Geen Sovjetvlag was zo mooi als de zijne

Vijftig jaar geleden plantte een Sovjet-soldaat de rode vlag op de Berlijnse Rijksdag: de foto die daarvan werd gemaakt symboliseert nog steeds de nederlaag van nazi-Duitsland. Fotograaf Jevgeni Chaldej, vijftig jaar na dato: “Dat had Hitler niet gedacht: dat een tafelkleed van een joodse kleermaker nog eens bovenop de Rijksdag zou wapperen om te worden vereeuwigd door een joodse fotograaf!”

MOSKOU, 2 MEI. Vijftig jaar nadat hij op de Rijksdag in Berlijn een van 's werelds beroemdste foto's maakte, drinkt Jevgeni Chaldej zich op een éénkamerflatje in Moskou de vergetelheid in. Zijn foto van de soldaat die op de Rijksdag de Sovjet-vlag plant mag dan tienduizenden keren zijn afgedrukt, het copyright berust bij het persbureau TASS. En dat betaalt de nu 78-jarige fotograaf een pensioen van 94.000 roebel (dertig gulden) per maand. Reden genoeg om af en toe te drinken.

Chaldej woont in het uiterste noorden van Moskou: een half uur met de metro vanuit het centrum, dan nog een kwartier met de bus en dan nog zes trappen op. Alleen zijn dochter en schoonzoon maken de reis nog regelmatig. Chaldejs vrouw is overleden, zijn zoon heeft hem verlaten, en ondanks alle aandacht voor de herdenking van de oorlog zijn Russische journalisten hem vergeten. Zoals wel vaker in dit soort flats ruikt het in de portiek naar urine en is het licht kapot.

De woning bestaat uit een keukentje en één ruimte van drie bij vier meter, die tegelijkertijd dient als woonkamer, slaapkamer en donkere kamer. Aan de muur hangen foto's, op het bed liggen foto's en op de grond staan foto's. De drie vergrotingsapparaten op een plank langs de wand gebruikt hij nog steeds. Chaldej heeft wat moeite met het neerleggen van het papier, want zijn hand is niet meer zo vast. Hij kan niet zo goed scherpstellen want zijn ogen zijn achteruitgegaan. Maar zijn geheugen werkt nog perfect.

“Het was op de vroege morgen van 2 mei en we stonden onderaan de Rijksdag”, begint Chaldej de geschiedenis van een van de meest bekende foto's van deze eeuw, die tevens een van de meest omstreden is omdat zij in scène gezet zou zijn. Dat ontkent de fotograaf; volgens hem ging het zo: “Binnen in de Rijksdag was het een geschreeuw en gedoe. Ik had mijn vlag in mijn hand en zei tegen drie soldaten die daar stonden: kom op, laten we naar boven gaan.”

Hij had zíjn vlag in zijn hand?

“Ja, ik had altijd mijn eigen vlaggen bij me. Vlaggen zijn een symbool van de overwinning, ik wilde ze er dus graag op hebben. Bovendien zijn vlaggen heel fotogeniek.” Met de vlaggen die de Russische legeronderdelen zelf bij zich hadden, mocht de fotograaf niet altijd doen wat hij wilde. Bovendien waren zij soms beschadigd en ontbraken op het doek wel eens hamer en sikkel.

Voor zijn reis naar Berlijn had Chaldej drie rode tafelkleden mee. Een bevriende kleermaker uit Moskou had er de Sovjet-symbolen op genaaid. Eén is er voor opnamen op het Berlijnse vliegveld Tempelhof gebruikt, één heeft de Brandenburger Tor gehaald, en de derde was die op de Rijksdag. De kleermaker was evenals Chaldej joods, hetgeen de fotograaf vijftig jaar later nog altijd plezier bezorgt. “Ja, dat had Hitler niet gedacht, dat een tafelkleed van een joodse kleermaker nog eens bovenop de Rijksdag zou wapperen om te worden vereeuwigd door een joodse fotograaf!”

Eenmaal op het dak van de Rijksdag zag Chaldej verschillende rode doeken en lappen wapperen, hij was er dus niet de eerste. Maar geen vlag was er zo mooi als de zijne. “We vonden een stang om hem aan vast te binden en ik zocht lang naar de juiste compositie. Ik maakte eerst een foto van de linkerkant. Nee, dat was het niet. Er moest ook wat van Berlijn te zien zijn. Uiteindelijk vond ik het juiste beeld. Ik heb een heel rolletje volgeschoten, 36 opnamen.”

De volgende dag vloog Chaldej ijlings naar Moskou, waar vandaan onmiddellijk de foto werd verspreid die vanaf dat moment de overwinning op het fascisme zou symboliseren. Maanden later viel ineens op dat de soldaat die de man met de vlag bij zijn benen ondersteunt, om elke pols een horloge droeg. Dat duidde op plundering; Chaldej heeft het horloge om de rechterpols moeten wegretoucheren.

De foto is weliswaar wereldberoemd geworden, maar Chaldej niet. Buiten de Sovjet-Unie werd de opname veelal toegeschreven aan TASS. In eigen land kregen anderen de eer. Vraag elke Rus naar de foto en hij zal antwoorden: “Jegorov en Kanterija!” Jegorov en Kanterija waren twee heldhaftige militairen uit respectievelijk Rusland en Georgië - het geboorteland van Stalin - die volgens de geschiedenisboekjes samen als eersten op de Rijksdag waren geklommen om de Sovjet-vlag te hijsen.

