Dit is een artikel uit het NRC-archief

Religie

SGP-fractievoorzitter Van der Vlies; Ik ben een schuldig mens. Mij komt niets dan narigheid toe

Wat geloven we, wie vrezen we en waarom beminnen we? Over deze drie kernthema's van het leven begint in het Zaterdags Bijvoegsel een serie interviews. Iedere maand spreekt Frénk van der Linden met iemand die door overtuiging of ervaring een bijzonder inzicht heeft in geloof, dood of liefde. Deze week als eerste SGP-fractievoorzitter in de Tweede Kamer ir. B. van der Vlies.

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst heb gehuild. Het is weleens gebeurd, hoor. Maar bij welke gelegenheid was dat nou... Kom... Enfin, dit sluit ongetwijfeld aan bij het beeld dat menige Nederlander van SGP-ers heeft. Ongenaakbare, steile types. Wereldvreemde aanhangers van de zwarte kousenkerk. Altijd in de plooi, altijd in de ivoren toren. Onzin, wat emoties betreft ben ik niet anders dan anderen. Zelfs een Bas van der Vlies laat zijn gevoelens bij tijd en wijle de vrije loop. Dat merkt u wel: ik erger mij aan de misvattingen, de hoon, de spot. Ik vind het een krenkende karikatuur. Men debiliseert mijn volksdeel.

Als ouderling van een Hervormde Gemeente met gereformeerde signatuur in Maartensdijk behoor ik tot een behoudende, schriftuurlijk-bevindelijke stroming. Heel de SGP wijst de vruchten van de atheïstische Verlichting af, maar in de partij heb je anti- en contra-revolutionairen. De eerste groep is activistisch: 'wereldlijken' proberen de boel te beïnvloeden, de maatschappij door strijd naar hun hand te zetten. De tweede groep ziet het geestelijker: 'beschouwelijken' zijn geneigd zich af te wenden van de wereld die in het boze ligt, wachten af - God moet het doen. Zo'n isolement gaat mij een stap te ver. De Bijbel draagt ons op een zoutend zout te zijn, een lichtend licht. Daarvan komt niets terecht als je leeft in een spleet van de rots.

Mijn vader is een onderwijsman. Warm. Klare opinies. Iemand met overwicht. Hij hoefde maar aan het eind van de gang te verschijnen of de klas werd rustig. Zo voedde hij ook zijn kinderen op. Je wilde 's avonds over straat gaan zwerven? Je wilde op de Dag des Heeren buiten spelen? Nou, dat kon je maar beter laten. Ik kruip er niet achter weg dat ik af en toe met verbolgenheid in de pas liep en iets voelde van: je kunt me wat met het geloof, met die SGP. Ik had heus mijn Sturm und Drang-periode wel. Omdat ik vaardig was in het hanteren van de bal, vroeg ik bijvoorbeeld of ik aan georganiseerde sport mocht gaan doen. Mijn ouders vonden dat niet goed. 'Je wordt dan aan allerlei verleidingen blootgesteld.' Ik was, eh, nogal nijdig. Nu zeg ik: ze hadden groot gelijk.

Van lieverlee raakte ik existentieel verbonden met de normen en waarden die mij met de paplepel waren aangereikt. Hoe tegenstrijdig het ook klinkt: ik beleefde een rustige zoektocht naar mijn identiteit. Aan het eind ervan besloot die jonge knul tot een oprecht en volmondig ja, zo wil ik zijn, zo bén ik, en die overtuiging zal ik uitdragen. Lid van de SGP werd ik op mijn negentiende, toen ik tijdens mijn studie aan de TH-Delft een partijbijeenkomst bezocht. Van Gods leiding in mijn leven was ik me indertijd niet bewust. Het roepingsbesef daagde pas op het moment dat de vraag tot mij kwam of ik kandidaat voor politieke functies wilde zijn en ik na rijp beraad de bewilligingsverklaring tekende.

Het is mijn diepste drijfveer om een woord van vermaan te spreken. Grote delen van ons volk zijn losgeslagen, op drift geraakt. Ik praat tegen de aanwakkerende wind van de ontkerkelijking in. Ik zeg: leven met een opengeslagen, gelezen en onderzochte Bijbel is een rijk leven, een gezegend leven, een zegen-rijk leven. Het is onbeschrijflijk dwaas dat talloze mensen die kans niet grijpen. Oh, ik zou ze er wel met de haren bij willen slepen!

