Buitenbeentje tussen de olifantskanaries; Farinelli, de beroemdste der castraatzangers

Castraatzangers konden onwaarschijnlijk hoge vocale capriolen uithalen en speelden op het operatoneel een veel spectaculairder rol dan sopranen. Over de beroemde castraat Farinelli is nu een film gemaakt. “De vraag is wat belangrijker is in een mensenleven: de hoogste kunst of het normale menselijk geluk?”

De film Farinello il castrato wordt binnenkort in Nederland uitgebracht. Soundtrack op cd: Travelling K 1005. Aris Christofellis: L'Age d'or des Castrats (EMI 5 55259 2); Quel Usignuolo (EMI 5 555250 2); Superbo di mi stesso (EMI 5 55194 2).

Toen de Engelse musicoloog Charles Burney tijdens zijn Europese rondreis in 1770 in Bologna de Italiaanse castraat Farinelli bezocht, zei de toen 65-jarige zanger bescheiden: “Het enige dat ik heb gedaan is al voorbij en lang vergeten.” Burney antwoordde dat 33 jaar na Farinelli's laatste optreden in Engeland er “nog velen waren die zich zijn zangkunst zo goed herinnerden dat ze geen andere zanger wilden horen. Het hele koninkrijk zong nog voortdurend zijn lof en ik was ervan overtuigd dat zijn faam zou voortbestaan tot de laatste bewoner van de aarde verdwenen was.”

Farinelli, in 1705 geboren als Carlo Broschi, is inderdaad niet vergeten. Mede dankzij de dagboekaantekeningen van Charles Burney is hij nu - meer dan 250 jaar na zijn laatste publieke optreden - nog steeds de meest legendarische der castraten. Dit soort zangers behield als gevolg van de castratie op pre-puberale leeftijd een onvolgroeid strottehoofd met een jongenssopraanstem, die zij aanbliezen vanuit hun krachtig ontwikkelde longen. De castraten konden zo eindeloos lang lijkende en onwaarschijnlijk hoge vocale capriolen uithalen en speelden daarmee op het operatoneel een veel spectaculairder rol dan sopranen. De castraat werd iets fysieks ontnomen, maar kreeg er iets immaterieels voor terug: het vermogen tot het scheppen van een zangkunst op een even onwaarschijnlijk als 'onmenselijk' niveau.

De castraten riepen extreme reacties op. Door sommigen werden zij beschouwd als rein en door God verkozen. Vaak was er ook alle reden voor verguizing, want niet elk gecastreerd jongetje verandert in een perfect kwinkelerend zangwonder. De vaak fysiek overmatig ontwikkelde castraat werd wel omschreven als een canaro elefante: de stem van een kanarie in het lichaam van een olifant. Farinelli was echter slank.

De volstrekt surrealistische indruk die Farinelli op het podium moet hebben gemaakt is vastgelegd in een tekening waarin zijn Giacometti-achtige gestalte en zijn onwaarschijnlijke lengte zijn keel brengen op een hoogte die overeenkomt met die van zijn allerhoogste noten. Ook op een andere afbeelding lijkt Farinelli's gestalte van groteske omvang.

Holle virtuositeit

De voorgoed verdwenen castraatzangers - op wie lang is neergekeken als de verminkte kermisklanten die in de opera slechts zorgden voor holle virtuositeit - zijn terug in de belangstelling. In ons land beschreef Margriet de Moor de wereld van de castraten in de roman De virtuoos. In Frankrijk bestaat de hernieuwde fascinatie voor de castraten al langer. Dominique Fernandez publiceerde in 1978 een boek over Porporino, Patrick Barbier schreef later Triomf en tragiek der castraten. En nu is er een Franse film: Farinelli il castrato, met een scenario dat is geschreven door regisseur Gerard Corbiau en zijn echtgenote Andrée.