Hun verhaal is altijd geïllustreerd met Chaldejs foto. Zij zijn voor hun daad herhaaldelijk onderscheiden. Twee van die gelegenheden zijn nog op foto vastgelegd door de persfotograaf Jevgeni Chaldej.

In de jaren van de perestrojka werd onthuld dat Jegorov en Kanterija niet de Rijksdag beklommen uit heldhaftigheid, maar omdat zij door het opperbevel waren aangewezen wegens hun nationaliteiten. Er verscheen in die tijd ook een ingezonden brief in de krant Izvestija van een mevrouw die meende dat niet Jegorov en Kanterija de vlag op de Rijksdag hadden geplant, maar haar vader.

Chaldej schudt zijn hoofd over zoveel verwarring. Hij heeft op 2 mei 1945 óók Jegorov en Kanterija met hun vlag op het dak van de Rijkdag gefotografeerd. Hij haalt de foto tevoorschijn. “Maar die opname is gewoon minder gelukt dan die van mijn eigen vlag (waar toevallig ook twee militairen centraal in beeld staan). Zeg nou zelf, welke zou u als fotoredacteur hebben gekozen?”

Als Chaldej op zijn Moskouse kamertje eenmaal begint foto's tevoorschijn te halen, komt het ene na het andere verhaal los, totdat niemand zich nog kan bewegen omdat overal foto's liggen.

De fotograaf heeft de oorlog van de eerste tot de laatste dag vastgelegd. Zijn eerste opname van 22 juni 1941 toont verontruste mensen bij het warenhuis GOeM in Moskou, luisterend naar de radiotoespraak waarin minister Molotov de Duitse aanval bekend maakt. De laatste opname dateert van 24 juni 1945: de overwinningsparade aan de andere kant van de GOeM, op het Rode Plein.

Indringend, maar nooit in de Sovjet-Unie gepubliceerd, is de foto van een nazi-familie die op een bankje in een park in Wenen in 1945 zelfmoord heeft gepleegd. Onthutsend is de foto van een oude vrouw die met een koffer slepend in 1941 het door de Duitsers platgebrande Moermansk verlaat. “Schaamt u zich niet dat u foto's maakt van het Russische volk in zulke omstandigheden”, had zij Chaldej toegebeten. Hij had haar beloofd als hij ooit in Berlijn zou komen, eenzelfde soort opname te maken. De belofte is gehouden, ze toont een bijna identiek beeld, in 1945 gemaakt in de verwoeste Duitse hoofdstad.

De beelden hadden ook dit jaar in Grozny gemaakt kunnen zijn. Maar dat wil Chaldej niet horen. Niet omdat hij een andere mening is toegedaan, maar omdat hij zich schaamt over hoe zijn land zich na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft ontwikkeld. Het is een chaos, en daarvan is de inval in Tsjetsjenië wel het summum, zegt hij.

“Het is afschuwelijk wat daar gebeurt. In mijn tijd vochten we tegen het fascisme, dat was een vijand die vernietigd moest worden. Nu voeren ze oorlog tegen vrouwen en kinderen. En dan dat beschamende gehannes met die vlag op het presidentiële paleis! Het is niet om aan te zien.” Met die laatste opmerking doelt Chaldej op de verwoede pogingen om op het vernietigde regeringsgebouw in Grozny de Russische vlag te planten. De eerste opname van de vlag in januari bleek een stuntelige fotomontage te zijn.

Nee, de fotograaf die vijftig jaar geleden de overwinningsparade op het Rode Plein vastlegde, zal daar op 9 mei niet de herdenkingsparade fotograferen. Hij zal er ook niet om worden gevraagd. Na de oorlog is Chaldej namelijk uit de gratie geraakt. Misschien had de fotograaf een keer te enthousiast staan praten met Tito - die hij bewonderde - voordat de Joegoslavische leider in Moskou in ongenade viel. Zelf denkt hij dat het ontslag te maken had met zijn joodse identiteit. In elk geval verloor hij in 1947 zijn baan bij TASS omdat “er geen werk meer voor hem was”. Twee jaar was hij werkloos en pas in 1956, in de tijd van Chroesjtsjov, kon hij weer aan de slag bij een prestigieus orgaan, de Pravda.

Maar wat gaat hij dan wel doen op 9 mei, de dag dat in Rusland met grote parades de overwinning op nazi-Duitsland wordt herdacht? “Ik werd laatst gebeld door het veteranencomité. Kom langs, zeiden ze, we gaan medailles uitdelen. Maar wat moet ik met medailles?” Chaldej trekt een la open. Handenvol medailles. Voor de bevrijding van Sevastopol, voor het innemen van Boedapest, voor de verovering van de Kaukasus. In de oorlog is hij 1.148 dagen langs het front onderweg geweest. Het zijn zoveel lintjes en muntjes dat ze tussen zijn vingers door op de grond vallen.

“Niets zijn ze meer waard. Nee, weet u wat ik ga doen op 9 mei? Op die tafel daar zet ik een fles wodka. Daarnaast wat hapjes en foto's van naaste vrienden die in de oorlog zijn omgekomen. Verder deze foto van mijn ouders.” Zijn moeder werd al ver voor de oorlog tijdens een pogrom in de Oekraïne gedood, zijn vader en drie zussen kwamen in de oorlog om het leven. “En dan ga ik de fles leegdrinken. Het is een feestdag ja, maar een om te vieren met tranen in de ogen.”