Zou God een zwarte, lesbische junk kunnen zijn? Hou op, zeg. Kan ik onmógelijk met ja op antwoorden. Daarvoor is God ons te heilig. Wij kennen Hem in het aangezicht van Zijn Zoon, en het beeld dat mij dan altijd voor ogen komt is de gelegenheid waarbij Petrus de Heere Jezus tot driemaal toe verloochende. De haan kraaide, Jezus draaide zich om, Petrus aankijkend met een blik vol liefde en kracht. Dat flitst door mij heen bij het woord God: tomeloze liefde tot zondaren.

Diverse Schriftplaatsen zijn in mijn leven van bijzondere betekenis geweest. Denk aan De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid versus De wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God. Ik vertel het in ootmoed, zonder een spoor van zelfverheffing: ik studeerde nogal vlot. Op zeker moment opende zich de deur naar een enorme carrière. Je staat voor de uitdaging; het magnetiseert. Maar is opgaan in wetenschap en techniek het meest wezenlijke van mens-zijn? Neen, driewerf neen. De wijsheid dezer wereld is in die zin dwaasheid bij God dat jouw opgaan in wetenschap tevens jouw ondergaan in wetenschap zou inhouden. Je verliest jezelf. Ik realiseerde me dat ik moest wortelen in de vreze des Heeren. Er werd als het ware een wissel omgezet - van die prachtige loopbaan zag ik af.

Ik heb nimmer een geloofscrisis gehad. Nimmer met de gedachte gespeeld de prioriteiten te verleggen, de kerk vaarwel te zeggen. Integendeel. Ik heb persoonlijk ervaren hoe vervullend het is om je christen te mogen weten en onder Gods hoede door het leven te stappen - want in Zijn hand ben je veilig. Wel heb ik vaak turbulentie doorgemaakt. Van jongsafaan voelde ik mij voor kwellende vragen gesteld: ik belijd een heleboel, maar doorlééf ik dat nu ook? Bevind ik mij werkelijk zo? Of is het louter uiterlijk vertoon? Ik weet nog dat ons plotseling een neefje ontviel. 'Ik zou óók kunnen sterven', schoot het door mijn hoofd. 'Och heden, kan ik God dan wel voor ogen komen? Kan ik mij tegenover Hem verantwoorden? Ben ik gewassen en gereinigd door en in het bloed van Jezus?' Geen sprake van, rechttoe-rechtaan gezegd. Inmiddels ben ik er wat verder mee. Al weet ik niet hoe ik reageer als ik morgen ongeneeslijk ziek blijk. Ik koester het besef dat God zich over me zal ontfermen, maar ik draag het niet als een kilootje 'redding' in mijn binnenzak.

Een paar weken terug is een goeie vriend van mij plotsklaps verongelukt. Hier net buiten het dorp. Dat zijn natuurlijk dingen die je ontzaglijk door elkaar heen schudden. In mijn hart zit op zulke ogenblikken een stuk worsteling. Toch houd ik vast aan de belijdenis dat niets bij geval geschiedt, dat God er een bedoeling mee heeft. Het is Zijn wijs beleid, waar je stil in moet berusten. Opstandigheid past daar niet bij.

De vraag welk geloof mijn tweede keus zou zijn, bestaat niet. Doet u mij een plezier: zie van dit onderwerp af. Ik zit vastgeklonken aan de uniciteit van de christenheid. Het spijt me dat ik op de dogmatische toer ga, maar je bent vóór of tegen Jezus. Vóór of tegen de Gekruisigde. Het hindoeïsme, de islam, het katholicisme... ze hebben elementen in zich die haaks staan op wat God in Zijn geopenbaarde Wil zegt. Daarmee belichamen zij dús in verschillende mate de antichrist. De paus gaat hierin voorop. Zijn pretentie de stedehouder van Christus op aarde te zijn, overschrijdt een hele precaire grens. Zeker, ik ben mij ervan bewust dat katholieken woedend worden als ik de paus een element van de antichrist noem. Ik ben er niet op uit mensen te kwetsen of te beledigen, maar we mogen toch met elkaar van mening verschillen? Ik kan eenvoudigweg niet anders dan mij aan de Waarheid Gods houden.

