Dit is een artikel uit het NRC-archief

Oorlog

ONRIJP

H. von der Dunk, historicus:

“Ik was bij de bijeenkomst in de Ridderzaal. En omdat iedereen die daar kwam iemand van onder de dertig moest meenemen, vond ik dat wel grappig. Ik heb een oud-studentassistent van me meegenomen. Verder heb ik gewoon gewerkt en me met andere dingen bezig gehouden. Die bijeenkomst, waar de koningin een verstandige speech hield, was sober en precies zoals het hoort. Dus ik was er ook niet speciaal door getroffen. Voor mij is het vieren van de bevrijding niet aan een kalender gebonden. Natuurlijk was het een belangrijk moment en heb ik er wel wat vaker aan teruggedacht. Maar 5 mei is voor mij geen speciale dag. De hele oorlog is deel van mijn totale herinnering.

“Ik vind het overdreven dat er maanden lang naartoe wordt geleefd - iedereen moet zijn zegje doen, iedereen moet zijn gevoelens uiten. Vooral op de televisie zie je een grenzeloze oppervlakkigheid. Er wordt een sfeer van emotionaliteit geschapen. 'Och, och, wat was het erg', dat is de tendens van de herdenking. Voor nuchtere analyse is vrijwel geen plaats, terwijl we toch al veel inzichten hebben over hoe het zover kwam. Ik vind dat onrijp. Waarom bijvoorbeeld zo weinig aandacht voor het feit dat het in andere landen even erg was, zo niet erger? In België wordt de oorlog niet zo sentimenteel gekoesterd. In Oost-Europa is het vooral een zaak van persoonlijke herinnering. Nederland heeft nu eenmaal de luxe dat de oorlog de enige dramatische periode van de afgelopen tijd is. 5 mei is in Nederland vooral een middel om het wij-gevoel te stimuleren. En dat is een vluchtpoging, want we hebben torenhoge actuele problemen genoeg waar helemaal geen consensus over is.”