Dit is een artikel uit het NRC-archief

Economie

Warburg voorspelt nieuwe 'oerknal' kapitaalmarkten; Begin fusiegolf banken in 'City' en op 'Wall Street'

ROTTERDAM, 11 MEI. De hoogbetaalde mannen en vrouwen die in New York en Londen in effecten handelen en financiële adviezen geven over fusies en overnames staat een schok te wachten: zij worden zelf handelswaar. In de haute finance lijkt een nieuw proces van samenklontering onafwendbaar. De Amerikaanse en Britse zakenbanken, die zichzelf als de meesters in het fusie- en overnameproces in het bedrijfsleven aanprijzen, staan nu zelf in de schijnwerpers.

De overname van de grootste zelfstandige Britse zakenbank S.G. Warburg door de Zwitserse gigant Swiss Bank Corporation ter waarde van 860 miljoen pond (2,1 miljard gulden) heeft in Londens financiële centrum de geruchtenmolen weer in beweging gezet. Is dit de prelude van Big Bang ('Oerknal') nummer twee? De eerste Big Bang, de totale deregulering van de Britse beurs in oktober 1986, zorgde voor een verhit fusie- en overnameproces dat toenmalige eigenaren van effectenhuizen rijk maakte, en de nieuwe eigenaren vooral kopzorgen en verliezen opleverde. En, zoals bij speelfilms die een vervolg krijgen, is de remake meestal niet beter dan het origineel: meer geweld, meer actie, meer bloed.

Door een speling van het lot en de mondialisering van de financiële markten valt het omwoelen van de markt in Londen samen met een herschikking van de giganten op Wall Street. Amerika had zijn eigen vorm van een Big Bang elf jaar eerder, op - toepasselijk voor de burcht van het grootkapitaal - 1 mei 1975. Mayday, noemden de Amerikanen het. De eerste mei en het internationale signaal voor schip in nood. Op die dag kwam een einde aan de vaste provisetarieven voor effectenorders. Grote beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars konden vanaf dat moment onderhandelen over de prijs die zij wilden betalen voor het uitvoeren van hun orders op de beurs.

De gevolgen waren verstrekkend: de provisies, de belangrijkste inkomstenbron van effectenhuizen, kelderden. De dagen dat effectenhuizen simpel en zonder veel moeite geld verdienden door orders uit te voeren waren voorbij. De tarievenslag en een jaren aanhoudende malaise op de beurs in de jaren zeventig zorgden voor een koude sanering. Effectenhuizen verdwenen bij bosjes of werden opgekocht.

De ongekende hausse op de financiële markten in de jaren tachtig, waarin de grootste beurskrach uit de geschiedenis (op 19 oktober 1987) slechts een voorbijgaand fenomeen bleek te zijn, heeft Wall Street en de City weer in de pas gebracht. Al praat men in Londen nog steeds over merchant banks, en op Wall Street over investment banks. Hun activiteiten zijn vrijwel hetzelfde: de handel in effecten (in opdracht van klanten, maar in toenemende mate ook voor eigen rekening), financieel advieswerk voor bedrijven en het beheer van vermogens.

De markt is verdeeld. Er zijn drie soorten spelers hebben het overleefd. Aan de top staat een kleine elite van pure zakenbanken die zich op de wereld-deals richten, zoals grote privatiseringen. Amerikanen, zoals Morgan Stanley en Goldman Sachs spelen eerste viool; Warburg is de enige niet-Amerikaan die een partijtje meeblaast. De tweede categorie zijn de zakenbanken die niet veel verder komen dan hun eigen land of regio. En dan is er een kudde van kapitaalkrachtige internationale banken die veel meer doen dan alleen merchant banking, maar graag willen uitbreiden op het terrein van de traditionele zakenbanken.

De koplopers zijn hier de Deutsche Bank, de Nederlandse ING en ABN Amro, een paar Zwitserse en Amerikaanse giganten en de grote Britse banken als Barclays en National Westminster. Zij hebben het kapitaal dat de meeste merchant banks ontbreekt, maar missen de kennis, kunde en bedrijfscultuur van de geslaagde merchant banks. Deze twee lijken voor elkaar gemaakt, maar hun samengaan is vaak stormachtig, en door tegengestelde visies niet altijd profijtelijk.

Warburg heeft de strijd verloren om op eigen kracht een plaats te behouden in de top van het klassement. Vorig jaar bevestigde de bank dat met zoveel woorden door fusiebesprekingen aan te gaan met aartsrivaal Morgan Stanley. Toen die onderhandelingen vervolgens op niets uitliepen was duidelijk dat Warburg snel een sterke partner nodig had, zeker toen de resultaten bleken tegen te vallen en sterren de bank verlieten. “Merchant banking is als een Mexicaans leger: veel generaals, weinig manschappen”, is een beproefde wijsheid in de financiële wereld. Wanneer de generaals overlopen, is het leger in problemen.