Het katholicisme staat ons ook tegen vanwege het voortdurend 'overdoen' van het lijden en sterven van Jezus. Zulke passiespelen ervaren wij als ontheiligend. Toneel, dans en opera wijzen we ten enen male af. In dergelijke culturele uitingen trekken de uitvoerenden andermans huid aan. Ik formuleer het doorgaans zo: dat appelleert aan het lichamelijke, aan de lust en eventueel de wellust, hetgeen betekent dat men zich verwijdert van het Bijbels getinte mensbeeld. Men neemt het in zedelijk opzicht sowieso niet erg nauw. Dat stuit ons tegen de borst.

Als HTS-leerling heb ik bij een jubileum meegedaan aan sketches waarin karakteristieke docenten werden nagespeeld. Klopt. Het verbaast me dat u daar achter bent gekomen. Hoe onschuldig het ook was, ik zou het heden ten dage niet zo één-twee-drie meer doen. Het was de eerste en de laatste keer, neem dat van mij aan! Ik kan met mijn hand op mijn hart zeggen dat ik nooit van mijn leven naar een toneelstuk ben gegaan. Evenmin heb ik het verlangen een bioscoop van binnen te zien. Ik houd mij graag zo ver mogelijk van losbandigheid en godslastering. Om dezelfde reden bezit ik anno 1995 nog steeds geen televisie. Zo'n toestel brengt behalve het NOS-journaal en natuurfilms ook verderfelijke zaken onder handbereik. Derhalve zijn de risico's van - tussen aanhalingstekens alstublieft - 'het kijkglas van de duivel' in de huiskamer mij persoonlijk te groot.

Ik kan er helder over zijn: gedurende mijn hele bestaan heb ik geen seconde de verleiding gevoeld naar een pornofilm te kijken. De seksindustrie maakt het mij betrekkelijk gemakkelijk: van de exploitatie van de vrouw als lustobject kán gewoon geen aantrekkingskracht uitgaan. Ben ik dan niet van vlees en bloed? Jawel, ja nóu. Ook bij mij maakt een naaktfoto in een tijdschrift meer los dan een grindbiggel. Ik kan wel degelijk iets in een ander ervaren, om het zo te zeggen. Alleen wens ik daar niet aan toe te geven. De SGP ageert tegen posters met blote borsten bij bushaltes. Als ik per openbaar vervoer reis, ga ik daar niet oog in oog mee staan. Kijk ik een andere kant op. Trap ik pardoes op de rem. In de geest van Jozef, die vluchtte toen een getrouwde vrouw trachtte hem erotisch te bedwelmen: 'Zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God?'

Ik ken de uitspraak van Jimmy Carter dat hij bij het zien van mooie vrouwen regelmatig overspelige gedachten heeft, en dat hij op die manier in wezen al zondigt. Kennelijk heeft hij een Bijbels woord in zijn bagage dat volgens de StatenvertaIing zo luidt: Wie een vrouw aanziet om haar te begeren, doet alrede overspel. Ik herken die geestelijke vorm van scheef gaan. Ik strijd tegen zulke opwellingen. Struikelend. Met vallen en opstaan. Ik probeer me daarvan los te bidden. Als het dreigt, dan... dan amputeer ik dat. Het mag niet - óók niet in je denken. De Heere heeft een vrouw op mijn weg geplaatst, daar hou ik zielsveel van, en daarmee basta.

Welnee, het SGP-besluit van eind '93 dat vrouwen het volledig partijlidmaatschap en het regeerambt niet toekomt, is helemaal geen krampachtige poging mannen in onze kring te vrijwaren van feminiene verlokkingen. Wij orthodoxen stellen gewoon vast dat de man in klassiek-Bijbelse zin het hoofd van de vrouw is, dat zij ondergeschikt is aan de man. Dat noem ik geen onderdrukking, dat noem ik geen discriminatie, dat is een scheppingsorde die harmonisch wordt beleefd tegenover de Heere God. Al moet daar aan worden toegevoegd dat er intern fors over is gebakkeleid - wat mij dwars door de ziel sneed. Goed, die discussies en de daarop volgende verkiezingsnederlaag liggen achter ons. Er zijn voorstellen in de maak die de betrokkenheid van vrouwen bij de SGP op een correcte basis regelen. Aanleiding om het griepen te staken, dunkt mij.

Jezus die over de golven liep, de vermenigvuldiging van brood en vis, het water dat in wijn veranderde - ik neem dat letterlijk. Het zijn historische werkelijkheden. De civiel ingenieur Van der Vlies valt voor en aanbidt de wondere hand van God! Vraag me nou niet hoe dat allemaal valt te verklaren; wij moeten ruimte houden voor verbazing. Ik wil alles onderzoeken, doch niet alles doorgronden.

