk onbegrijpelijke titel. De titel is tekenend voor de verhouding Nederland-Duitsland. Voor ons is Duitsland in veel opzichten het belangrijkste buitenland, voor Duitsland is Nederland dat niet. Zoals oud-minister van buitenlandse zaken Peter Kooijmans in Der Spiegel van 11 juli 1994 met enige overdrijving meldde: “De Duitsers kunnen zonder de Hollanders leven, de Hollanders echter niet zonder de Duitsers.”

Dit verdienstelijke boek is het ongewilde bewijs van dat simpele gegeven. Er is in Duitsland voor Nederland niet zo bar veel belangstelling buiten de wereld van politiek en handel. Het is helaas niet anders, met Cees Nooteboom als uitzondering die de regel bevestigt. Nederland blijft, in vergelijking met bijvoorbeeld Frankrijk en Polen, onbekend terrein voor Duitsers. De ondertitel Deutschlandbilder aus den Niederlanden en de inhoud van het boek maken dat duidelijk: het is in feite een boek in het Duits van en over Nederlanders. Het gaat, zoals gewoonlijk, veel meer over ons dan over het Duitse beeld van Nederland. De wisselwerking met Duitsland buiten de kleine groep Duitse Nederlandkenners ontbreekt. Dat is de samenstellers niet aan te rekenen. Zo liggen de feiten.

Briefkaartenactie

De Nederlandse auteurs, gerenommeerde Duitslandkenners, onderstrepen terecht dat de verhouding met Duitsland toch veel beter is dan de briefkaartenactie Ik ben woedend van mei 1993 en de Clingendael-enquête onder de Nederlandse jongeren doen vermoeden. Twee van hen, Von der Dunk en Zahn, zijn Nederlanders van Duitse afkomst.

Von der Dunk bespreekt onder meer de verschillen in natie-vorming tussen Nederland en Duitsland en de daaruit voortkomende zeer verschillende Werdegang. Hij ziet in Nederlandse anti-Duitse gevoelens de moeizame uitingen van de eigen Nederlandse identiteit. Zahn geeft in 17 pagina's een prachtige snelcursus Nederland aan de Duitse lezer en stelt vast: “De verhouding tussen Duitsland en Nederland is veel beter dan zij heet te zijn. Zij was nog nooit zo goed als nu...”

Friso Wielenga geeft een minutieus overzicht van de publieke opinie in Nederland vanaf 1945. Hij pleit ervoor met gelatenheid op de altijd moeilijke verhouding tussen een klein land en een grote buur te reageren. Maar de Duitser Bernd Müller, die twaalf jaar in Amsterdam leefde en werkte als schrijver en wetenschapper, is minder gelaten over de zin en onzin van het Nederlandse beeld van Duitsland. Hij heeft het hier als Duitser allemaal meegemaakt, en niet als Nederlander. Vaak moet hij geconfronteerd zijn met de eindeloze oordelen over de moffen en de oorlogsgeschiedenis als een naar hem collectief uitgedragen trauma. Zonder het te weten houd ik het er op dat hij te dikwijls heeft moeten aantonen werkelijk een 'goede' Duitser te zijn.

Onderkoelde ergernis dus over het 'nationalistisch en calvinistisch gevormde wij-gevoel' als uiting van het geloof aan de morele superioriteit van de Nederlanders. Ongelijk heeft hij niet. De briefkaartenactie Ik ben woedend beschrijft hij als 'gigantisch' protest. Is zij nog steeds het bewijs van ons anti-Duitse vooroordeel? Misschien, want er komt geen briefkaartenactie wanneer in België het Vlaams Blok morgen waarschijnlijk grote stemmenwinst zal halen. Ook Le Pen krijgt van ons geen verontwaardigde post, ondanks de meer dan 15 procent die hij in de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen wist te verwerven. Ook is het spectaculaire verlies van extreem rechts bij de deelstaatverkiezingen in Bremen, afgelopen zondag, in Nederland ongemerkt voorbijgegaan. Hadden racistische partijen in Duitsland 15 procent op zich verenigd, dan zouden inderdaad de briefkaarten weer van zolder komen.

En toch veranderen de vooroordelen over Duitsland. Mij is nog geen oproep bekend om te gaan demonstreren tegen het bezoek van bondskanselier Helmut Kohl aan Rotterdam, de volgende week. Nederland is rond de 4de en 5de mei 1995 verder gekomen met zijn eigen 'Vergangenheitsbewältigung' - daarbij krachtig geholpen door de bijstelling van het eenvoudige goed-fout beeld door bijvoorbeeld koningin Beatrix. Kohl is de bondskanselier van ons nabuurland en niet meer de 'goede' of 'foute' Duitser. Hij is onze goede buur, zeker nu Kok en Kohl de moeilijkheden rond de mislukte kanditatuur van Lubbers voor het voorzitterschap van de Europese commissie uit de weg hebben geruimd. De categorieën 'goede' en 'foute' Duitsers zullen in de toekomst vervagen, inclusief de Nederlandse emoties jegens die 'goede' Duitsers, zoals Willy Brandt en Richard von Weizsäcker.

Fietsen

De laatste 'goede' Duitser is dit jaar de kunstenaar Andy Elsner, die een 'stel fietsen kwam terugbrengen' aan de Amsterdamse bevolking. Er moet ons alles aan gelegen zijn met die Duitsers verder te werken die niet beantwoorden aan het cliché van de nieuwe machthebbers in Europa. En dat zijn er waarschijnlijk meer dan in onze andere buurlanden.

Een groter gevaar dan een oppermachtig Duitsland zou een in zichzelf gekeerd Duitsland zijn, dat geen internationale verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld VN-operaties dragen wil. Helaas is die opvatting geen gemeen goed in Nederland. Maar ook in het jaar 2000 wil ik op 5 mei nog bevrijdingsdag vieren. Dat hoort tot onze identiteit en geschiedenis. Die dag wil ik niet inruilen voor de Dag van de Vrijheid, zoals de Dag voor het Kind, of van de Postzegel.

Met de Duitsers na 1995. Met verstand en hart en niet zo beaat dat we zouden vergeten dat onze geschiedenis verschillend blijft. Duitsland zal ons nooit onverschillig blijven. Minder vooroordelen, en de zekere gelatenheid van Wielenga zijn trouwens ook goede middelen om een beter 'Nederlandbeeld' in Duitsland te krijgen.