Springplank voor vormgevers

Barokke ontwerpen en meubelstukken van stralende een- voud staan er naast elkaar. De Amster- damse Galerie de Frozen Fountain schuwt het experi- ment niet en laat meubelmakers samenwerken met mode-ontwerpers of met mediakunste- naars. Maar commercie is niet vies. Veel vorm- gevers zijn hier hun carriere begonnen.

The Frozen Fountain, Prinsengracht 629, Amsterdam. The Transient Dweller: t/m 23 juni. Inl 020-6229375.

Platform voor ontwerpers' staat er binnen op de muur bij de ingang van The Frozen Fountain aan de Amsterdamse Prinsengracht. 'Springplank' is het woord dat Piet Hein Eek boven het geluid van zaag- en schaafmachines in zijn werkplaats in de mond neemt. Eek, die naam heeft gemaakt met kasten van sloophout, produceert inmiddels ook strakke meubels van gefineerd, geslepen of gelakt plaatstaal en aluminium. Hij biedt zijn meubels in kleine series in The Frozen Fountain te koop aan volgens een shop-in-shop-formule. “Vrijwel iedere jonge ontwerper die nu een beetje naam heeft, is hier begonnen,” aldus Eek.

Dat geldt bijvoorbeeld voor Henk Stallinga, die succes heeft met zijn 'Watt', een lampje dat niet veel meer is dan een stekker, een draad die in allerlei vormen kan worden gebogen en een peertje. Het zelfde kan gezegd worden van Tejo Remy, wiens stoel van oude, opeengestapelde lappen stof nu de collectie van het Tilburgs Museum siert. En Chris Koens maakt sinds kort overuren omdat inkopers van De Bijenkorf zijn Vuurvliegje, een waxinelichtje dat met dunne staaldraadjes aan de muur bevestigd kan worden, in The Frozen Fountain hebben ontdekt.

The Frozen Fountain is een commercieel initiatief met idealistische trekjes van Dick Dankers (1950) en Cok de Rooy (1943). Beiden zijn zoals dat heet 'gevormd door de praktijk'. Dankers handelde in oude meubelen. “Op een gegeven ogenblik heb je alles wat de afgelopen honderdvijftig jaar is gemaakt in handen gehad en kom je vanzelf uit op wat er nu door jonge ontwerpers gemaakt wordt,” formuleert hij zijn overstap.

Cok de Rooy was onder andere inkoper bij Metz & Co. De samenwerking die er vóór de oorlog was tussen zijn vroegere werkgever en de Stijlgroep, dient hem als voorbeeld. Evenals de Londense detailhandel Liberty, die vanaf de vorige eeuw kunstenaars en ontwerpers inschakelde en zo van grote invloed is geweest op de ontwikkeling van Art Nouveau. “Een commercieel, kwalitatief hoogstaand produkt, dat een uiting is van zijn eigen tijd,” vat De Rooy samen wat hem en Dankers voor ogen staat.

En dus bezoeken Dankers en De Rooy uit commercieel oogpunt de vakbeurzen om daar 'bevestiging' te vinden en lopen ze musea, tentoonstellingen, films en kunstacademies af om 'iets van deze tijd' te vinden. Veel ontwerpers die net zijn afgestudeerd komen uit zichzelf naar Dankers en De Rooy toe. “Om te voorkomen dat iedereen langs komt, vragen we of ze eerst foto's willen sturen,” zegt De Rooy. Hij heeft het nog niet gezegd of iemand belt met de vraag of de heren belangstelling hebben voor tassen.

Tassen kun je er niet kopen, maar The Frozen Fountain herbergt op zeshonderd vierkante meter de in stijl zeer uiteenlopende ontwerpen van ongeveer zeventig vormgevers, wier produkten vaak ook op maat gemaakt kunnen worden. Barokke ontwerpen en meubelstukken van stralende eenvoud staan zonder onderscheid naast elkaar. De opstelling is volgens Dankers en De Rooy kenmerkend voor de eigenzinnige en individuele interieurs van deze tijd. Je vindt er tafels van Richard Hutten en kasten van Hugo Timmermans met een aureool van ouderwetse degelijkheid. In contrast daarmee staan de kartonnen meubelen van Olivier Leblois. De lamp van melkflessen van Tejo Remy is weer iets heel anders dan de bonte moderne kroonluchter van Viva la Diva (Marja van Dam en Sabine van Kollenburg). De video 'Die Lauf der Dinge' trekt de aandacht met een half uur durende creatieve variant op de omvallende dominosteentjes met onder andere rollende ballen en brandende kranten. En dan is er bijvoorbeeld het tapijt van Lisa de Witt met als belangrijkste motief een gestileerde 'vloerkleedtijger'. Het kleed is net als al haar andere tapijten in India met de hand geknoopt - Dick Dankers verzekert dat er geen tapijtmafia aan te pas komt. “Ik ben zelf gaan kijken. Een hele familie werkt er in alle rust aan. Ze kijken alleen gek op van de moderne motieven en van het feit dat er geen franjes gemaakt hoeven worden.”

De prijzen van de meeste ontwerpen liggen tussen de zevenhonderd en vierduizend gulden; geen bedragen die aanzetten tot een impulsaankoop. Dat doen wel wel de prijskaartjes aan de lamp van Stallinga (ƒ 30), het Vuurvliegje van Koens (ƒ 12,50) en de Jonge Reus, een eenvoudige fotostandaard van Hella Jongerius (ƒ 13).

Het duo wil één lacune in de collectie graag aangevuld zien. Ze hebben weinig fauteuils en banken. Daarom hebben ze een aantal banken bij een grote Italiaanse fabrikant besteld. “Het is voor jonge ontwerpers, die zelf produceren, bijna niet te doen om dergelijke gestoffeerde meubels te ontwerpen. Het ontwerp vergt behalve ergonomische kennis een grote financiële investering.” Veel ontwerpen komen daarom niet verder dan de tekentafel. Om dit te veranderen en om ontwerpers de gelegenheid te geven hun verhaal te vertellen, organiseren Dankers en De Rooy in hun winkel ook een serie tentoonstellingen, die voor een deel door de Mondriaanstichting worden gesubsidieerd.

“Dat betekent voor mij nog altijd een investering van twintigduizend gulden, die ik later met andere opdrachten hoop terug te verdienen,” vertelt interieurontwerper Edward van Vliet, die de vanaf 13 mei geopende expositie The Transient Dweller heeft samengesteld. De tentoonstelling is er een uit een serie van dubbelexposities waarin steeds een interieurontwerper en een ontwerper uit een andere discipline samenwerken. Eerder werden bijvoorbeeld de meubels van Tejo Remy naast de modeontwerpen van het Rolf & Victor gepresenteerd en kreeg Henk Stallinga de kans om zich te meten met de installatiekunst van Alex d'Electrique. Edward van Vliet heeft nu samen met mediakunstenaar Fred Kolman vorm gegeven aan de huizen van de 'minimalistische', de 'verzamelende' en de 'tijdelijke bewoner'. Uit die samenwerking is een interactieve tentoonstelling gegroeid: beeld, geluid en licht veranderen als de bezoeker zich verplaatst door de ruimte waar de kasten, lampen, tapijten, stoelen en tafeltjes van Van Vliet zijn opgesteld.

“Zo laten we zowel het experiment als het gewone produkt zien,” aldus Dankers en De Rooy. Ze haasten zich eraan toe te voegen dat ze de meubels in hun winkelruimten geen kunst willen noemen. “We hangen er een prijskaartje aan en zeggen dat het een tafel is. Maar wel een mooie tafel.”