De Bijbel frappeert en inspireert. Het is een klomp goud. Dat goud moet worden omgesmeed tot de pasmunt van het tijdsgewricht waarin wij leven. We mogen daarbij geen mindere metaalsoorten gebruiken. Minder poëtisch geformuleerd: de overheid is Gods dienaresse, en dient bij het inrichten van de publieke samenleving onvoorwaardelijk vast te houden aan Schrift en belijdenis. Alle geboden van de Heilige Wet des Heeren horen heerschappij te hebben in onze maatschappij en ons persoonlijk leven. Totale scheiding van kerk en staat is wat de SGP betreft niet aan de orde. Je kunt het zo samenvatten: mijn partij wil een theologisch ideale staat verwezenlijken. Niet op de dictatoriale manier van Khomeiny, maar via de weg van de parlementaire democratie.

Natuurlijk vinden wij niets schitterender dan bij de volgende verkiezingen zestig procent van de stemmen krijgen. Wat zouden we na zo'n omslag-van-jewelste, zo'n transformatie van het geestelijk klimaat in Nederland veranderen? Ik verwijs direct naar het vierde gebod: Gedenkt den sabbatdag dat gij dien heiligt. De SGP zou besluiten de deuren van winkels, zwembaden en fabrieken in het slot te houden. Laten wij dan rusten. Laten wij ons dan beperken tot werken van barmhartigheid en noodzakelijkheid - in het ziekenhuis, in de politiesfeer. Zo kan ik doorgaan. Ik zou bepaalde soorten films weren, de import van satan-vererende rockmuziek blokkeren, hard- én soft-porno verbieden. Daarnaast zou ik door middel van boetes een eind pogen te maken aan vloeken in het openbaar. Vrijheid van meningsuiting wil naar mijn overtuiging niet zeggen dat je anderen telkens krachtig op de tenen kunt gaan staan. In mijn omgeving werden vroeger krachttermen in boeken met vulpennen zwart gemaakt. Ik begrijp dat. Er zijn genoeg andere woorden waarmee men boosheid kan uiten. Denk aan warempel. Of verdraaid nog aan toe. Of tsjonge. Nee, verdikkeme is te platvloers. Ik hoop niet dat ik ooit ben betrapt op het bezigen van die term.

Een overheid die zich haar ambt als oefenaarster van gerechtigheid in de naam van God bewust is, kan volgens mij verder niet om wederinvoering van de doodstraf heen. Het is een Bijbels motief, de ultieme sanctie. Je moet die uiteraard alleen voor de supercriminelen achter de hand houden: vliegtuigkapers, moordenaars. Ik geef toe dat we het hebben over de praktisering van het oud-testamentische oog om oog, tand om tand, maar dan ingebed in bewogen pastorale zorg. Ik hecht eraan toe te voegen dat die doodstraf hopelijk nimmer hoeft te worden toegepast. Oef, daar moet ik eerlijk gezegd niet aan dénken.

De SGP is principieel tegen het doden van de ongeboren vrucht. In 'ons' Nederland zou abortus slechts worden toegestaan indien het leven van de moeder in gevaar is, indien leven tegenover leven staat. Wij zitten met één kwestie: wat doe je wanneer een vrouw zwanger is geraakt door een verkrachting? Als het mij overkwam - ik heb drie dochters - zou ik van die toestand walgen, maar proberen te zeggen: 'Alle leven, ook dit, is door God geschapen. Je mag het kindje niet doden. Laat het ter wereld komen. We zorgen voor adequate opvang'. Een oplossing zou zijn dat ik de baby als het ware adopteer. Ik ken een man die een soortgelijk geval zo oploste. Bewonderenswaardig. Moge men een voorbeeld aan hem nemen.

Ook de euthanasiepraktijk zou door een SGP-regering een halt worden toegeroepen. Wij zijn daar ronduit tegen. Ik zeg niet dat je stervenden à la Franco machinaal in leven moet houden. Doktoren dienen zich eerbiedig terug te trekken zodra hun handelingen als medisch volstrekt zinloos worden ervaren. Dan wordt de patiënt - excuses voor het vakjargon - opgegeven en treedt op enig moment de dood in. Wat ik doe als bijvoorbeeld mijn moeder ernstig lijdt en zij in een niet-terminaal stadium om levensbeëindiging vraagt? Ik zou niet anders begeren dan bij mijn principe te blijven. Zelfbeschikking is de mens nu eenmaal niet gegeven. Na lange strijd zou ik mijn moeder meedelen dat ik mijn opvatting niet loslaat. Omdat ik die niet ervaar als míjn opvatting, maar als die van de Heere God. Wat Hij mensen in het algemeen oplegt, kunnen wij onder geen voorwaarde bestempelen als 'niet van toepassing' op deze of gene persoon.