Een mislukking van de fusiegesprekken met Swiss Bank kon Warburg zich niet permitteren. De overname heeft ook een Nederlands tintje: in de top van beide zitten Nederlanders: Herman van der Wijck is vice-voorzitter bij Warburg, Hans de Gier zit in de bestuursraad van Swiss Bank.

De twee banken ljken in elk geval geleerd te hebben van het debâcle met Morgan Stanley. Mercury Asset Management, de vermogensbeheerder die geldt als Warburgs kroonjuweel, gooide toen roet in het eten. Om de zelfstandigheid van Mercury, in Engeland beter bekend onder de afkorting MAM, te etaleren is de vermogensbeheerder zelf aan de beurs genoteerd, al heeft Warburg 75 procent van de aandelen. De directie van MAM eiste een hoge uitkoopprijs voor zijn minderheidsaandeelhouders en dat was voor Morgan Stanley onverteerbaar. Een verkoop van MAM staat nu niet op het programma.

Nu Warburg onder dak is bij Swiss Bank zal dat de druk opvoeren op zowel de middelgrote concurrenten die achterblijven als op de kapitaalkrachtige grote algemene banken die willen uitbreiden in merchant banking. ING heeft - geholpen door het toeval - haar slag al geslagen toen de elitebank Barings twee maanden geleden onverwacht ten onder ging. ABN Amro kocht Hoare Govett, een grote effectenmakelaar, die inmiddels stevig is uitgebreid en de kern vormt van de investment banking zaken van de Nederlandse grootmacht. Deutsche Bank kocht vijf jaar geleden al de gehavende, maar inmiddels opgekrabbelde merchant bank Morgan Grenfell. Juist Morgan Grenfell is nu de haven voor ex-Warburg sterren.

De City is vol van geruchten over andere continentaal Europese kanjers die “hun” middelgrote namen willen opslokken. In Londen wemelt het nog van zulke effectenhuizen en merchant banks, waar familiestichtingen vaak nog een stevige vinger in de pap hebben: Schroders, Kleinwort Benson, Flemings, maar bijvoorbeeld ook Hill Samuel, een merchant bank waar de spaarbank TSB in de jaren tachtig veel te veel geld voor betaalde en die zij nu aan de straatstenen niet kwijt kan.

Menigeen koestert de stille hoop op een nieuwe Amerikaanse invasie: niet die van de troepenmacht in 1942, maar van de gevulde overnamekassen. In de Amerikaanse financiële sector nadert de ontknoping van een lang proces waarin hortend en stotend de kunstmatige scheiding tussen algemene banken en investment banks wordt opgeruimd. Deze scheiding is gebaseerd op de Glass Steagall wet uit 1933, vernoemd naar de twee senatoren die het voorstel indienden en die banken dwong een keuze te maken: of algemene bank zijn en kredieten geven of investment bank zijn en op Wall Street in effecten handelen. Allebei de activiteiten uitoefenen, vormde een belangentegenstelling, vonden Glass en Steagall. Er waren teveel innige relaties met een bedrijf als een bank in de effecten van de klant handelde, beleggingsadviezen over het aandeel gaf en ook nog eens kredieten vertrekte. De Republikeinse meerderheid in het Congres denkt daar inmiddels, net als de meeste Europeanen, anders over.

Al is deze wet door de werking van de markt en door mazen in de regelgeving de laatste tien jaar uitgehold, de barrières zijn nog immens. De exclusiviteit die de investment banks op hun thuismarkt genieten is bijvoorbeeld een verklaring voor het feit dat de wereldwijde top vrijwel uitsluitend uit Amerikaanse firma's bestaat. Japanse effectenhuizen deden in de jaren tachtig wel een aanval op deze Amerikaanse financiële suprematie, maar zij kwamen niet verder dan Londen en zijn inmiddels door de repatriëring van veel Japans beleggingskapitaal naar de thuismarkt voor Wall Street geen bedreiging meer.

Het schrappen van de Glass Stegal wetgeving zal een overnamegolf kunnen ontketenen. Amerikaanse en buitenlandse banken krijgen voor het eerst in 60 jaar de kans hun slag te slaan op de grootste investment banking markt ter wereld. Investment banks die dat voor willen zijn, kunnen aansturen op een fusie of overname van een Britse branchegenoot. Dat belooft volop klandizie voor financiële adviseurs, zoals merchant banks. Handel is handel.

Met medewerking van Maarten Schinkel