De opzet van de film Farinelli il castrato doet soms denken aan de film Amadeus van scenarioschrijver Peter Shaffer en regisseur Milos Forman. Daarin werd nogal vrij werd omgesprongen met essentiële feiten over Mozarts leven, zoals het apocriefe verhaal over de gifmoord op Mozart door Salieri. Maar nog veel oppervlakkiger, onvollediger en feitelijk onjuister wordt Farinelli's levensverhaal verteld.

Veel meer dan om een weergave van de exacte muziekhistorie en biografie gaat het in beide films echter over een thema. In Amadeus was dat het contrast tussen de middelmatigheid van Salieri en de genialiteit van Mozart. Het conflict in Farinelli il castrato is aanvankelijk virtuositeit versus inspiratie. Later wordt dat thema verdrongen door de vraag wat belangrijker is in een mensenleven: de hoogste kunst of het normale menselijk geluk? Door zijn castratie was Farinelli immers veroordeeld tot een leven als kunstenaar en was hem een volwaardig leven als echtgenoot en vader ontzegd.

De film eindigt met een opmerkelijke maar historisch geheel fictieve oplossing voor het probleem van Farinelli. Zijn broer Riccardo Broschi bezorgt hem nageslacht bij zijn vriendin Alexandra. Vervolgens gooit deze Riccardo Broschi, die componist was en uitsluitend voor zijn castraatbroer Carlo Broschi componeerde, zijn eigen levenswerk weg: een Orfeo. Nutteloze kunst, vindt hij, nu de castraat met een kunstgreep alsnog zijn enig juiste menselijke bestemming heeft gevonden. De moraliserende boodschap van deze film is dat kunst, in ieder geval populaire en oppervlakkige kunst, in het leven slechts bijzaak is, onbelangrijk vergeleken bij het verwekken van kinderen en het zorgen voor de continuïteit van de mensheid.

Katzwijm

De loze virtuositeit van de broers Broschi wordt in de film gesteld tegenover de serieuze muzikale inspiratie van een componist als Händel - in de film gespeeld door Jeroen Krabbé. Al vroeg in Farinelli's loopbaan als castraat wil Händel in de film de castraat engareren voor zijn Londense theater, waarvoor hij sinds 1708 zijn opera's componeerde. Händel is slechts geïnteresseerd in de castraatzanger, niet in de componerende broer. Componeren deed Händel immers zelf wel: hij schreef meer dan veertig opera's.

Maar de broers hebben een pact gesloten: Riccardo schrijft de opzienbarende notenreeksen waarmee Carlo de vrouwen aanvankelijk in katzwijm brengt en vervolgens versiert. De broers delen die vrouwen. Want al is een castraat dan niet in staat nageslacht te verwekken, potent is hij wel, zowel op het podium als in bed. En wat de castraat uiteindelijk niet kan bereiken, wordt volvoerd door zijn broer, die hem compenseert voor wat hij mist.

Händel bespot in de film Farinelli: de castraat is geen man en geen vrouw. Zijn bestaansrecht ontleent 'het' slechts aan zijn stem. Farinelli bespuwt vervolgens Händel - een fysiek voelbaar beledigende uiting van het orgaan waarvoor Farinelli leeft en dat verder slechts trillende lucht voortbrengt. Maar later, als Farinelli in een concurrerend Londens theater zingt, blijkt de castraat veel meer waardering te hebben voor Händels 'geïnspireerde' muziek dan voor het werk van zijn broer, dat met veel te veel noten is opgesierd.

Tussen Händel en de componist Riccardo Broschi komt het dan tot een onderhoud, dat in aanleg sterk lijkt op een van de sterkste scènes in Amadeus: de apocriefe componeerles die Mozart geeft aan Salieri, die aan Mozarts sterfbed diens Requiem noteert.

Het merkwaardige van de confrontatie tussen Händel en Broschi is echter dat Händel begint met het constateren dat Broschi eindelijk goede en minder notenrijke muziek is gaan schrijven. Vervolgens geeft hij Broschi een lesje in het opvullen van akkoorden: meer noten dus, zegt Händel! Daar blijft het bij, bij een conversatie over schoonheid en kunst, over virtuositeit en inspiratie gaat het niet.