We raken hiermee aan de kern van het probleem. De overheid is ons inziens gemandateerd, nee, verplicht bepaalde grenzen te stellen, wat soms met zich meebrengt dat individuele gewetens in de knel komen. Ik ontken niet dat andersdenken onder een SGP-bewind het gevoel zouden krijgen dat hun vrijheid fundamenteel wordt ingeperkt. 'Wee je gebeente als de SGP aan de macht komt', hoorde ik laatst een hooggeleerd iemand zeggen. 'Ik ben de eerste die emigreert.' Jammer voor je, dacht ik. Je zult iets fraais missen: dimensies als liefde, offervaardigheid en dienstbetoon krijgen weer inhoud. Dat perspectief doet mij al met al zeggen: het is geen vrijheidsberoving, het is geen hinder, het is... een geschenk! En ik ben er diep van overtuigd dat de mensen op den duur zouden zeggen: 'Wat goed is dit. Wat een genade'.

Mijn vrouw en ik hebben geen enkele behoefte aan het afsluiten van verzekeringen. Onze kinderen zijn niet ingeënt tegen ziekten als polio. Je moet je niet met polissen en vaccinaties indekken tegen allerlei eventualiteiten. De Heere, zo leert de Heidelbergse Catechismus mij, bedeelt ons met vruchtbare jaren, drank en spijze - maar ook met droogte, armoede en 'krankheid'. Er valt geen haar van mijn hoofd, heet het in Psalm 72, buiten Zijn Goddelijke Wil om. Aardbevingen en overstromingen zijn beschikkingen Zijner Vaderlijke hand. En waaróm nou precies dit en waaróm nou precies dat... daar kom ik niet uit. Ik ga er geen rekensommetje van maken, maar een reden ís er. Ik ben zelf in 1953 op Goeree-Overflakkee van een zolderkamer gehaald met een rubber vlotje van de marine. Ik heb aan den lijve ervaren wat angst is, wat prangende vragen zijn. Mijn troost, mijn vreugde: bij rampspoed staar ik niet in een zwart gat maar mag ik geloven dat het mij wordt aangedaan door God - die het beste met ons voor heeft. U had eens bij de begrafenis van die verongelukte vriend moeten zijn: dóór alles heen getuigden de aanwezigen van Gods goedheid.

In de kerk zingen wij: Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. Welnu, we zijn stuk voor stuk zondig. Op veel momenten ervaar ik Bas van der Vlies als niet in overeenstemming met wat de Heere van hem vraagt. Laat ik mijn naasten genoeg delen in mijn 'rijkdom'? Nee. Stel ik mij hulpvaardig genoeg op? Nee. Ik zet mijn beste beentje voor, maar eigenlijk breng ik er niks van terecht. Ik ben een schuldig mens. Mij komt in feite niets dan narigheid toe.

Eenmaal had ik nadrukkelijk het gevoel dat de slaande hand Gods zich in mijn leven manifesteerde. Onze zoon verkeerde als baby twee maanden aan de rand van het graf. Hersenvliesontsteking. Het was een beproeving: doktoren zaten met de handen in het haar, zeiden op een gegeven moment dat ze absoluut niets meer voor hem konden doen. Na een nacht waarin wijzelf, familieleden en vrienden hadden gebeden en gesmeekt aan de troon van God, begon dat jochie onverwachts te genezen. De betrokken medisch hoogleraar kon het niet verklaren. Tot volledig herstel kwam het niet - er bleef een litteken, een lichte verstandelijke handicap - maar het was niets minder dan een wonder. Tja, dan rest je slechts opperste dankbaarheid.

De dood is 'de laatste vijand, een koning der verschrikking'. Ik zal er niet geheimzinnig over doen: ik heb mijn twijfelmoedigheid en mijn bestrijdingen. Er zal pijn zijn - we hebben het tenslotte over de bezoldiging der zonden. Ik houd mezelf voor dat die dood de doorgang vormt tot het eeuwige leven. Maar jongens, ik word er niet op voorhand vrolijk van.