Kort daarop, als Farinelli zich tot Händel heeft bekeerd en het concurrerende theater zelfs Händel-opera's gaat opvoeren, komt het in de film tot een breuk tussen de Broschi-broers. We zien nog een enkele scène van Farinelli's verblijf met zijn vriendin Alexandra aan het Spaanse hof. Na een paar jaar vindt de componist zijn castraatbroer, en maakt hij Alexandra zwanger. Er daagt vaderschap voor de castraat en daarmee is de vloek van de castratie uitgewist. Happy end.

Obsessies

De ware gebeurtenissen in Farinelli's leven zijn echter interessanter en merkwaardiger dan de obsessies met seks en vrouwen die de film laat zien. Als Farinelli in het theater optreedt wordt telkens gesuggereerd dat er geen enkele andere zanger bestaat. Uiteraard had Farinelli collegae in de operavoorstellingen. Er is zelfs de dankzij Burney beroemde anekdote dat de castraat Senesino tijdens een voorstelling zo sterk werd getroffen door de zangkunst van Farinelli dat hij uit zijn rol viel en hem omhelsde. Maar dit achttiende-eeuwse stukje scenario is niet gebruikt. De suggestie dat Händel het componeren van opera's eraan gaf, nadat hij Farinelli zijn eigen muziek had horen zingen is onjuist, hij schreef er na zijn vertrek uit Londen nog zeven.

Na zijn afscheid van het podium zong Farinelli voor de depressieve Spaanse koning Filips V elke avond dezelfde vier aria's - ook daarvan zien we niets terug. Farinelli verbleef enkele decennia in Spanje en ging zich daar bemoeien met de kanalisatie van rivieren en het fokken van paarden. Uiteindelijk ging hij naar Bologna, waar hij het prachtige huis liet bouwen, waar hij Burney ontving. Farinelli overleed in 1782.

Het essentiële deel van de film is vanzelfsprekend de reconstructie van Farinelli's fameuze zangkunst. De acteur die Farinelli speelt zingt niet zelf. Maar alsof het uit zijn keel komt, klinken daar twee stemmen die op digitale wijze aan elkaar zijn gelast. Het lage deel van Farinelli's stem is van de countertenor Derek Lee Ragin, het hoge deel is van de Poolse sopraan Ewa Mallas-Godlewska. De in de film gezongen muziek is van Riccardo Broschi, Nicolo Porpora, Johann-Adolf Hasse en Händel.

Het probleem is dat ook deze dubbelstem veel te gewoon is als imitatie van een castraat. Eén keer is een noot zeer langdurig opgerekt in een scène waarin dan bijna alle dames in het theater stuk voor stuk bezwijmen. Maar voor het overige zingt Farinelli via countertenor en sopraan het menselijk haalbare, terwijl de castraat nu juist het normaal-menselijk onmogelijke kon presteren.

Naast de laatste èchte castraat, Alessandro Moreschi, van wie in 1902 nog opnamen zijn gemaakt, ken ik maar één zanger die werkelijk overtuigend de zang der castraten kan benaderen. Dat is de Griek Aris Christofellis, een man met een ongewoon hoge en blanke stem die zichzelf 'sopraniste' noemt. Tot nu toe maakte hij drie cd's met achttiende-eeuws castratenrepertoire.

Al demonstreert Cristofellis geen volkomen vlekkeloze techniek, wat men hoort is werkelijk ongehoord - ook Joan Sutherland kon hier niet aan tippen. Luister bijvoorbeeld eens naar de aria Quel usignuolo uit Merope van Geminiano Giacomelli op de cd Farinelli et son temps. Het is een negen minuten durende catalogus van wat de castraat zo fascinerend onaards maakte. Onwerkelijk hoge noten, verbijsterende glissandi, katachtige coloraturen, suggestieve echo-efecten en virtuoze vogelzang. Christofellis kwinkeleert inderdaad als rein en verkozen door God.